VU Magazine 1982 - pagina 187
handelwijze die, vanwege de vervlakkende externe maatschappelijke ontwikkelingen buiten die kerk om, nu minder logisch is dan vroeger mogelijk het geval was. Dit synodespreken komt in een tijd waarin meer dan ooit sprake is van onverschilligheid en ook van een verlies van legitieme groepsidentiteit, zonder welke geen mens in de samenleving kan functioneren. Allemaal stappen op een weg, die — veelbetekenend — begon met de opheffing van hun eigen organisatie door de Protestants Christelijke Werkgevers.
Wat hier wezenlijk op het spel staat is niet een nieuw „bolwerk"-denken, nieuwe machtsvorming van een groep die langzamerhand in meerdere of mindere mate inziet dat zij deze macht is kwijtgeraakt. Wat wezenlijk aan de orde is, is een verlies van (christelijk) politieke activiteit; een zich gewonnen geven aan de vertrossende tendensen van een samenleving in crisis, in de waan dat verkiezings- en machtspolitieke successen dit verlies zouden compenseren in plaats van versterken. Van Agt (carnavalesk) (Foto Trouw)
Gereformeerden (misschien niet de allerjongsten meer) zijn opgevoed bij de gedachte dat de verbinding van geloof en maatschappelijk handelen een centraal uitgangspunt vormde. Het vacuüm tussen christelijk denken en maatschappijanalyse dat zich nu meer en meer bij hen voordoet is uiteraard geen bedenksel van hen, maar is het product van de ontwikkeling van de moderne maatschappij zelf, welk product zich van buiten af aan hen oplegt, onder andere gebruik makend van de thans bestaande organizatorische zwakte, die zelf natuurlijk ook haar oorzaken vindt in dit proces van aanpassing aan de „moderniteit". Wij leven langzamerhand in het systeem van de grote apartheid. Actiegroepen en gespecialiseerde instellingen en periodieken houden zich bezig met de wezenlijke maatschappelijke problemen, zoals die welke zich voordoen aan de zelfkant van ons maatschappelijk systeem in de ,,Derd e " Wereld, en stellen van daar uit fundamentele vragen aan ons eigen maatschappelijk functioneren. Maar dat eigen maatschappelijk functioneren, daarover gaan nu juist de besluitvormers van de gevestigde maatschappelijke instellingen, die zich vanuit de zelfkant van het door hen beheerde proces hoe langer hoe minder schijnen te laten aanspreken. Deze informatie blijft daardoor hoe lan-
vu-Magazine 11 (1982) 5 (mei)
ger hoe meer steken in de ,,actiewereld", in een apart en (onbedoeld:) gesloten circuit. Hoe meer demonstraties en andere buitenparlementaire acties, hoe meer het ,.officiële" circuit, waar de werkelijke besluiten vallen, zich eveneens hard maakt. Het liedje van Jules de Corte dat hij onlangs ten gehore bracht in „Haagse Bluf" bracht dit op indringende wijze onder woorden: alles mag gezegd worden, maar niemand luistert. In extreme vormen ziet men een dergelijke situatie in Brazilië, waar de ,,opening" in het politieke proces in feite betekent dat alles nu veilig zonder censuur gezegd kan worden omdat dat toch geen kwaad meer kan voor het proces zelf, dat voldoende ver is doorgeschreden om niet meer beïnvloed te kunnen worden. In Argentinië voerde de toenmalige minister van binnenlandse zaken, generaal Harguindegui, enkele jaren lang een,,bre-
Voor protestanten mag er maar één politiek zijn:„radikale" politiek
de maatschappelijke discussie" (een ,,dialoog"), die uitsluitend propagandistische oogmerken had. Wij kunnen dit niet afdoen met te zeggen: datzijn natuurlijk Zuidamerikaanse toestanden; bij ons bestaat een échte democratie. Alleen hierom al niet, omdat de befaamde Trilaterale Commissie (waarin leidende figuren zitten uit met name de zakenwereld in de VS, Europa en Japan) reeds sinds jaren haar bezorgheid heeft uitgesproken over... het teveel aan democratie in West-Europa dat zou leiden tot de,,onbestuurbaarheid" (wie bestuurt wie??) van de Europese samenlevingen, onder meer als gevolg van de te grote academische vrijheid. Toch is met de constatering van de apartheidsscheiding tussen de ,.actiewereld" en de traditionele besluitvormingsorganen inderdaad het probleem gesteld van de bestuurbaarheid van de samenleving. Welnu, deze polarisatie, misschien kunnen we zeggen tussen de ,.tuin" waarvoor het zestiende-eeuwse Humanisme een voorkeur had (in de zin van een zich souverein terugtrekken buiten het maatschappelijk proces), en de ,,straat" waarvoor in wezen de Hervorming zich heeft geïnteresseerd (het woordgebruik is uit Mönnich's verrassende boek over de geschiedenis van het protestantisme Vreemdelingen en bijwoners), tussen de professionele 169
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's