VU Magazine 1982 - pagina 82
Schuldig aan liefde Roelf Haan Het Nationale Veiligheidssysteem in Latijns-Amerika kiest zijn slachtoffers in de eerste plaats onder het volk; dat is: onder de armen. In Midden-Amerika wordt, christendemocratie of geen christendemocratie, systematische volkerenmoord bedreven. Ook hen die dit volk liefhebben vallen onder de terreur. Als het moet ook een bisschop; hij kan als het uitkomt vermoord worden tijdens een godsdienstoefening waarin hij voorgaat, zoals bisschop Romero van El Salvador; maar als de nationale veiligheid dat vraagt kan het ook in een gefingeerd auto-ongeluk, zoals bisschop Angelelli van Argentinië. De kerk heeft tegenover het militarisme geen enkele autoriteit. De Argentijnse militairen hebben nooit gehoor gegeven aan het verzoek dat paus Paulus na de moord op 4 augustus 1976 heeft gedaan om de instelling van een onderzoek. Bisschop Angelelli werd vermoord uitbaat. Want hij was schuldig aan liefde. Liefde is drijvende kracht achter de bevrijdingsstrijd in h/lidden-Amerika. Het is dan ook de enige legitieme inspiratie die christenen kunnen erkennen. In een boekje met gedichten, proza en tekeningen uit Argentijnse gevangenissen, dat enkele maanden geleden werd gepubliceerd door Argentijnse ballingen in Mexico staat het volgende gedicht: Liefhebben. Liefhebben terwille van onze klasse,
76
liefhebben terwille van hen die lijden en liefhebben terwille van onze volk. Terwille van deze liefde leef ik en als ooit de dag aanbreekt waarop het mijn beurt is, sterfik terwille van deze liefde. Een ex-politieke gevangene uit Argentinië schrijft het voorwoord: „In de Argentijnse cellen wordt geschreven en getekend. De meeste gevangenen die dit doen waren geen schrijvers, geen dichters, geen schilders; ze hadden niet gedacht dat ze zich ooit zouden willen uitdrukken via het geschreven woord of de getekende vorm. Zich op een of andere wijze te willen uitdrukken wordt daar langzamerhand een noodzaak, een fatum waarin zowel zij die veel boeken hadden gelezen, als zij die er nooit een hadden gelezen, de vlucht zoeken. Het wordt langzaam maar zeker een noodzaak, ook al worden bij de wekelijkse fouilleringen en celcontroles de schriften vertrapt en vernield; ook al wordt op gezette tijden en zonder waarschuwing vooraf schrijven of schilderen aangegrepen als een hoofdovertreding die wordt gestraft met lange dagen ,,chancho" (isoleer-en foltercel); ook al laat zich niets schrijven van wat men ondergaat, noch van de verschrikkingen die er zijn, noch van wat men denkt van de cipiers en van de chefs van de cipiers.
De Argentijnse politieke gevangenissen zijn niet alleen plaatsen van eenzaamheid en opsluiting, het zijn plaatsen van konstante terreur: de cellen worden ieder moment bespioneerd om woorden te ontdekken en strafbare handelingen; het is verboden om overdag te gaan liggen (soms wordt verboden zich ook maar voor een ogenblik op te richten), het is verboden te lachen, te zingen, gymnastiekbewegingen te doen, een normaal gebruik te maken van de stem, of recht vooruit te kijken. Wat toegestaan is weet men nooit, want op de grond gaan zitten, of enkele passen maken in de cel, of het roosteren van een stuk keihard brood of het bewaren van een dierbare brief, dat kan de ene dag getolereerd worden, maar wordt de volgende dag als overtreding beschouwd: naar de „chancho"dus. En de voortdurende verschrikking van de „boleo" (plotseling verplaatsing), om, de ogen geblinddoekt, onder slagen en spitsroeden, de ziel doorweekt van angst, op een andere bestemming aan te komen: een andere cel, een andere gevangenis, een militair kamp, of een,,dirty death". En de onterende lichaamsinspektie op ieder uur, het trekken aan en uitrekken van vingers en tenen, testikels, billen,- oksels, oren, mond- en neusholten en de korte haren, om de onderzoekers ervan te overtuigen dat zich daar geen wapen of enig bericht bevindt. En de verplettering van de
cellen, tonnen van cement die twee personen in minder dan twee vierkante meter insluiten gedurende bijna de hele dag, alle dagen. Maar het mens-zijn van de gevangene overleeft. Hij weet niet wat er het volgende moment kan gebeuren, maar hij overleeft; hij weet niet wanneer hij vrij zal komen, eerder vermoedt hij van nooit, maar hij overleeft. Hij ziet dat ze zijn persoon in stukken willen breken, dat ze hem ervan willen overtuigen dat hij geen leven noch waardigheid verdient, maar hij overleeft. En hij overleeft door een wonder, maar een wonder waartoe alleen mensen in staat zijn: het wonder van de solidariteit, van de liefde die hen die gezamenlijk lijden tot in hun diepste wortels verbindt, de liefde van de broederschap die tot leven wordt gewekt door het zacht gefluister en de bijna onhoorbare klopjes op de muren die de cellen gescheiden houden maar die alle kracht hebben van het leven en van de hoop in het hart van de gevangene." Einde van een citaat. Over solidariteit, als een wonder van mensen. En God? Die heeft gesproken. Gesproken dat ook wij alleen maar zullen overleven, wij die dit vernemen, door menselijke solidariteit. Wij zullen omwille van onze eigen menselijkheid (die daarmee staat of valt) ons leven geheel moeten inrichten tot dit solidariteitsbetoon. Ook onze overleving zal, dat weten Christenen, een onbegrijpelijk wonder zijn. D
vu-Magazine 11(198212 (februari)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's