Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 83

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 83

4 minuten leestijd

Uit de Hortus

De Uefdesappelen door Daan Smit „ Toen Ruben in de dagen van de tarweoogst naar buitenging, vondtiijop liet veld liefdesappelen, die hij aan zijn moeder Lea bracht. En Rachelzeide tot Lea: Geef mij toch enige van de liefdesappelen van uw zoon. Maar zij zeide lothaar: Is het niet genoeg, dat gij mijn man genomen hebt?En nu ook nog de liefdesappelen van mijn zoon nemen? Rachel zeide: Daarom mag hij vannacht bij u liggen voor de liefdesappelen van uw zoon. Toen Jacob des a vonds uit het veld kwam, ging Lea hem tegemoet, en zeide: Kom bij mij, want ik heb u eerlijk gehuurd voorde liefdesappelen van mijn zoon. (Genesis 30:14-16) ,, De liefdesappelen geven hun geur, en bij onze deuren groeien allerlei kostelijke vruchten..." (Hooglied 7:13) Over Mandragora off icinarum, zoals de wetenschappelijke naam van de plant die de liefdesappelen voortbrengt luidt, zijn vele legenden in omloop, waarvan de een nog fraaier is dan de ander. Behalve de vruchten waren het vooral de vlezige wortels die in oude tijden als tovermiddel en geluksbrengers zo begeerd waren. Tot het geslacht Mandragora, dat tot de familie van de nachtschade-achtigen (Solanaceae) behoort, worden een zestal verschillende soorten gerekend, die van nature voorkomen rond het Middel-

vu-Magazine 11(1982) 2 (februari)

landse Zeegebied tot aan de Himalaya. De dikke korte wortel van Mandragora splitst zich veelal in twee vrijwel gelijke delen, die wanneer hij wordt uitgegraven aan 't menselijk lichaam in miniatuurvorm doet denken. Na droging en enige bewerking meteen scherp mes ontstond zo het, .alruinmannetje", dat de gelukkige bezitter ervan rijkdom, vruchtbaarheid, gezondheid, bescherming tegen kwade geesten en wat dies meer zij verschafte. Als talisman of zorgvuldig gekoesterd, omwikkeld met zijde en opgeborgen in een doosje op een geheime plaats, werden ze zo generatie na generatie bewaard. Om zo'n alruinwortel te bemachtigen, anders dan door aankoop — wat gepaard ging met enorme geldbedragen — moest omstandig te werk worden gegaan. De plant moest 's nachts met behulp van een hond, die aan de plant werd vastgebonden (!) worden uitgegraven. Zij die hierbij aanwezig waren moesten hun oren dicht stoppen, daar de plant bij deze,,operatie"vreselijke kreten uitstootte. Uiteraard overleefde de hond dit karwei niet. Vanwege de vele eigenschappen die men aan alruinmannetjes toeschreef was het een gezocht doch schaars — en daardoor zeer kostbaar—artikel. Daardoor kwamen vele i m itaties tot stand. Zo werden surrogaat-alruinmannetjes vervaardigd uit de wortel van de heggerank.

(Bryonia) uit een wilde ui (Aiiium victoriaiis), uit de wortel van de wilde peen (Daucus) en uit andere vlezige wortels vormende gewassen. Heel lang geleden onderscheidde men mannelijke en vrouwelijke alruinen — dus alruinmannetjes en alruinvrouwtjes. Men dacht dat ze alleen op die plaatsen groeiden waar gekruisigd werd. Onder de plaats waar een man werd gekruisigd, groeiden de alruinmannetjes en op die plek waar dat met een vrouw gebeurde kon je alruinvrouwtjes vinden. De op het menselijk lichaam gelijkende vorm van de wortels schreef men toe aan het feit dat dit door 't bloed dat aldus op de planten viel tot stand kwam. Mandragora is een stamloze overblijvende plant die reeds vroeg in 't voorjaar bloeit. De twee bekendste soorten zijn Mandragora officinarum, die geel-witte bloemen voortbrengen en Mandragora autumnalis die met violette bloemen bloeit. De bloemen staan op korte steeltjes ingeplant in het hart van de plant.

geel en sterft vervolgens af. De vruchten, die allen in 't midden van het bladrozet liggen, wekken de suggestie van een verlaten vogelnest. Deze vruchten — de liefdesappelen — verspreiden wanneer ze rijp zijn een zoute geuren zijn eetbaar. De wortel van de echte Alruin (Mandragora) bevat gifstoffen, die ondermeer pijnstillend werken. Mandragora-planten worden in ons land slechts sporadisch aangetroffen en dan nog vrijwel uitsluitend in botanische tuinen. In ons klimaat zijn ze trouwens niet eens winterhard, doch ondanks dat zijn ze hier met goede resultaten te kweken. De vermenigvuldiging vindt plaats d.m.v. zaad. Planten hieruit gekweekt zullen na een jaar of drie bloeien, mits op een zonnige plaats, in een voedzame, goed doorlatende grondsoort geplant. Gedurende de wintermaanden moeten de ondergrondse delen — de wortels dus — met een dikke laag blad of stro goed gedekt worden om bevriezing te voorkomen. Ik stel het op prijs als ik rets mag horen van de lezer die een alruinmannetje in z'n bezit heeft. Literatuur: C. J. S. Thompson, The mystic Mandrake Plymouth, 1934.

Het blad dat zich gedurende de bloeiperiode tot een rozet ontwikkelt groeit uit tot een lengte van ongeveer dertig centimeter waarbij een breedte wordt bereikt van zo'n tien centimeter. Na de bevruchting ontwikkelen zich de eerst groene, later gele, ovaalronde vruchten die de grootte hebben van een pruim. Zodra de vruchten rijp zijn, kleurt het blad

77

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 83

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's