Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 139

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 139

6 minuten leestijd

afwijst en zich verzet tegen een zogenaamde liberale ordening van de samenleving, die er feitelijk alleen maar op neer komt, dat het recht van de sterkste geldt, waardoor de rechten van de zwaksten met voeten getreden kunnen worden. Zowel in Barths Safenwiler tijd, als ook in de tijd van zijn hoogleraarschap in Duitsland en daarna in Bazel zien we, dat hij steeds scherp het fundamenteel onrechtvaardige van een ekonomisch liberale maatschappij heeft ingezien. In het tot dusver nog niet gepubliceerde referaat „ Vom Kampf und Weg der evangelisciien Kirche in Deutschland", dat Barth in 1937 in Zwitserland hield, gaat hij uitvoerig in op de ,,liberale Welt", die hij als volgt typeert: „Freie Bahn dem Tuchtigen! in offenem oder manchmal auch in heimlichen Kampf aller gegen alle, in einem Kampf, der nie ohne Harte und nie ohne Leid sein wird, in dem die einen resignieren und die anderen sich mit der Hoffnung trosten: Es wird allmahlich doch noch besser kommen". Als politiek systeem, als ideologie, heeft Barth het liberalisme altijd afgewezen, voorzover er echter openheid én verantwoordelijkheid naar alle kanten onder verstaan kan worden, wilde Barth zich op latere leeftijd best een liberaal mens noemen. Liberaal betekent dan voor hem zoveel als: kritisch ten opzichte van alle ideologieën. Barth noemt de politieke positie, die hijzelf voorstaat, herhaaldelijk een vorm van radikaal socialisme. Thurneysen omschrijft in 1914 deze vorm van socialisme als een „Vertiefung und Verinnerlichung" van het socialisme. Het gaat Barth niet alleen om an-

Zgn. liberale orde is recht van de sterkste dere strukturen („neue Verhaltnisse"). In een toespraak over „die innere Zukunft der Sozialdemokratie" noemt hij de neiging zich uitsluitend op het veranderen van de bestaande maatschappelijke verhoudingen te richten vals materialisme. De tegenovergestelde neiging zich alleen op de mentaliteitsverbetering van mensen te richten vindt echter evenmin genade in Barths ogen. Die neiging acht hij vals idealisme. Barth laat zich duidelijk niet verleiden tot het valse dilemma tussen persoon en struktuur. Waar het hem om gaat, is dat alleen aan innerlijk zekere mensen de verandering van strukturen is toe te vertrouwen. Daarvu-Magazine 11(1982)4 (apriH

om heeft het socialisme een dieptedimensie nodig, die het geloof in God hem kan schenken. En daarom kan het socialisme wel een „sehr wichtige und notwendige Anwendung" van het evangelie genoemd worden, maar het evangelie nooit vervangen. Vandaar dat Barth in zijn Safenwiler periode de socialisten dan ook niet alleen — zoals hij in 1911 deed — oproept te doen, wat ze zich in hun partijprogramma hebben voorgenomen te doen, maar ze ook oproept veel verder te gaan dan de doelstellingen van hun program, namelijk nieuwe mensen te worden. Vanuit Barths radikaal socialisme is hij nooit onkritisch geweest ten opzichte van het feitelijke doen en laten van de Zwitserse sociaaldemokratische partij en later ook niet ten opzichte van de Duitse sociaaldemokraten wanneer Barth in een brief van 5-2-1915 aan Thurneysen meedeelt, dat hij lid is geworden van de partij van de sociaaldemokraten, spreekt hij daarbij tegelijk de hoop uit, dat de partijleden in zijn gemeente zijn openlijke kritiek op de partij nu beter zullen verstaan. Wanneer Barth een vijf jaar later het verzoek krijgt zijn naam op de officiële sprekerslijst van de partij te laten plaatsen, antwoordt hij, dat het beter is dat maar niet te doen, omdat hij ten opzichte van het socialisme een „zu gebrochene Stellung"'mneemt Vanuit die „gebroken" verstandhouding kan Barth dan ook zeer vrijmoedig de diverse richtingen in de partij bekritiseren. In zijn kritiek moeten vooral de bolschewisten het ontgelden, die hij voor „Krach-Sozialisten" uitmaakt. Barth is kennelijk al heel snel geïnformeerd geraakt over de gewelddadigheden, waarmee de Russische revolutie gepaard ging. Ondanks het feit, dat Barth deze revolutie niet ,,ohne Verheissung" acht, is zijn eindoordeel toch dat hier de duivel met Beëlzebul is uitgedreven. De bolschewisten blijkt Barth tot de voorbarige revolutionairen te rekenen, die hij later vooral in de tweede versie van zijn Römerbrief zo fel zou bestrijden. Vanuit zijn radikale opvatting van het socialisme houdt Barth zijn met het bolschewisme sympathiserende partijgenoten voor: „Der Sozialismus darf nicht einfach das Gegenstück werden zum Kapitalismus, das Proletariat nicht die ahnliche Nachfolgerin der Bourgeois, der Klassenkampf nicht nur der Streit einer Klasse zu den andern". Zeer konkreet heeft Barth zich ook ingezet om de invloed van de bolschewistische vleugel in de Aargauische arbeiderspartij tegen te gaan. In het partijblad, de Neuer Freier Aargauer, van 15-8-1919 doet Barth on-

der de niets aan duidelijkheid te wensen overlatende titel ,,Das was nicht geschehen so//" een dringend beroep op de partijleden tijdens de komende partijdag te Bazel niet voor aansluiting bij de derde Internationale te stemmen. Barth woonde zelf als afgevaardigde deze partijbijeenkomst bij, waarop uiteindelijk met 350 tegen 213 stemmen de aansluiting werd afgewezen. Ondanks Barths verzet tegen de uiterst linkse vleugel kan men zijn eigen positie toch niet als een gematigde middenpositie of zelfs als een rechtse, reformistische positie kenschetsen. Daarvoor neemt hij te veel afstand van het midden, wanneer hij bij voorbeeld vanaf bovengenoemde bijeenkomst aan Thurneysen schrijft: „Die Linke (...) is noch unglaubwürdiger als das Zentrum", mit dem ich notgedrungen stimme". En in hetzelfde artikel, waarin hij aansluiting bij de Derde Internationale afraadt, beklemtoont hij toch ook weer het onmiskenbare radikale karakter van het socialisme en zet hij zich af tegen de rechtervleugel van de partij, die vooral gevormd werd door de ,,Grütlivereine". Dit waren afdelingen van een in 1838 in Geneve opgerichte Duits-Zwitserse vereniging van arbeiders en handwerkslieden, waarvan de verschillende afdelingen een per plaats verschillende houding tot de socialistische beweging hadden. Ten aanzien van hen merkt Barth op, dat hij zich wil hoeden voor ,,den verwasserten, flügellahmen GrütlianerSozialismus, der über dem Nachsten das Fernste nicht mehr sieht". Met het bovenstaande is niet betoogd, dat Barth zich min of meer boven de partijen stelde en uitsluitend op zeer gedistantieerde wijze lid was. Zijn betrokkenheid bij het doen en laten van de partij spreekt duidelijk uit het feit, dat hij zich naar een partijdag liet afvaardigen. Barths positie heeft eerder te maken met die van een horzel, die in de huid van de partij kruipt, die vindt dat hij daar ook thuishoort, maar het de partij ondertussen niet gemakkelijk maakt. Zijn kritiek is een kenmerkend voorbeeld van sympathetisch-kritische kritiek. Met opzet spreken we hier niet van immanente kritiek. Weliswaar roept Barth zijn medesocialisten voortdurend op zich aan hun eigen programma te houden en in zoverre oefent hij ook wel degelijk immanente kritiek uit, maar uiteindelijk is zijn norm, van waaruit hij het bestaande socialisme bekritiseert, geen politieke norm meer, maar een gelovige, namelijk het geloof in de toekomst van de nieuwe mens, de mensenzoon, die het onmogelijke mogelijk maakt. 125

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 139

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's