Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 360

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 360

6 minuten leestijd

Het is boosheid met een voorgeschiedenis, die te maken heeft met het tot stand komen van de Vreemdelingenwetvan 1965. Jaap Hoeksma:,,Eigenlijk gaat het om een oud probleem. Het volkenrecht regelde vroeger uitsluitend betrekkingen tussen staten. Een vluchteling is dan iemand die in theorie helemaal niet bestaat; hij bevindt zich in niemandsland, tussen wal en schip. Het Vluchtelingenverdrag uit 1951 brengt daarin verandering. Voor 't eerst kan de vluchteling rechten doen gelden tegenover de wereldgemeenschap. Maar die wereldgemeenschap is ook iets dat eigenlijk niet bestaat. Vandaar dat 't goed is geweest, dat in 1951 niet alleen een verdrag werd gesloten, maar dat er ook een instelling kwam die het voor die vluchtelingen kon opnemen, met een volkenrechtelijke basis. Dat is het Hoge Commissariaat van de Verenigde Naties voor

Bedenkelijke opstellingvan regering Colijn vluchtelingen. En voor 't eerst bood het internationale rechtsysteem een opening voor individuen. Toch is ook dat een beperkte verandering geweest: vluchtelingen konden zich alleen maar verzetten tegen uitwijzing naar het land van herkomst. In het verdrag staat niet positief aangegeven waar die vluchteling dan wél heen kan. Hij heeft daarmee nog geen recht op asiel in een of ander land. In principe heb je er weinig aan als vluchteling zolang je nog niet binnen bent. Je bent letterlijk nog steeds nergens. Dat probleem is in de Vreemdelingenwet van '65 opgelost. Die wet geeft aan vluchtelingen heel nadrukkelijk een recht op asiel, als ze elders niet terecht kunnen. Dat is dus een stap verder — ik voeg er direct aan toe: een noodzakelijke stap — dan het puur en alleen voldoen aan de verplichtingen uit het verdrag van '51. Het dilemma dat je bespeurde tussen het recht van vluchtelingen op asiel en het recht op willekeur van staten om ze eigenmachtig al dan niettoe te laten, is in die wet opgelost. Het beginsel zit erin verankerd, dat niet primair de vraag wordt gesteld: is Nederland vol?, maar: wat gebeurt er met die vluchteling?" VU-Magazine: Uit het tot stand komen

326

van die wet maak ik op dat die regering de vluchteling met een andere optiek bekeek dan hun voorgangers uit de jaren dertig? Hoeksma: ,,Niet zozeer de regering. Het was niet de optiek die door de toenmalige minister werd voorgestaan, maar die, welke door het parlement op hem bevochten werd. Opvallend is, dat vrijwel alle partijen in de kamer het zelfde standpunt hadden. De /camer wilde het zo. En laten we wel wezen: door onze geografische liggen hoeven we met dit standpunt niet bang te zijn, dat ons land opeens volstroomt met vluchtelingen. Maar je vroeg me mijn verontwaardiging toe te lichten. Het merkwaardige is geweest dat, ondanks de bemoeienis van het parlement bij de totstandkoming van de wet, men op het departement eigenlijk steeds heeft willen vasthouden aan de uitgangspunten, waarmee de minister van Justitie indertijd het overleg in de kamer aangingBij de uitvoering van de wet heeft men te weinig aandacht gehad voor wat de medewetgever, het parlement, heeft gewild. Mijn bedoeling met het schrijven van dit boek is geweest duidelijk te maken, wat precies de juridische grondslag van asielverlening aan vluchtelingen in de Vreemdelingenwet is, vast te stellen dat die goed is en er een lans voor breken dat die wet wordt uitgevoerd, zoals die bedoeld is; juridisch gezien een merkwaardige situatie dat zoiets nietgebeurt. Je kunt natuurlijk opperen: wat is dat voor raars, vecht je niet tegen spoken? Nee, de praktijk en ook de recente beleidsnota's hameren erop dat Nederland bij het voorgestelde terughoudende toelatingsbeleid voor vreemdelingen niet tekort zal doen aan de uitgangspunten van het Verdrag van Geneve. Prachtig natuurlijk, maar dat is niet meer dan een plicht. Wat vergeten wordt is, dat de Nederlandse wetgever nou juist nadrukkelijk vérder heeft willen gaan dan dit verdrag. Daar kun je niet zonder meer omheen. De reden waarom ik, in de tweede plaats, de particuliere organisaties een historische fout verwijt is het feit dat ze een historisch patroon doorbreken. Ze breken met de traditie van alertheid bij de bevolking, die overwegend gastvrij staat ten opzichte van vluchtelingen en die een prikkelende, kritische en eventueel corrigerende taak kan hebben tegenover een overheid die het op dat punt laat sloffen. Ik pleit ervoor dat de particuliere hulpor-

ganisaties op die fout terugkomen en het hoofd niet in de schoot leggen. Ze zijn nu eenmaal broodnodig om tegenwicht te geven tegen een beperkend overheidsbeleid op dit punt. Hun moeilijke positie door de toestroom van grote aantallen vluchtelingen uit Vietnam is begrijpelijk. Maar ze moeten niet het kind met het badwater weggooien." VU-Magazine: Hoe beperkend is dat erkenningsbeleid van de overheid nu eigenlijk? Hoeksma: ,,Kijk, voor ,,genodigde" vluchtelingen is er voor wat dat betreft natuurlijk geen probleem. De regering nodigt hen uit en zij zijn vanzelfsprekend als vluchteling erkend. Mensen die op eigen gelegenheid naar hier komen hebben het moeilijker. Zij krijgen te maken met het algemene toelatingsbeleid voor vreemdelingen en de moeilijkheid is dan erkenning te krijgen als vluchteling. De sfeer van denken, met name van de overheid, is de laatste jaren wat te veel gericht geweest op het weren van mensen die misbruik maken van de asielprocedure. Het gevolg is, dat het aantal vluchtelingen dat op eigen gelegenheid naar Nederland komt en wordt erkend ongelooflijk klein is. En dat hoeft niet. We hebben de mogelijkheid in handen om te beoordelen, wat in deze verantwoord beleid is, wat de juiste interpretatie van de wet is. Neem de Turkse christenen. Die mensen hadden geen bestaan meer in hun land. . Als daar je redenerig^ ophoudt, dan kun je concluderen, dat ze om economische redenen hier zijn. Maar als ik me afvraag waarom deze mensen geen bestaan hebben, dan zeg je minder makkelijk dat ze louter economiS9he motieven hebben; dan weet je zeker, dat er in het land van herkomst méér is gebeurd, namelijk het bewust door overheid of medeburgers ontnemen van een bestaansmogelijkheid. Maar mijn belangrijkste conclusie is: voer de wet uit! Dat benadruk ik vooral tegenover de kamerleden, die de uitvoering van de wet moeten controleren. En ik doe dat, omdat de inhoud van die wet door hun voorgangers met geharnaste bewogenheid is bevochten. De huidige volksvertegenwoordiging toont zich op dit punt lang niet alert genoeg. Het feit dat de Raad van State en incidenteel de Hoge Raad het door de kamer goedgekeurde beleid een groot aantal malen fundamenteel heeft verworpen en zoveel individuele beschikkingen vernietigde dat je er een boek over kunt schrijven, is een duidelijke vingerwijzing!" D (GJP)

vu-Magazine 11 (1982) 10 oktober

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 360

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's