VU Magazine 1982 - pagina 212
Theologische en kerkelijke wortels van het antisemitisme
Christelijke tiieologie na Auscliwitz dr. Martien Brinkman Het boek van dr. Hans Jansen over de mogelijkheid van christelijke theologie na Auschwitz heeft in korte tijd veel opzien gebaard. Hoewel het een dik (619 biz.) en duur (f 85,-) boek is, was de eerste druk al heel snel uitverkocht. Gezien de inhoud behoeft dat niet te verbazen. Het boek zal nog heel lang veel diskussiestof onder christenen doen opwaaien. Dat ook de theologen allerminst aan deze studie voorbijgaan, moge blijken uit het feit, dat aan de theologische fakulteit van de VU op 6 mei een forumavond met de auteur en joodse en christelijke forumleden is belegd. Op verzoek van de initiatiefnemers van deze forumavond, de theologische fakulteitsvereniging „Rachab", had dr. Martien Brinkman, wetenschappelijk ambtenaar bij de sektie dogmatiek van de theologische fakulteit een inleidend gesprek met dr. Jansen. Dit gesprek had niet het karakter van een vraag- en antwoordspel, zodat in de navolgende inleiding op deze omvangrijke studie de vragen van dr. Brinkman en de antwoorden van dr. Jansen ineengevlochten zijn. De tekst is, voorzover er niet geciteerd wordt uit het boek, van de hand van dr. Brinkman. in het begin van zijn boeit wijst dr. Jansen erop, dat vooral in de Verenigde Staten zich de laatste decennia een uitvoerige „Holocaust-theologie" heeft ontwilfkeid. In deze theologie van joodse en christelijke denkers komt zeer nadrukkelijk aan de orde, dat het „antisemitisme, zoals dat racistisch en politiek zich in Nazi-Duitsland ontwikkelde en uitliep op de Holocaust, géén catastrofe alleen was in de ivere/c/geschiedenis, maar niet minder in de /cer/cgeschiedenis, met andere woorden: dat het theologisch en kerkelijk anti-judaïsme van de christelijke kerken de wortels zijn van het latere racistische en politieke antisemitisme. Daarom komt in hun geschriften de stelling voor dat de christelijke kerken geen overlevingskansen hebben als deze wortels niet
194
worden blootgelegd. Zij noemen het christendom een intolerante godsdienst en de Holocaust is, juist omdat de westerse beschaving voor het belangrijkste deel een christelijke beschaving is, veel meer een catastrofe voor het christendom dan voor het jodendom. Het is om deze reden dat sommige joodse en christelijke denkers spreken over het bankroet van de christelijke beschaving en zelfs van de christelijke godsdienst. Deze theologen wijzen ook op grond van gedegen studies de veel verbreide mening af dat antisemitische tendensen slechts tot de randgebieden van de christelijke leer zouden behoren. Integendeel, het is bijna onontwarbaar met de hele traditie van het christendom verweven, het wortelt in de geschriften van het Nieuwe Testament. ,,Het lijdensverhaal van Jezus is het begin geweest van de lijdensgeschiedenis van het joodse volk." In confrontatie met Auschwitz is het volgens deze theologen een van de opdrachten van de christelijke theologie de christelijke leer aan een radicale ideologie-kritiek te onderwerpen. Een opdracht die bestaat in het opsporen en analyseren van al die elementen in de christelijke leer, die de christelijke macht over anderen hebben gelegitimeerd en die een dodelijke uitwerking hebben uitgeoefend op het joodse volk. Zij vragen zich af of het mogelijk is de christelijke theologie van anti-judaïstische ideologie te zuiveren zonder het wezen van het christelijk geloof aan te tasten.
cffiStctijbe Theologische en kerkeVll^e^^^^'^ Iffi'antlsenn.t.sme
Na Auschwitz is het de opdracht van de theologie scherp te analyseren dat élke exclusieve aanspraak op het bezitten van de goddelijke waarheid of elke vorm van kerkelijke zelfverheffing in de afgelopen eeuwen dikwijls werden vertaald in sociale verhoudingen en politieke daden, die grove ongerechtigheden inhielden en die uiteindelijk wel moesten uitlopen op misdaden tegen de mensheid. Want de theologische ontkenning van het joodse volk als het volk van God en de ,,Verteufelung" van dat volk door de christelijke theologie werden in het NaziDuitsland politiek vertaald in de ,,Endlösung" van zes miljoen joden. Theologen die Auschwitz als een schokkende uitdaging aan het adres van de christelijke theologie interpreteren, laten verder de vraag indringend op ons afkomen of het mogelijk is dat de christelijke theologie eindelijk ertoe komt het wezenlijk recht voor het joodse volk op geestelijke zelfbeschikking te erkennen op zo'n wijze dat het zijn eigen identiteit kan bewaren en niet noodzakelijk gered hoeft te worden op de manier, die de christelijke overtuiging voorschrijft. Heeft het joodse volk religieus alleen maar toekomst, als het uiteindelijk door het christendom wordt gered? Vragen, die door bijna alle,,Holocaust-theologen" van joodse en christelijke zijde worden gesteld. Bovendien stellen zij de vraag of de zending onder de joden in de kerkgeschiedenis niet de meest tragische en rampzaligste dwaalweg van de christelijke theologie is geweest. Omdat christenen eeuwenlang het eigene van de joodse religie en van de joodse existentie schromelijk hebben onderschat en gediscrimineerd, zal volgens deze theologen de christelijke theologie dienen te komen tot een volledige erkenning van de joodse identiteit, waardoor christenen ervan worden weerhouden hun verhouding tot het joodse volk te plaatsen binnen hun eigen, christelijke denkkaders. De christelijke theologie zal zich diepgaand dienen bezig te houden met de vraag waarin de bijzondere roeping
vu-Magazine 11(1982) 5 (mei)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's