Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 215

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 215

6 minuten leestijd

IX ,,Onder de Wet" geboren, heeft Jezus onder de (joodse) Wet geleefd. Heeft Hij gewild, dat deze Wet werd afgeschaft, heeft Hij dat verklaard of aangekondigd? Vele schrijvers bevestigen dit, maar hun beweringen worden niet gedekt door de meest wezenlijke evangelische teksten, verdraaien deze of zijn er mee in tegenspraak. X Pogingen om het evangelie dat door Jezus in de synagogen en in de tempel gepredikt werd, van het jodendom te willen losmaken, zijn volslagen nutteloos. De waarheid is, dat het evangelie en de evangelische traditie door al hun wortels ten nauwste met de joodse traditie verbonden zijn. DERDE DEEL: JEZUS EN ZIJN VOLK XI De christelijke schrijvers vergeten graag, dat de „verstrooiing" in Jezus'tijd al sinds eeuwen een voldongen feit was. De meerderheid van het joodse volk woonde niet meer in Palestina. XII Men heeft dus niet het recht te zeggen, dat het joodse volk ,,in grote getale" Jezus verworpen heeft. Het IS uiterst waarschijnlijk, dat het joodse volk Hem ,,in grote getale" niet eens gekend heeft. XIII Maar overal waar Jezus langs gekomen is, heeft het joodse volk — op een enkele uitzondering na — Hem enthousiast ontvangen, zoals de evangeliën getuigen. Heeft het zich op een gegeven moment tegen Hem gekeerd? Men beweert dat wel, maar bewijst het niet. XIV In ieder geval heeft men niet het recht te beweren, dat het joodse volk de Christus of de Messias of de Zoon van God verworpen heeft, als men niet eerst bewezen heeft dat Jezus als zodanig aan het joodse volk geopenbaard heeft en als zodanig door dat volk verworpen is. Dit nu lijkt op grond van meer dan één evangelietekst bijzonder twijfelachtig. XV Men beweert dat de Christus het joodse volk veroordeeld en van zijn rechten vervallen verklaard zou hebben. Waarom zou Hij, tegen zijn evangelie van liefde en vergiffenis in, zijn volk veroordeeld hebben, het enige volk waartoe Hij zich gericht heeft, het volk waar Hij naast verbitterde vijanden ook hartstochtelijk toegewijde leerlingen vond en gehele menigten die Hem aanbaden? Er is alle reden te geloven, dat het vonnis de ware schuldige getroffen heeft, nl. een zeker farizeïsme dat eigen is aan alle tijden en volken, alle godsdiensten en Kerken. VIERDE DEEL: DE GODSMOORD XVI In geheel de christenheid leert men sinds achttien eeuwen, dat het joodse volk volledig verantwoordelijk is voor de kruisiging en een onvergeeflijke misdaad heeft begaan door

vu-Magazine 11(1982) 5 (mei)

God te vermoorden. Geen beschuldiging is dodelijker en inderdaad, geen beschuldiging heeft zoveel onschuldig bloed gekost. XVil Jezus heeft volgens de evangeliën te voren duidelijk aangegeven wie voor zijn lijden verantwoordelijk waren: de hogepriesters, de notabelen en leraren, een slag mensen waarvan het joodse volk net zo min het monopolie heeft als welk ander volk ook. XVIM Ook Jeanne d'Arc is door een rechtbank van hogepriesters en schriftgeleerden — die geen joden waren — veroordeeld, maar na een langdurig proces waarvan wij de authentieke en volledige tekst bezitten. Geheel anders is het gesteld met het proces van Jezus, dat in enkele uren werd afgedaan en waarvan geen enkele officiële tekst, geen enkel ooggetuigeverslag tot ons gekomen is. XIX Om het joodse volk aansprakelijk te stellen voor het door Romeinen uitgesproken doodvonnis en de door de Romeinen ten uitvoer gebrachte doodstraf, moeten we aan sommige evangelische teksten een historische waarde toekennen die juist hier bijzonder twijfelachtig is; we moeten over verschillen en onwaarschijnlijkheden heenstappen en er een interpretatie van geven die, hoe traditioneel ook, daarom niet minder tendentieus en willekeurig is. XX Er bestaat een zogenaamd christelijke vroomheid, welke maar al te graag blijft vasthouden aan een eeuwenoude vooringenomenheid, die het evangelie noch de zin van het evangelie kent. De beoefenaars van dit soort vroomheid hebben de onrechtvaardigheid ten top gevoerd en door alle eeuwen heen het droevig thema van de kruisiging tegen heel het joodse volk uitgespeeld. BESLUIT XXI Welke de zonden van Israël ook mogen zijn, het is onschuldig, volmaakt onschuldig aan de misdaden waan/an de christelijke traditie het tjeschuldigt: het heeft Jezus niet verworpen en het heeft Hem niet gekruisigd. En evenmin heeft Jezus Israël verworpen, noch heeft Hij het vervloekt; zoals „God geen berouw kent over zijn genadegaven" (Romeinen XI, 29), evenzo kent de evangelische wet van de liefde geen uitzondering. Mogen de christenen dit eindelijk inzien en hun ten hemel schreiende misdaden erkennen en weer goedmaken. In het huidige tijdsgewricht, waarin een vloek op de gehele mensheid schijnt te rusten, is dit een plicht, waartoe het huiveringwekkend drama van Auschwitz hen dwingt." (477-481).

Hoe Stond Paulus tegenover de joden?

Is het christendom onverdraagzaam? Het in de theologie verwerken van bovengenoemde stellingen zal er volgens dr. Jansen uiteindelijk toe moeten leiden onder christen-zijn te verstaan: „ais niet-Jood deel mogen hebben aan het burgerrecht van de Joden, bij de Joden ingeburgerd worden, met de Joden mogen leven en werken in het verbond met God" (325). Hoe verreikend deze opvatting over de verhouding jodendom-christendom is, blijkt uit de wijze, waarop in deze studie over het kruis van Jezus wordt gesproken. Het lijden van Jezus Christus plaatst Jansen tegen de achtergrond van het joodse martelaarschap. Vele joodse en christelijke geleerden hebben erop gewezen, dat Jezus ais de gekruisigde in de hel van Auschwitz aanwezig was in uiterste solidariteit met zijn eigen volk. Het kruis is zo in de eerste plaats een teken van grenzeloze barmhartigheid en liefde in solidariteit en niet zozeer de geschiedenis van de eenling, die plaatsvervangend voor ons het leed der wereld droeg. Hoewel... ook al speelt de notie van de plaatsvervanging in dit boek nauwelijks een rol, toch betoogde Jansen in ons gesprek door middel van het spreken over de lijdende knecht, die plaatsvervangend lijdt en zo de zon-, den van anderen uitboet en de verzoening tot stand brengt, nadrukkelijk centrale Paulinische noties te willen blijven honoreren. Maar het is dan geen Paulus contra de joden, maar een Paulus in het verlengde van het jodendom. Met name in een tweede studie wil Jansen dit nader uitwerken. Het zal in die studie om de vraag gaan of het mogelijk is op een wijze over Christuste spreken, die Gods blijvende belofte aan de joden recht doet en zo dus geen anti-judaïstische tendens meer kan hebben. Daarbij zal de uniciteit van Jezus gehandhaafd moeten blijven. Die uniciteit ziet Jansen vooral in Christus' opstanding. Daaruit blijkt, dat het leven van deze rechtvaardige van Godswege bevestigd is. Of echter de uniciteit van Jezus wel gehandhaafd kan worden, wanneer tegelijkertijd niet de exklusiviteit van het christelijk geloof gepropageerd wordt, lijkt me een vraag waar zeker deze eerste studie geen antwoord op geeft. Wellicht de tweede studie wel?D

197

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 215

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's