VU Magazine 1982 - pagina 349
Het EISEN VAN MENSENRECHTEN
geadresseerd aan: Nationale Politiek
internationale Politiek
MINIMALE strategie
verbod om te martelen, verbod doodstraf, jur. procedurele garanties
Rechtsbescherming, bescherming van minderheden
MAXIMALE strategie
Recht op werk, op onderwijs en wonen
Recht op ontwikkeling
het geval van het Europese Hof voor de mensenrechten of soortgelijke fora) heeft dat een toenemende specificatie van normen ten gevolge, waardoor het oorspronkelijke politieke doel achterde horizon dreigt te verdwijnen. Ik wil het hier eigenlijk niet hebben over de vraag, of een maximale strategie voor mensenrechten op zich gerechtvaardigd is, ik wil vooral de kwestie opwerpen, of het nuttig is om hier over het eisen van een recht te spreken. Men kan het dan beter hebben over algemene politieke eisen. Er zijn twee gezichtspunten, die aanleiding geven, om voor een maximale strategie te waarschuwen: 1.) Als men ,,recht" als precies te normeren gedragsverwachtingen definieert, die door gerechtelijke (of soortgelijke) instanties kunnen worden afgedwongen, dan zouden ook de ,,minimale" mensenrechten op internationaal niveau geen recht zijn (dit was de mening van de rechtspositivist Hans Kelsen in 1950). De vergaderingen van de Verenigde Naties hebben immers geen mogelijkheden hun wensen af te dwingen. De enige sanctie is die van de openlijke berisping. Het is daarom niet toevallig, dat naast de Verenigde Naties een hele reeks van particuliere, via de media zeer effectieve fora tot stand gekomen is (denk aan: Amnesty International en het Russell-tribunaal), die in hun oordeel geen rekening hoeven te houden met diplomatieke voorzichtigheid, en daarom een grotere geloofwaardigheid hebben gekregen dan internationale bijeenkomsten. Het is ook niet toevallig, dat zij de vormen van de gerechtelijke procedure zoveel mogelijk navolgen: aanklacht, het vaststellen van de stand van zaken om het oordeel deugdelijk te kunnen funderen. De symboliek van gerechtelijke vormen wordt gebruikt, om de pretentie van recht te accentueren, hoewel de mogelijkheden tot afdwinging afwezig zijn. Desondanks zijn deze organisaties zeer succesvol. De Europese gemeenschap, de Organisatie van Amerikaanse Staten, de Arabische Liga, zij allen hebben in hun statuten een katalogus van mensenrechten opgenomen. Ook
VU-Magazme 11(1982) 9 septembei-
dit is in veel gevallen alleen maar symbolisch — de ineffectiviteit van de plechtige verklaringen is voor de participanten nogal eens voorwaarde er hun goedkeuririg aan te hechten. Maar, om en voorbeeld te noemen, de introductie van klachtmogelijkheden voor individuele burgers, is een stap voorwaarts op weg naar een internationaal geldende conventie van mensenrechten. Ais men z'n conventie steeds maar wil uitbreiden, bedreigt men de voorwaarden, die op dit gebied tot nu toe tot succes hebben geleid. Het gevaar van inflatie, ook van de opgeroepen verontwaardiging, is levensgroot. 2.) De discussie over grondrechten in de Bondsrepubliek Duitsland levert veel voorbeelden van maximale strategieën op het terrein van de nationale mensenrechtenpolitiek. Het ,,Bundesverfassungsgericht" was in 1951 een institutie van een nieuw soort. Het heeft sindsdien zijn plaats in de zich ontwikkelde Westduitse democratie
Politieke middelen moeten zien te vinden. Vooral het constitutionele bezwaar (Verfassungsbeschwerde), waarmee de individuele burger zich tegen beslissingen van rechtbanken en administratie teweer kan stellen, als zij de strijd met de Verfassung kunnen aantonen, heeft zich tot een instrument ontwikkeld, waardoor politieke beslissingen in toenemende mate aan juridische criteria worden getoetst. Met name artikel 2. (Recht op vrije ontwikkeling van de persoonlijkheid) en art. 3 GG blijken ingangen te bieden, om rechten op te eisen als het recht op werk, op onderwijs, respectievelijk recht op bescherming van minderheden en zelfs het recht op gezondheid. Men vindt weliswaar in juridische publicaties auteurs, die er op wijzen, dat men „natuurlijk" niet aanneemt, dat deze rechten geheel en al gerealiseerd kunnen worden maar dat zij vooral als het eisen van ,,betere
politiek" moeten worden opgevat. Zij brengen een ,,verzorgingsstatelijke grondrechtstheorie" naar voren, die in tegenstelling tot de liberale opvattingen ook heeft voor het inzicht, dat formele gelijkheid van kansen nog niet de ongelijkheid in maatschappelijke voorwaarden opheft, om juridisch gegarandeerde vrijheden ook daadwerkelijk te kunnen gebruiken. In zoverre maakt deze grondrechtstheorie gebruik van inzichten van de rechtssociologie m.b.t. de voorwaarden waaronder liberale postulaten effect kunnen sorteren. Van rechtssociologische zijde komt echter het volgende verwijt: als men eisen t.a.v. de welvaartsstaat van een rechtskarakter voorziet, vermindert de ruimte voor politieke beslissingen. Dit leidt tot een steeds verfijndere normering op het gebied van persoonlijkheidsrechten (zoals bij participatie- en inspraakrechten in scholen, universiteiten) en gelijkheidsrechten (zoals bij discriminatieverboden), die in concrete gevallen misschien wenselijk is, maar die leidt tot een juridificering van de samenleving en tot een inperking van de politieke speelruimte. Politici zien daarom maximale strategieën terecht als pogingen om hun competentie en speelruimte in te perken (in het geval van de Duitse grondrechtsdiscussie ten gunste van de competentie van de rechtbanken). Juridificering betekent daarbij steeds weer, dat beslissingen van te voren zijn vastgelegd, zodat in het concrete geval niet naar de eventueel te verwachten gevolgen wordt gekeken. Het is de vraag, of een effectieve sociale politiek niet eerder met politieke dan met rechtsmiddelen moet worden bewerkstelligd. Deze vraag is niet op een principiële wijze mogelijk. Er moet gekeken worden naar de mogelijkheden tot realisering van de gestelde doelen. Bij de keuze tussen de verschillende middelen pleit ik voor een oriëntatie op de te verwachten kansen op resultaat (daarbij ook gelet op symbolische resultaten). Het recht heeft meestal nauwere grenzen dan de politieke — we moeten bij het recht dan ook minimalere doelstellingen hanteren.
319
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's