VU Magazine 1982 - pagina 214
Tabel 1 canonieke en Nazi anti-joodse maatregelen Canonieke Wet
In g r o t e lijnen k o m t d e h o u d i n g , die dr. Jansen t h a n s v o o r c h r i s t e n e n t e g e n over d e j o d e n aanbeveelt overeen met d e stellingen, die hij aan het eind van zijn studie van Jules Isaac overneemt:
Nazi maatregel Verbod van gemengd huwelijk en seksuele omgang tussen christenen en Joden, Synode van Elvira, 306
Wet ter bescherming van germaanse bloedeneer, 15 sept. 1935 (RGB11.1146)
Joden en christenen mogen niet samen eten, synode van Elvira, 306
Joden de toegang ontzegd tot restauratiewagens (minister van transport aan minister Binnenlandse Zaken, 30 dec. 1939. document NG-3995)
Het is Joden niet toegestaan een openbaar ambt te bekleden, Synode van Clermont, 535
Wet ter wederoprichting van de Professionele Civiele Dienst, 7 apr. 1933 (RGBI1,1146)
Het is Joden niet toegestaan christelijke bedienden in dienst te hebben of christelijke slaven te bezitten, 3e Synode van Orleans, 538
Wet ter bescherming van germaanse bloed en eer, 15 sept. 1935 (RGB11,1146)
Verbranding van de Talmoed en andere boeken, 12de Synode van Toledo, 681
Boekverbrandingen in nazi-Ouitsland
Joden mogen zich tijdens de Lijdensweek niet op straat vertonen, 3e Synode van Orleans, 538
Decreet waarbij plaatselijke autoriteiten gemachtigd worden de Joden van de straat te weren op bepaalde dagen (nl. nazi-feestdagen), 3 dec. 1938{EGBl 1,1676)
Het is christenen niet toegestaan om van de diensten van joodse artsen gebruik te maken, Trulanische Synode, 692
Decreet van 25 juli 1938 (RGB11,969)
Het is christenen niet toegestaan bij Joden in huis te wonen. Synode van Narbonne,1050
Richtlijnen van Goring die voorzien i de concentratie van Joden in bepaalde behuizingen, 28 dec. 1938 (Bormanaan Rosenberg, 17 jan. 1939)
Verplichting om in getto's te leven. Synode van Breslau, 1267
Order van Heydrich, 21 sept. 1939 (PS-3363)
Het is christenen niet toegestaan aan Joden onroerend goed te verkopen of verhuren. Synode van Ofen, 1270
Decreet inzake verplichte verkoop van joods onroerend goed, 3 dec. 1938
Aanvaarding van de joodse godsdienst door een christen of terugkeer van een gedoopte Jood tot de joodse godsdienst aangemerkt als ketterij. Synode van Mainz, 1310
Aanvaarding van het joodse geloof door een christen stelt hem bloot aan behandeling ais Jood, Besluit van Oberlandesgericht Königsberg. 4e Zivilsenat, 26 juni 1942 (Die Judenfrage Vertrauliche Beilage 1 nov. 1942, pp. 82-83).
Verkoop of overdracht van kerkelijke goederen aan Joden verboden, synode van Lavour, 1368
196
Het is Joden niet toegestaan om als tussenpersoon op te treden bij het afsluiten van contracten tussen christenen, in het bijzonder huwelijkscontracten. Concilie van Bazel, 1434, SessioXIX
Decreet van 6 juli 1938 inzake liquidatie van joodse makelaars in onroerend goed en huwelijksbureaus die hun diensten verlenen aan niet-joden
Het is Joden niet toegestaan een academische graad te behalen, Concilie van Bazel, 1434, Sessio XIX
Wet tegen de overbelasting van Duitse scholen en universiteiten, 25 april 1933(556/557).
II INLEIDING BLIK VOORAF OP HET OUDE TESTAMENT I De christelijke godsdienst is een dochter van de joodse godsdienst. Het christelijke Nieuwe Testament heeft als basis het joodse Oude Testament. Daarom alleen al dient het jodendom respect in te boezemen. EERSTE DEEL: JEZUS, DE CHRISTUS, IS JOOD „NAAR HET VLEES" II Jezus, de Jezus van de evangeliën, voor de christenen enige Zoon en incarnatie van God, was tijdens zijn aardse leven een jood, een eenvoudige joodse werkman. Geen christen heeft het recht dit feit te negeren. III Zoals wij uit de evangeliën weten, stamde Jezus uit een joods gezin. Joods was zijn Moeder Maria, joods hun omgeving, joods hun familie. Zich christen en antisemiet noemen, wil zeggen: smaad aan verering willen paren. IV leder jaar herdenkt de kerk op 1 januari de besnijdenis van het kind Jezus. Niet zonder aarzelingen en disputen heeft het vroege christendom zich van deze, door het Oude Testament gewijde, ritus losgemaakt. V De naam Jezus Christus is wezenlijk Semitisch, al is de vorm ervan Grieks: Jezus is een vergriekste joodse naam; Christus is het Griekse equivalent van het joodse woord Messias. VI Het Nieuwe Testament is in het Grieks geschreven. De katholieke Kerk citeert in het latijn naar een latijnse vertaling. Maar Jezus heeft evenals de joden van Palestina tot wie Hij zich richtte, een Semitische taal gesproken, die nauw met het Hebreeuws verwant was: het Aramees. TWEEDE DEEL: HET EVENGELIE IN DE SYNAGOGE Vil Men zegt graag, dat de joodse godsdienst bij de komst van Christus nog slechts een onbezield legalisme was. De geschiedenis bekrachtigt dat vonnis niet. Ondanks het joodse legalisme en de excessen daarvan getuigt alles in dit tijdperk van de intensiteit en diepgang van het godsdienstig leven in Israël. Vlll Het onderricht dat Jezus gaf, geschiedde in het traditionele kader van het judaïsme. Volgens een zeer liberale joodse gewoonte heeft Jezus, ,,de zoon van de timmerman", in de synagogen en te Jeruzalem zelfs in de tempel kunnen spreken en onderrichten.
vu-Magazine 11 (1982) 5 (mei)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's