VU Magazine 1982 - pagina 158
•J»-dfeSfc»«
als je op een gegeven ogenblik op grond van de bijbelse normen — en dat is nog hoger dan hogere rechtsbeginselen (gelach) — een bepaalde overtreding van Gods wet moet afwijzen? (:..) Het is niet een kwestie van een persoon apart zetten, vernederen, want ook ik moet regelmatig tot de orde worden geroepen" (gelach en applaus). Ook de kerk moet schuld durven belijden als ze gruwelijke praktijken heeft toegelaten of bevorderd. Daarom, als in deze dagen wordt gezegd dat Leerling en zijn politieke partij erop uit zijn om homofiele mensen de gaskamers in te jagen, vind ik dat een afschuwelijk misplaatste zaak (geschreeuw). Dat is niet het geval, dat is niet het geval. Want op een gegeven moment mag ik wel zonde zónde noemen, maar de Here God en Jezus Christus heeft de zondaar lief. Gelukkig mij ook" (gelach).
Redelijk normaal Een volgende vraagsteller richt zich tot mevrouw Kraaijeveld over de vrijheid van onderwijs (artikel 208 van de grondwet). De Onderwijsraad, een advieskollege van de Kroon, bracht een zeer negatief advies uit over het voorontwerp. ,,Daar staat één zinsnede in die ik graag aan de orde wil stellen. Er is u namelijk door de Onderwijsraad een ernstig verwijt gemaakt: u heeft noch in de wettekst, noch in de toelichting gerept over de vrijheid van onderwijs. Waarom is dit zo gedaan? Wordt deze zaak nog heroverwogen?" Mevrouw Kraaijeveld vindt dat deze zaak wel degelijk is afgewogen. De onderwijsminister heeft mede het voorontwerp ondertekend, dus hij was volledig betrokken bij de ontwikkeling van deze wet. ,,Eén ding is zeker. Achteraf was het toch, denk ik, goed geweest, om de afweging hieromtrent in de toelichting op te nemen. Maar met dit voorontwerp wordt de vrijheid van schoolbesturen om personeel te benoemen en te ontslaan volgens het artikel in de grondwet op generlei wijze aangetast. De school is vrij om die mensen aan te stellen waarvan zij vindt dat deze de beginselen en doelstellingen zullen uitdragen. Nu is diezelfde wet als het ware doorgetrokken naar het begrip huwelijkse staat, al kenden we toch al de bepaling dat het kostwinnersschap niet geldt als ontslaggrond. Daarmee wordt de gehuwde vrouw beschermd, want dat beginsel werkt onrechtstreeks uit naar de gehuwde vrouw. Dus dat begrip is al eerder binnengehaald." Toen dat nog niet zo was, konden er vreemde dingen met werkende vrouwen gebeuren. Mevrouw Kraaijeveld weet daarvan uit eigen ervaring.,,Vroeger hebben we al vastgelegd in de wet dat de staat van de vrouw er niet toe doet op het ogenblik dat zij trouwt. Want voordien werd een vrouw ontslagen als zij trouwde. Ik ben ontslagen toen ik in het huwelijksbootje stapte. Mijn man die bij het onderwijs zat niet.maar dat vonden wij toen nog redelijk normaal. Maar later heeft de overheid in de wetgeving vastgelegd dat't geen reden tot ontslag mocht zijn als een vrouw
een andere status aannam. Nu dat begrip „huwelijkse staat" wordt uitgebreid met homofilie blijft buiten kijf dat men die mensen in de school mag halen die men daarin vindt passen." De nieuwe regering zal dus in de Toelichting een beschouwing ten beste geven over de verhouding van de Wet-Gelijke Behandeling tot artikel 208 van de grondwet. ,,Maar, dan blijft het principiële standpunt van de Onderwijsraad dat hij niet pleit voor het zonder meer buiten de werking van deze wet plaatsen van met name het bijzonder onderwijs. Hij ziet wel dat schoolbesturen in konflikt kunnen geraken, in een soort gewetensnood en dat daarvoor een oplossing moet worden gevonden. De raad denkt aan een „gewetensnoodartikel", een goede suggestie denk ik", aldus mevr. Kraaijeveld. Dit antwoord laat prof. Velema hoogst onbevredigd. „De vrijheid van onderwijs is zó wezenlijk dat een beschouwing daarover niet had mogen ontbreken. Je mag dat eenvoudig niet weglaten. En ten tweede: in het gesprek tussen schoolbestuur en sollicitant mag volgens mevrouw Kraaijeveld over allerlei opvattingen gesproken worden maar dat stelt weinig Voor daar deze wet verbiedt iemand niet te benoemen op grond van een homofiele relatie of het ongehuwd samenwonen. En dan nog een derde punt. Het zit mij geweldig hoog, dat wil zeggen: ik heb het daar geweldig moeilijk mee (gelach). Er is een man, hij is ouderling in een kerkelijke gemeente en daarbuiten is hij lid van het schoolbestuur. Hij mag als ouderling zeggen en doen wat hij wil binnen de kerk, maar dat mag hij niet als lid van het schoolbestuur. Ik denk dat hier niet alleen maar een kwestie van schizofrenie aan de orde is (gelach, geschreeuw) maar dat iemand wezenlijk gespleten wordt (rumoer) als ouderling en als lid van het schoolbestuur" (hevig rumoer, dan applaus).
Niet een schijn van legitimiteit Het wordt mevrouw Beckers nu allemaal wel wat al te gortig:,,Professor Hommes zegt dat 's zondags op de kansel wel tegen homofiele praktijken en buitenechtelijke samenlevingsvormen geageerd mag worden en 's maandag mag dat niet in praktijk worden gebracht. Professor Velema schrijft in de NRC van 22 januari: „Belijden zonder beleven, woord zonder daad, heet in onze samenleving hypokriet en terecht". Mijn vraag is: hoe kan het dan dat men zegt
Toen juf Wouters trouwde met meester Kraaijeveld, werd juf ontslagen, maar meester niet. De vrijlieid van onderwijs werd met tiet ontstaan van huwende onderwijzeressen niet bedreigd geacht
•«i^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's