Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 146

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 146

5 minuten leestijd

Roelf Haan:

De boodschap De Belgische theoloog Comblin maakt in zijn boek De Kerl( en de Nationale Veiligheidsstaat de opmerking dat zowel het Tweede Vaticaans Concilie als het gangbare protestantse denken op het belangrijkste vraagstuk van deze tijd, namelijk de veiligheidsproblematiek, volkomen achter lopen. Deze problematiek wordt in de kerkelijke theologie — met name in de theologie óver de kerk — nagenoeg geheel genegeerd. Toch bepaalt zij op een steeds grimmiger en veelomvattender wijze het aanzien van de wereld en van de kerk. Inderdaad. Dit niet onder ogen te willen zien met geheel haar hart, met geheel haar ziel en met geheel haar verstand, betekent dat de kerk de naaste, voorzover hij of zij slachtoffer is van de heersende veiligheidspolitiek, buitensluit van de werkingssfeer van wat men toch het „grote gebod" noemt. Niemand, zo leert de kerk, mag de naaste geweld aan doen; maar wanneer deze naaste systematisch (d.w.z. als gevolg van het systeem waarmee wij onze maatschappij hebben ingericht) ten offer valt aan onze veiligheidspolitiek die bovendien ten dienste heet te staan van het vrije (en dus Christelijke) westen, dan moet de kerk daarover zwijgen, dan acht zij dit een puur-technische zaak, één die ter beoordeling staat aan de deskundigen in de samenleving, in dit geval de milrtairen. Schoenmaker hou je bij je leest! De kerk bij de preekstoel, waarop het getuigenis ,,puur" moet blijven; de militairen bij de wapenproduktie, -handel en -hante-

132

ring, want dat zijn puur-militaire aangelegenheden. Aldus anno 1982 de nieuw benoemde hulpbisschop Bar te Rotterdam. Om deze onpartijdigheid van de kerk te onderstrepen heeft hij zijn beschouwingen voor het gemak maar geplaatst in het NAVO-blad Nato Review. Bar heeft niet door hoezeer hij als roomskatholiek door dit schema te hanteren een knieval maakt voor de pretentie van de moderne tijd, dat namelijk het maatschappelijk leven (waartoe ook de kerk behoort, met haar eigen veiligheidspolitiek) moet worden opgedeeld in aparte beroepssferen, die ieder hun eigen, op zich zelf staande wetmatigheden gehoorzamen. Want dat hebben de anonieme krachten die ons dagelijks leven hoe langer hoe meer beheersen precies nodig. Het is niet in hun belang dat de samenhangen tussen economie, techniek, politiek, cultuur en kerk aan het licht komen. Op ieder van deze terreinen zijn het immers de ,,vrije" krachten die de gang van zaken bepalen. ,,Democratie" houdt in dat we die krachten ook vrij laten! Dat dit een zuiver liberaal principe is waaraan de kerk haar officiële spreken en handelen heeft gelijkgeschakeld, is een van die samenhangen die zij maar liever verzwijgt. En iemand die er op wijst dat de bewapening een autonoom proces is geworden dat niet in de eerste plaats reageert op vijandelijke dreiging (integendeel: zij roept die op), maar op een economische orde waarin de winsten van het bedrijfsleven hoe langer hoe meer afhankelijk zijn van overheidssteun en

overheidsorders, zo iemand doorbreekt deze code van de schoenmaker bij zijn leest: militaire en economische zaken moeten niet door elkaar worden gehaald. Dat doen de marxisten namelijk ook. En een marxist is een vijand van de vrijheid, en van de Christelijke kerk die immers haar lot verbonden heeft met de westerse opvatting van vrijheid. Wat het feitelijk gehalte is van een dergelijke ,,democratie" wordt duidelijk in hetzelfde artikel van drs. Bar, wanneer het gaat over de wijze waarop de oordeelsvorming binnen de Kerk moet plaatsvinden. Alleen de hoogste doctrinaire autoriteit, d.w.z. Rome, mag zich over deze vraagstukken uitlaten. Wanneer een particuliere groep, zoals Pax Christi, zich op het geloof beroept, dan is dat een subjectieve daad. De vredesbeweging is bovendien onverdraagzaam; zij leidt aan ,,zendingsijver", en beschouwt haar eigen ideeën als alleenzaligmakend. Hoe kan een vertegenwoordiger van de hiërarchie een evangelische beweging als Pax Christi deze verwijten maken, die zozeer op haar zelf van toepassing waren vóór zij zich gewonnen gaf aan de moderne tijd en het roer van haar veiligheidspolitiek dienovereenkomstig omgooide? Hier is weer zo'n samenhang: in precies dezelfde bewoordingen debatteerde enkele jaren geleden de AMRO-bank met de Wereldraad van Kerken — zij zelf vertegenwoordigde de objectieve waarheid; de kerken waren een onverdraagzame subjectieve pressiegroep. Waarheid is in deze visie het resultaat van macht; nietvan openbaring en dus van ,,open staan". Bar kan dat natuurlijk best weten. Hij is slechts agent van de veiligheidspolitiek van zijn kerk. Er is geen terrein waarop de betekenis van lijdenstijd en Pasen zozeer duidelijk wordt als op dat van de vei-

ligheid. De echtheid van Jezus' handelen blijkt ook niet uit een doctrinair machtswoord, maar uit dat optreden zelf: blinden worden ziende, armen ontvangen de blijde boodschap — „en zalig wie aan Mij geen aanstoot neemt" (Mattheus 11:6). Het gangbare veiligheidsdenken neemt aanstoot, aan wie in dat schema niet mee willen doen. Het neemt aanstoot zoals een dichter uit Guatemala het zegt, aan de leliën in het veld en aan de vogelen des hemels, die immers geen veiligheid kennen. De veiligheidspolitiek van de roomskatholieke Kerk heeft in belangrijke mate haar oog gericht op de Christendemocratie, waar die althans mogelijk is. Deze presenteert zich graag en veelvuldig met een beroep op de ,,gebrokenheid van deze wereld", die ons uitnodigt om realist te zijn (dat lijkt vooral de welkome protestantse bijdrage te zijn). Ook is er een spreken over het Woord van God, maar niemand legt uit hoe het leven uit dat Woord enerzijds en het gehoorzamen aan de moderne eigenwettelijkheid anderzijds gedoseerd moet worden. Dat kan ook niet, want niemand kan twee heren dienen. Goudzwaard zou zeggen (zie zijn pasverschenen diepgravende boekje Genoodzaakt goed te wezen, p. 28) dat ook deze ideologie van de ,,gebrokenheid" haar eigen totaalvisie op de verlossing ontwerpt. „Ze herschept in zekere zin mens en wereld, ze wijst een eigen bron van zonde aan, en hanteert een eigen antithese van goed en kwaad. En ze spreekt van noodzakelijk lijden en van offers — soms ook bloedige offers — die vanuit het gestelde doel worden gerechtvaardigd. In elke volgroeide ideologie wordt daarom het lijden en sterven van de Messias op een bepaalde wijze geïmiteerd en ontledigd. We moeten wel weten waarom het gaat."

VU-Magazine11 (1982)4(april)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 146

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's