VU Magazine 1982 - pagina 234
als de enig begaanbare weg moet worden voorgesteld. Voor velen wordt het geloof pas relevant als het helpt in de strijd om vrede en gerechtigheid. Velen zijn uiterst bezorgd over de toekomst van de mensheid, over milieuvervuiling, bewapening, onderdrukking, racisme, armoede en honger in de derde wereld, werkloosheid. Het christelijk geloof en de kerk bezielen hen pas, wanneer ze een relatie kunnen leggen met die zorgen. En de theologen zullen moeten helpen om die relatie te leggen. Een werkelijk bezielende nieuwe factor in de kerkgeschiedenis vandaag noemde prof. Mulder het ontstaan van de oecumene, de wereldwijde kerk. Wat bezielt ze? Wat bezielt ons? Heel fundamenteel worden we allen bezield (we ontvangen een ziel, het leven) omdat we geloven dat God van mensen houdt. Hij draagt ons. Hij vergeeft ons. Hij houdt onze toekomst open. En dan, we laten ons bezielen door het toen van het evangelie. We vergeten niet dat we in een lange traditie staan. En vandaag en morgen worden we bezield door een levende God en door de gemeenschap met medegelovigen in de wijdste zin van het woord. Zo bezield zullen we een antwoord moeten zoeken op vragen van onze tijd, vragen van individuele mensen en vragen van de maatschappij waarin we leven. Als onder anderen theologen (een theologische faculteit) bij dat zoeken kunnen helpen, blijft het de moeite waard aan theologie te doen. De aanwezigen splitsten zich na de lunch in 32 discussiegroepen. Daaruit kwamen drie hoofdgroepen van vragen naar voren, die werden voorgelegd aan een forum, waarin behalve de drie inleiders ook prof. dr. H. M. Kuitert en prof. dr. J. Veenhof zitting hadden.
Forum: „Wat geloven we morgen?" Aan het woord prof. dr. G. Dekker
nen, maar we moeten daar wel over praten. We kunnen riiet vantevoren iets afwijzen" (Dekker) en ,,het natuurbegrip uit de filosofie verdraagt zich niet met het natuurbegrip uit de bijbel. Daar zitten de aanzetten tot critiek op de cultuur" (Van Olst). Het meest uitvoerig is in de discussiegroepen gesproken over de stelling van Dekker dat we moeten zoeken naar een vorm en inhoud van de christelijke godsdienst die bij ons modern bewustzijn past. Hoever gaat dat dan? Verandert dat ook de verzoening? Prof. Dekker verhelderde zijn stelling door te wijzen op zondag 10 van de Heidelbergse catechismus, waar God en mens tegenover elkaar uitgespeeld worden. Dat is een schema, waarbij door de toename van de menselijke 1. Hoe is de verhouding tussen geloof wetenschap aan God steeds minder en cultuur? Moet je je aanpassen óf plaats toekwam. Dit hele schema is moet je er juist tegenin (durven) achterhaald. Wij beleven God ook als gaan? wetenschapper veel meer als de 2. T.a.v. de liturgie als een nieuwe Bondgenoot en als een toekomst opemogelijkheid de ervaring een kans te nende kracht. Kortom, het hele Godsgeven in het geloof, is de belevenis beeld dat de mens erop nahoudt, is van mensen niet zo verschillend, dat veranderd. Door deze verandering in het Godsbeeld, die nog steeds doorje daar geen liturgie meer bij vindt? 3. De overdracht van het geloof aan de gaat, verandert een hele set godsdienjeugd. Hoe geven wij hetgeen wij als stige gebruiken mee. Genoemd zijn waardevol ervaren door aan de vol- het gebed en ons normen- en waardenpatroon. De kerkdienst, zoals we gende generatie? die in veel gereformeerde kerken kenUit de plenaire forumdiscussie kwam nen, is een ouderwetse vorm van omduidelijk uit dat er altijd spanning blijft gaan met elkaar. tussen christenzijn en de algemene In de gespreksgroepen was duidelijk cultuur (Veenhof), en „er gebeuren het besef dat er iets misgegaan is bij dingen in onze cultuur, waar wij als ons wat betreft de viering, ook ten christenen niet mee uit de voeten kun- aanzien van het H. Avondmaal. Het
212
boeit de jongeren niet. Vanuit het forum werd gepleit voor de klassieke liturgie (van Rome) volgens de Anglikaanse traditie (Kuitert). De vraag is hoe dit toepasbaar is in de gereformeerde kerken. Bij kleine veranderingen in de liturgie ontstaan in de gemeente vaak al moeilijkheden. Hier ligt wel een belangrijke uitdaging aan de Theologische Faculteit om meer liturgie in haar pakket te doen. In alle groepen leefde grote bezorgdheid over de overdracht van het geloof aan de jeugd. De theologische dag bleek inderdaad maar weinig jongeren onder de 30 te hebben getrokken. In de inleidingen had men over deze problematiek meer willen horen. Veel jongeren vertrekken na de middelbare schooltijd naar de grote steden, waar ze praktisch onbereikbaar zijn geworden voor de gevestigde kerken. Bezorgdheid is er bij veel ouderen ook over een gebrek aan geloofskennis bij jongeren. Men spreekt eikaars taal niet meer. Als afsluitende conclusie van de discussies op deze Theologische dag van de VUSA werd gesteld: er is een veranderingsproces op gang gekomen. Dat is goed. Maar er is ook de vraag: is er niet te veel aanpassing aan de cultuur? Hoever kun je hier gaan? Ook vragen naar het Schriftgezag komen hier steeds op. Ten slotte was er een stemming te bemerken, die ook af en toe werd uitgesproken: het is allemaal wel moeilijk, maar de echte problemen zijn vandaag wel op tafel gekomen en dat is een groot voordeel.
vu-Magazine 11(1982) 6 (juni)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's