Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 258

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 258

5 minuten leestijd

s ^ ^

Het Huwelijk van dr. Dupont was toen al opgevolgd door Man en Vrouw voor en in het Huwelijk van dr. Drogendijk (1941), die, wat de Gereformeerden betreft de markt tot in de jaren zestig heeft beheerst: in 1965 verscheen de achtste druk. De beoordeling van masturbatie wordt milder, ook Drogendijk gaat, zoals uit de verschillende drukken blijkt, met zijn tijd mee, maar hij citeert toch in 1965 nog Kuyper, Bavinck en Sikkel. De masturbatie heeft dan wel niet zulke ernstige gevolgen als men in de regel afschildert, maar toch noemt hij een rijtje, zowel lichamelijke (uitputting, oogstoornissen, ontsteking, witte vloed) als psychologische (nervositeit, geheugenverlies, sufheid, achter raken op school, mensenschuwheid, droefgeestigheid) terwijl een zekere impotentie niet uitgesloten wordt. De onanist ,,/s in één woord een ongelukkig en diep te beklagen schepsel" (biz. 68). Naast alle adviezen om van dit kwaad af te komen (en ook hierin gaan de schrijvers over masturbatie nog vaak te rade bij wat in de negentiende en achttiende eeuw werd beweerd) wordt ook in het boek van Drogendijk als krachtigste hulpmiddel het gebed aanbevolen:

Aanbeveling van Dr. Dupont .,dan zal{...) ten slotte de strijd gewonnen en het pad der deugd opnieuw betreden worden"(74). Zoveel is zeker, dat niet alleen de schrijfster van Stomme Zonden verantwoordelijk is voor deze wijze van informatie. Mensen met veel meer kennis van zaken zwakten na haar de gevolgen van masturberen weliswaar af, maar handhaafden toch de strekking: Masturbatie is zondig, schadelijk of verkeerd — het moest in ieder elk geval bestreden worden. Twintig jaar na Stomme Zonden, vier-

STOMME ZONDEN EEN W A A R S C H U W E N D WOORL^ VOOR ONZE lONGELIEDEN - DOOR

JOHANNA BREEVOORT M E T EEti

de druk, in 1957 dus, schreef dr. Waterink zijn boek Hoe vertellen we het onze kinderen. Bij deze voor opvoeders bestemde uitgave was een apart voorlichtingsboekje voor pubers bijgesloten. Een vertrouwelijk Onderhoud. Na zijn striemende commentaar op Stomme Zonden in 1936 valt dit boekje wat tegen, ondanks de vriendelijke en vaderlijke toon. Masturbatie brengt dan wel geen onherstelbare schade toe, maar heeft toch tal van nadelige gevolgen: nervositeit, prikkelbaarheid, onrust, sloomheid. Het seksuele wordt bovendien verkeerd gebruikt en misbruik is zonde. De adviezen om van deze zonde af te komen zijn traditioneel: naast wandelen en roeien (Abraham Kuyper wees de jongelingen al op het nut van lange marsen) is het gebed het meest centrale middel: „praat er met God over, praat er met je vader over". Dat Waterink resultaat, dat wil zeggen het nalaten van de masturbatie, min of meer garandeert als men zijn adviezen opvolgt is op z'n minst gevaarlijk. Uit onderzoek is gebleken dat lichamelijke inspanning niet het meest geschikte middel is om seksuele gevoelens terug te dringen. Johanna Breevoort heeft, samen met Dupont, minstens de generatie van de nu vijftig-plussers onder Gereformeerden in meerdere of mindere mate beïnvloed op dit punt. Hoe groot die invloed is geweest zal niet te peilen zijn, al zou het interessant zijn hierover meer te weten. Haar invloed reikte verder dan de jaren dertig en veertig, maar van een duidelijke wending in de opvattingen is pas veel later sprake; we zullen dan eerder aan de jaren zeventig dan aan de jaren zestig moeten denken. Dat is niet meer haar schuld. Ze had haar aktiviteiten beter kunnen beperken tot literaire arbeid, al zou haar naam dan waarschijnlijk al vergeten zijn. •

I N L E I D E N D W O O B D VAN

Dr A. D U P O N T O x i - G o i -Oirectoi ^Lowt^OBrd tt £-KCf

VEHDE DRUK itelblad y'xT. het veelbesprcker. tcekje Titelblad van het veell>esproken boekje

236

Generatie gereformeerde vijftig-plussers beïnvloed

Twijfelachtig bekend door,,Stomme Zonden"

Met niet aflatende ernst en vasthoudendheid blijft Goudzwaard ons voorhouden dat onze samenleving op het verkeerde spoor zit, dat het fout gaat in ons land en overal waar hetzelfde levenspatroon zich voortzet. Jarenlang heeft hij geprobeerd zijn boodschap ingang te doen vinden in het kamp der christen-demokraten, maar tevergeefs. Het CDA heeft onvoldoende willen luisteren naar zijn stem. Opnieuw bleek een profeet niet geëerd in zijn eigen vaderstad. De politieke vertaling van een ekonomie-van-het-genoeg, waarin de konsekwenties worden getrokken van een rechtvaardige verdeling van de welvaart in deze wereld voor het westers ekonomisch systeem, sloeg niet aan bij een partij, die, hoewel gesierd met de naam christelijk, toch meer de belangen van de mensen van het meer-dan-genoeg bleek te dienen. Een teleurgestelde Goudzwaard wendde zich af. Toch is hij juist de man, die met name christenen in de politiek het meest nodig hebben. Vanuit een diep-gewortelde evangelische overtuiging, bouwend op het goede in de gereformeerd-calvinistische traditie, stelt hij de huidige maatschappelijke ekonomische en politieke kracht onder „architectonische critiek" en draagt alternatieven aan. Stemmen als die van Goudzwaard zijn

Goudzwaards strijd tegen doelverdwazende ideologieën vandaag zeldzaam. Het is daarom te hopen dat zijn rol in de aktieve politiek niet uitgespeeld is, maar dat wij hem zien terugkomen in een partij, waar de koppeling tussen evangelie en politiek weer echte kansen krijgt. Zijn nieuwste boek, dat eind vorig jaar verscheen, heet ,,Genoodzaakt goed te wezen". Uit de titel blijkt al,*hoe hij aansluit bij het erfgoed: het is een citaat van Groen van Prinsterer, die in 1831 in één van de eerste nummers van ,,Nederlandsche Gedachten" schreef, dat Nederland wellicht een bijzondere rol zou kunnen spelen in de toenmalige wereldkrisis. Hij schrijft dan: „Hef wordt in zeker opzigt genoodzaakt, goed te wezen." De titel van Goudzwaards boekje slaat dus op ons land. Het zou ook vandaag, vol-

vu-Magazine 11 (1982) 6 (juni)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 258

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's