Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 322

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 322

5 minuten leestijd

De Kwaliteit van de inhoud van het orodükt neemt hier waarschijnlijk een grotere plaats in dan bij de VNU. In ieze bladen geen mode en recepten, Tiaar radikale artikelen, variërend van net emancipatiebeleid in Putten en het oeeld van vrouwen in streekromans, •ot de positie van buitenlandse vrouwen in Nederland en de verwerpelijke gevolgen van sexueel geweld tegen yrouwen. Problematisch hierbij is dat de feministische bladen weliswaar meer feministische standpunten innemen, maar tegelijkertijd veel minder vrouwen bereiken dan de vrouwenweekbladen, ^er vergelijking: de oplage van Opzij is 30.000. die van Margriet 700.000 exemplaren. Dit dilemma voor de vrou/venbeweging (en Opzij en Serpentine) tussen radikale standpunten en een lage oplage, en gematigde standounten en een hoge oplage, is onoposbaar. -let onderzoek heeft een aantal conclusies opgeleverd die voor een keuzeoepaling tussen gematigde standounten en een hoge oplage, en vergaande opvattingen en een lage oplage, van belang kunnen zijn. Allereerst Dieek dat de vrouwenbladen nauwei|ks feministisch schrijven: de onderwerpenkeuze IS nogal traditioneel, er A/ordt gesuggereerd dat vrouwen zélf yoor hun huidige positie gekozen heboen en dat zij met hun huidige positie •evreden zijn. In de feministische bladen zijn meer standpunten van de /rouwenbeweging terug te vinden. Van meer belang dan deze voor de nand liggende conclusie, is de aard van de relatie tussen de opvattingen van de lezeressen die een vrouwenolad lezen, en de opvattingen die m net vrouwenblad naar voren komen. (Dit verband is wegens gebrek aan bepaalde gegevens, niet voor Opzij en Serpentine onderzocht.) Bij het vergelijken van de opvattingen van de lezeressen met de opvattingen van de bladen, bleek dat de strategie die Margriet pretendeert te voeren, voorlopen op de lezeressen in de hoop ze op te iaten schuiven in feministische richting, opgeen enkele manierdoor onze gegevens wordt ondersteund. De opvattingen van lezeressen zijn allang een eind in feministische richting opgeschoven door andere invloeden dan alleen die van het vrouwenoiad. Het meerendeel van de lezeressen huldigt momenteel dezelfde opvattingen als die, welke in de door hen gelezen vrouwenbladen worden geuit. Het aantal lezeressen dat voorloopt of achterloopt op de opvattingen die in vrouwenbladen tot uiting komen, is relatief klein. Overigens overtreft het

292

aantal vrouwen dat voorloopt zelfs het aantal vrouwen dat achterloopt op de in de vrouwenbladen geuite opvattingen (dit laatste geldt niet voor vrouwen ouderdan vijftig, zonder baan buitenshuis en met uitsluitend een lagere school opleiding, want daar geldt dat ze achterlopen). Kortom: Margriet schrijft wat de lezeressen willen horen. Dat dit goed is voor de oplagecijfers laat zich raden: mensen lezen nu eenmaal graag een blad dat aansluit bij hun eigen opvattingen. Dit betekent echter wel dat er weinig vooruitgang is te bespeuren in het denken over emancipatie. De voortrekkersrol die het vrouwenblad meende te vervullen (althans volgens Hanny van den Horst, ex-hoofdredaktrice van Margriet, in Vrij Nederland van 17 januari 1982), vervult zij blijkens ons onderzoek niet, althans, ten tijde van het onderzoek niet meer. Deze uitkomst heeft uiteraard consequenties voor de strategie die de vrouwenbeweging moet voeren om haar doelen gerealiseerd te krijgen. Zij zal een afweging moeten maken tussen de zuiverheid van de over te brengen Ideeën, noodzakelijkerwijs gekoppeld aan een klein publiek, en de ideeën wat gematigder over brengen, waarbij ze dan waarschijnlijk wel meer mensen bereiken. Het meest effectief zou zijn beide wegen te bewandelen. Dat betekent concreet het blijven bevorderen van de eigen vrouwenmedia: zowel voor wat betreft de tijdschriften als radio en tv en eventuele andere, nieuwe media. Om meer vrouwen te bereiken is het noodzakelijk ook invloed in de traditionele media te krijgen. De strategie die Margriet pretendeerde te voeren, om op de lezeressen vooruit te lopen, kan succesvol zijn. Mensen zijn eerder geneigd nieuwe ideeën te accepteren die dicht bij hun eigen opvattingen

liggen, dan ideeën die veel verschillen van hun eigen opvattingen. Door als vrouwenblad net iets feministischer te schrijven dan de opvattingen van de lezeressen, kan men de opvattingen in feministische zin laten opschuiven. Daarvoor is het nodig dat feministische vrouwen tot dergelijke media toetreden en gaan werken aan een verandering van het redaktionele beleid. Een groot concern als de VNU kan zich vandaag de dag toch eigenlijk niet permitteren geen feministisch blad uitte geven. De vrouwenbeweging heeft voor de verspreiding van haar ideeën, naast de eigen media, ook de vrouwenbladen nodig. Van de vrouwenbeweging kan en mag echter niet verwacht worden dat zij haar ideeën verloochent voor een grote oplage. Dat betekent dat vrouwenbladen en vrouwenbeweging elkaar op gemeenschappelijke punten moeten zien te vinden. Dat zouden punten kunnen zijn waarover binnen de vrouwenbeweging een grote mate van consensus bestaat, zoals het belang van vrije abortus. Ook zouden de vrouwenbeweging en de vrouwenbladen overeenstemming over bepaalde akties kunnen bereiken, waarbij de vrouwenbladen dan als doorgeefluik fungeren. Het feit dat er over vrouwenzaken geschreven wordt, is op zich al belangrijk. In deze tijd gebeurt dat ook vrij regelmatig. Toch blijft van belang hóe er geschreven wordt. Het maakt natuurlijk wel wat uit of er over het huishouden als hoogste bron van geluk voor de vrouw geschreven wordt, of als werk dat verricht moet worden wil men in leven blijven en wat zowel door mannen als door vrouwen gedaan zou moeten worden. Voor de vrouwen- en feministische bladen blijft er voorlopig echter nog genoeg stof om over te schrijven.

Wat geloven wij morgen? Op 24 april jl. werd een landelijke VU-dag gehouden, georganiseerd door de Vereniging en de Theologische Faculteit, over het thema ,,Wat geloven wij morgen?" De inleidingen werden gehouden door prof. dr. E. H. vanOlst, prof. dr. G. Dekker, en prof. dr. D. C. Mulder, 's Middags volg-

de nog een forumdiscussie. De lezingen en een verslag van de discussies zijn bij de Vereniging beschikbaar. Ze zijn te bestellen bij Bureau Vereniging, VUSA-aktiviteiten, kamer 1D-13, postbus 7161, 1007 MC Amsterdam. Tel. (020) 5 48 26 78. De brochure kost ƒ 5,-(incl. porto)

VU-Maga2lne11 (1982) 9 september

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 322

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's