VU Magazine 1982 - pagina 366
wapenwedloop. Een criterium voor de eigen defensie is dus het niet-bedreigende karakter voor anderen. Elders noemden wij dat: defensie zonder provocatie. Een tweede aandachtspunt is de aanvoer van olie en grondstoffen over zee en de overzeese handel in het algemeen. Om in Europa en zeker in Nederland de huidige levensstandaard te kunnen handhaven is een „vrije zee" van groot belang. Wij onderkennen dat hier een probleem ligt, maar zijn van mening dat dit niet kan worden opgelost door een Europese militaire machtsontpiooiing. Een vraag die altijd naar voren komt bij discussies over conventionele verdediging is die naar de kosten. In de eerste plaats wordt dikwijls gesteld, dat kernwapens goedkoper zijn op het slagveld dan conventionele wapens. Zou men immers de explosieve kracht van een klein kernwapen van 1 k ton TNT willen bereiken met TNT zelf, dan heeft men 1.000 ton van dit chemisch springmiddel nodig — en dat is een hoop. Als repliek moge dienen dat in militaire situaties het meestal optimaal is om kleinere explosies te veroorzaken, mits op de goede plaats. Het is niet prettig om met een leger door een gebied te trekken dat eerst met tactische kernwapens is bewerkt. Een meer afdoend antwoord is echter, dat de conventionele verdediging die wij hier bespreken juist niet bestaat uit het vervangen van kernexplosies door chemische. De militaire opstelling als zodanig moet van de grond af worden doordacht, uitgaande van een puur defensieve opbouw. Dan blijken sommige onderdelen van de strijdkrachten sterk te kunnen worden verminderd. De bereikte besparing is dan royaal toereikend voor de conventionele opbouw. Een andere vraag in dit verband is of West-Europa industrieel en potentieel niet te zwak is voor een conventionele verdediging. Wordt men conventioneel niet onder de voet gelopen door de troepen van het Warschau Pact en — zo is de vraag — moet men dan geen kernwapens inzetten om die tegen te houden. Naar onze mening is de enige conclusie, die men uit de ligging van WestEuropa en zijn geringe diepte mag trekken, dat op wereldschaal WestEuropa niet moet streven naar een status als supermogendheid met belangen over de gehele wereld. Maar er is geen enkele reden om de mogelijkheden tot een doeltreffende verdediging van West-Europa te onderschatten. Blijkens cijfers van het Internationale Instituut voor Strategische Stu-
332
«Sr^
%llfcl^ " J J T B R E M E R H A V E N
P A C T
r J
DUTCH^V. WEST GERMAN BRITISH
\^fj f ?
BELGIAN^
^y
^^^^^
*
BERLIN
:p-'
y}
tiNlrÉ^ , STATES
FRANKFURT
1 -~C!.('^
^^-^"^
WUR2BURG* • ^
STUTTQART
7 '
FRANCE
WEST 1GERMANY
[ /
SWITZERLAND
^
GERMANY /
^^^ESTS ^GERMAH/
/^Vj
KJ.
>-^r
}^
^ -,-"''"'''''•'-'"' ^
UNITED N STATES
J>ZE<^'^°SLO«AKiA
WEST GERMAN MUNICH
•
Vi
X ^
A,
AUSTRIA
De vakken die zijn toegewezen aan de diverse NAVO-strijdkrachten. (Ontleend aan „Ons leger".)
dies hebben de NAVO-landen ongeveer evenveel troepen als het Warschau Pact. Dat zelfde geldt trouwens voor het Europa buiten de Sovjetunie. Nu kan men natuurlijk zeggen, dat mobilisabele- en politietroepen moeten worden meegenomen, of dat men ook de tanks, pantservoertuigen en vliegtuigen in de beschouwingen moet betrekken. En dat geef ik graag toe. Maar het blijft opmerkelijk dat bij de eerste grootheid die in gedachten komt als je denkt aan een verrassingsaanval vanuit het Oosten (en dat lijkt me vanuifTiet Oosten het meest verstandige scenario), dat dan de situatie zeker niet slecht is. Met betrekking tot de militaire uitgaven blijkt, dat de Europese NAVO-landen in 1981 95 miljard dollar besteedden tegen het Warschau Pact 132 miljard. Als men bedenkt dat de Sovjet-Unie ook nog China en de Verenigde Staten als potentiële vijanden heeft, moet duidelijk zijn, dat ook financieel met de beschikbare middelen een Europese defensie mogelijk moet zijn. Waarin schuilt dan de zwakte van de NAVO, zo die er al is? In de literatuur vindt men verwijzigingen naar een gebrekkige coördinatie binnen de NAVO, een geringe standaardisatie van onderdelen bij de diverse legers. En men hoort verhalen over de ,,ga-
Kernexplosies niet vervangen door chemische
ten" die ontstaan door de zwakke bevelvoering. Als dat allemaal al zo is — en er is geen reden dit in twijfel te trekken — dan moet dit niet opgelost worden door kernwapens op te stellen, maar door de defensie te reorganiseren. Tegen een aanval met kernwapens is geen kruid of kruit gewassen. Men kan zulk een aanval slechts ontmoedigen. Het beste is natuurlijk om het taboe, dat rust op het inzetten van kernwapens uitte buiten en te versterken. Een duidelijke stap is dan om West-Europa kernwapenvrij te maken, en zelf af te zien van een eigen Westeuropese vergeldingsmacht. Een conventionele opzet van de Westeuropese defensie betekent natuurlijk niet dat wij een conventionele oorlog in Europa propageren. Integendeel, een goed voorbereide verdediging zal een mogelijke tegenstander van militaire avonturen afhouden. Hij kan immers niet snel een ,,tait accompli" veroorzaken. Aan de andere kant biedt het niet-provocerende karakter van de defensie uitzicht op een stelsel van Europese Veiligheid. Er gaat van West-Europa geen militaire bedrei-
Europese defensie financieel mogelijk ging uiten alle Europese landen profiteren van goede handelsrelaties. Er is ook geen reden om te vrezen, wat men wel noemt de finlandisering van Europa. Immers, West-Europa is binnen het gebied van bevolkingsaantal, industriële produktie en technologische kennis op veel terreinen de gelijke of zelfs de sterkere vergeleken met de Sovjet-Unie. Er zijn dus genoeg mogelijkheden om weerstand te bieden aan te grote pressie, is er werkelijk iemand die gelooft dat West-Europa minder hoeft te betalen voor gas uit Siberië omdat hier kernwapens staan opgesteld? Natuurlijk niet. Soms wordt gesteld, dat wij in Europa voor de keus staan: rood of dood, dus of Sovjet communisme of vroeg of laat in de kernwapen ,,holocaust" ondergaan. Wij menen, dat er een derde mogelijkheid is: een realistische defensie die anderen niet bedreigt. Als Europa bewust deze keuze maakt, dan biedt deze plaats waar twee wereldoorlogen zijn ontketend eindelijk uitzicht op vrede.
vu-Magazine 11 (1982) 10 oktober
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's