VU Magazine 1982 - pagina 78
Afscheidscollege prof. dr. W. Metz
Wat weet de huidige geneesicunde eigeniijic van liet menseiijIc ieven? „Dokter, is het mijn lijf of liet uwe?!" zegt een vrouw, die kanker blijkt te hebben in een knobbeltje in de borst en die over de behandeling moet meebeslissen voordat ze de tijd heeft gehad deze informatie te verwerken. In het eigen gevoel stelt ze met deze uitroep een retorische vraag: ,,het is mijn lijf en ik beslis wat ermee gebeurt", wil ze in feite zeggen. Met dit voorbeeld gaf dr. H. 8. Verbrugh, medisch medewerker van NRC Handelsblad, aan hoezeer in de dagelijkse praktijk van de gezondheidszorg de problematiek zich openbaart die prof. dr. W. Metz op 27 november '81 aanroerde bij zijn afscheid als buitengewoon hoogleriaar in de Medische Vakfilosofie en Ethiek aan de VU. „Is het uw lijf of het mijne?" ,,Geen dokter, die het met zoveel woorden zal durven ontkennen", vervolgde de NRC-medewerker,,, maar in de praktijk van de medisch-wetenschappelijke werkelijkheid ligt het op een subtiele manier totaal anders. De patiënt kan niet wezenlijk beslissen óver wat er met haar of zijn eigen lijf gebeurt, want er is alleen wetenschappelijke kennis omtrent dit lichaam beschikbaar. Die stamt uit een totaal andere wereld dan die van de eigen ervaring van de patiënt en is bovendien oppermachtig." „Verantwoording", noemde prof. Metz het aandachttrekkende afscheidscollege, waarmee hij een negenjarige periode afsloot van onderwijs aan de VU in de Medische Vakfilosofie. Wat is dat? Prof. Metz formuleerde het aldus: „De IVIedische Val<filosofie vraagt zich af wat de verhouding is tussen het menselijk leven als empirisch gegeven en als object der geneeskunde. Die vraag klemt voor de geneeskunde in het bijzonder, omdat zij, in haar diagnostiek en therapie, weer terugkeert tot de empirie van het menselijk leven. Doch hoe voorzichtig de Medische Vakfilosofie haar vraag ook stelt, zij roept weerstanden op. Want die vraag stelt de vanzelfsprekendheid waarmee de wetenschappelijke inzichten
72
gelden, ter discussie. Evenals alle (experimentele) wetenschappen vindt ook de beoefening van de geneeskunde plaats onder de paraplu van een paradigma. Met de aanvaarding van een paradigma door een „scientific community" ligt het onderzoek vast en is de discussie over grondvragen gesloten. De vraag van de Medische Vakfilosofie stelt die grondslagen opnieuw ter discussie. Echter: de „scientific community" is slechts dan bereid die vraag ernstig te nemen als de toepassing van de inzichten uit het onderzoek van de Medische Vakfiiosofie gewonnen, tot re-
sulaten zou leiden die de resultaten van de vigerende geneeskunde zouden evenaren of overtreffen. Die belofte is er niet. Het staat van te voren zelfs vast dat mogelijke resultaten van het Medisch Vakfilosofisch onderzoek radicaal zullen verschillen van die van de vigerende geneeskunde. In een tijd waarin de bijdragen van de wetenschappen in toenemende mate op hun toepasbaarheid worden beoordeeld, verkeert de Medische Filosofie dan ook in een wankele positie. Deze situatie ontmoedigt haar niet: ze is een reden temeer om het onderzoek naar het antwoord op haar vraag met kracht voort te zetten.'' In z'n afscheidscollege vertelde prof. Metz hoe hij er toe kwam, zich met Medische Vakfilosofie bezig te houden: ^,Na een Middelbaar Technische Opleiding tot Werktuigkundige studeerde ik van 1930 tot 1936 geneeskunde te Leiden. Tijdens mijn studie was ik drie jaar assistent op Pathologische Anatomie (prof. dr. N. Ph. Tendeloo) en anderhalf jaar assistent op Verloskunde (prof. dr. P. C. T. van der Hoeven). Mijn oplei'ding werd afgerond met een algemeen assistentschap aan het Oude en Nieuwe Gasthuis in Delft. In 1939 vestigde ik mij in Rotterdam als huisarts. De praktijk voldeed geheel aan mijn verwachtingen (...). Het was de tijd van de medische onmacht. Empirie en wetenschap sloten op elkaar aan. Na de oorlog maakte de medische onmacht plaats voor de medische macht. Als voorbeeld moge dienen de penicilline: de meest uiteenlopende aandoeningen zoals meningitis, angina, otitis, impetigo, furunculosis,
vu-Magazine 11(1982) 2 (februari)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's