Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 151

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 151

5 minuten leestijd

nog weer anders, de strijd om erkenning van de homo's zelf, zoals talloze minderheidsgroepen opstonden in de afgelopen jaren?

Vermoedens Het is opvallend hoezeer wetenschappelijk onderzoek op dit gebied ontbreekt. Op de VU lijkt geen enkele onderzoeker zich met deze specifieke vraagstelling bezig te hebben gehouden. Maar ook daarbuiten is amper onderzoek naar de opmerkelijke klimaatverandering ten opzichte van homoseksualiteit. Een poging deze klimaatverandering wél te verklaren doet M. E. Boon van de vakgroep Sociale Psychologie aan de Groningse Universiteit, maar ook hij komt niet verder dan vermoedens: „Het vermoeden bestaat dat de snel gegroeide verspreiding van de communicatiemiddelen en de toegenomen mobiliteit hiertoe een bijdrage heeft geleverd; voor velen zijn de ogen letterlijk open gegaan waardoor een soort collectieve bewustwording is ontstaan ten aanzien van gemeenschappelijke en herkenbare problemen. Deze verklaring is meer op vermoedens gebaseerd dan op empirische feiten. Het is wel een feit dat de psychologie het antwoord hierop voorlopig schuldig moet blijven", zo lezen we in ,,Vooroordelen tegen en diskriminatie van homosexualiteit" (Heymans Bulletins, 1981). Een andere kijk op de zaak biedt dr. Rob Tielman in een stelling bij zijn onlangs verschenen proefschrift „Homoseksualiteit in Nederland". Hij schrijft: ,,De verzuiling heeft de zelforganisatie van homoseksuelen in Nederland vergemakkelijkt, en de mentaliteitsverandering ten aanzien van homoseksualiteit onder de Nederlandse bevolking bevorderd." De homobeweging werd een zuil(tje) naast de andere. Het kontakt tussen de zuilen vond plaats aan de top d.m.v. „sleutelfiguren" die elk de meningsvorming in hun eigen zuil beïnvloedden. De ontzuiling maakte plaats vooreen basismodel: niet langer de deskundige maar het,.grondvlak'' bepaalt de richting. Over al deze zaken praten we met drs. S. E. Huismans en dr. Z. J. Kosc, beiden behorend tot de vakgroep Sociale Psychologie aan de VU.

Een noodzaak, 'n kwestie van rekenen Huismans denkt dat al de bovengenoemde faktoren wel zullen hebben bijgedragen aan het veranderde klimaat, maar het is moeilijk, zo niet onmogelijk een en ander te bewijzen. Kosc plaatst vraagtekens: „Gebeurtenissen en ontwikkelingen als Tweede Wereldoorlog, welvaart, pil, mobiliteit vonden ook in andere landen plaats, terwijl een emancipatiebeweging van homoseksuelen buiten Nederland goeddeels uitbleef." Als voorbeeld noemt hij Polen, waar hij zelf vandaan komt. Kos'c:,,Volgens mij werkt heel erg mee dat de Nederlandse overheid een bewust emancipatiebeleid voert. Heel specifiek voor Nederland is ook dat groepen mensen zélf initiatieven nemen tot veranderingen. In Nederland heeft op die manier de emancipatiebeweging rond het COC de homo's „zichtbaar" gemaakt. In veel landen houdt men vol dat homoseksuelen daar niet bestaan. Men is zich van hun bestaan niet bewust. In Nederland wel: door voorlichting is men homoseksuelen gaan zien als mensen van vlees en bloed, als onze buren, kollega's, zoons, vaders of zelfs echtgenoten. Ze hebben een menselijke karak-

teristiek gekregen die diskrimineren veel moeilijker maakt. Een abstrakte homoseksueel diskrimineren is gernakkelijk, maar niet meer als het je broer is." Kosc denkt ook dat de traditionele opsplitsing van Nederland in talloze groepen en groepjes verdraagzaamheid tot noodzaak maakt: „In landen met meer eenheid in godsdienstige traditie, bijvoorbeeld Italië dat overwegend katholiek is, veranderen overtuigingen veel minder snel. In Nederland is voortdurend diskussie geboden wat veranderingen gemakkelijker maakt." Een verschil tussen Nederland en veel andere westerse landen is volgens Kosc ook de lange burgerlijke traditie hier te lande, tegenover een feodale in andere. ,,Daardoor zijn hier waarden als individualiteit en vrijheid erg belangrijk. Zelfs de homoseksuele wereld kent talloze differentiaties: joodse homogroepen, Surinaamse homogroepen en ga zo maar door. Aldus hebben de Nederlanders moeten leren leven met verschillen en elk Groepsbelang wordt met een wet beschermd." Kosc vindt Nederland dan ook ,,een belangwekkend verschijnsel" als sociaal-psycholoog. Huismans: „Het protestantisme speelt ook een belangrijke rol. Het kwam in meerdere stromingen tot ons: Wederdopers, Calvinisten, Hugenoten. Wat Kosc burgerlijke traditie noemt, noem ik koopmanstraditie. Wij zijn er al heel snel achter gekomen datje met mensen die verschillen toch heel erg goed zaken kunt doen. Een kwestie van rekenen." Huismans denkt dat het door al deze faktoren in Nederland veel minder moed kost om openlijk als homoseksueel te leven. VU-magazine uit de veronderstelling dat veel Nederlanders zich weliswaar niet bewust zijn van de homovervolgingen tot in de gaskamers van het Derde Rijk toe, maar wel het soort redenering herkennen zoals toegepast op bij voorbeeld de joden. Huismans: „Dat is meer een argument dat men nu hanteert dan dat dat in de eerste naoorlogse jaren een reden is geweest om diskriminatie van homoseksuelen af te wijzen." Kosc: ,,Zo is er nog steeds geen monument voor homoseksuele gevallenen. Alleen in Amsterdam is nu geld ingezameld."

DeWet-Gelijke Behandeling: verboden te zondigen De bekroning op de naoorlogse ontwikkeling had de Wet-Gelijke Behandeling moeten worden. Het voorontwerp is nog een voortbrengsel van het vorige CDA-VVD-kabinet. Het idee kwam uit de koker van de Emancipatiekommissie, een orgaan dat de overheid van gevraagde en ongevraagde raadgevingen voorziet. In november 1977 bracht deze kommissie een advies uit waarin gepleit werd voor een wet tegen geslachtsdiskriminatie. Bestaande regelingen waren volgens de kommissie ontoereikend om ongelijkheid uit te bannen. Bovendien moesten ook mensen met een niet-heterofieie gerichtheid beschermd worden. Er zou een instantie moeten komen die diskriminatiekwesties behandelt. Ook door een aantal verdragen en richtlijnen van de EEG had Nederland zich verplicht allerlei vormen van diskriminatie uit te bannen. Grondwetwijzigingen, Kameruitspraken (zoals de aangenomen motie van PvdA-kamerlid Haas-Berger) en twee andere wetten (gelijk loon en gelijke behandeling van mannen en 137

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 151

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's