VU Magazine 1982 - pagina 206
Op dit moment bestaat er een groeiende belangstelling voor vredesonderwijs, zo signaleerde drs. C. H.
M. Bartelds op 23 maart. Onze generatie is verioren, maar misschien kunnen we de generatie die na ons komt opvoeden tot vrede. Kan de vrede echter wel onderwezen worden? Drs. Bartelds citeerde de bekende verzetsstrijder H. M. van Randwijk, voor de ooriog onderwijzer: „De schoolopvoeding kan bitter weinig aan de vrede toeof afdoen, jammer maar waar." Bartelds zag wèl mogelijkheden in het vredesonderwijs, maar benadrukt dat vredesonderwijs gebonden is aan de grenzen die de maatschappij en de politiek haar stelt. Op de ruimte voor het vredesonderwijs in de maatschappij en in de politiek, ging Bartelds uitgebreid in. Een school bestaat niet geïsoleerd, in een vacuüm, maar is ingebed in een bepaalde samenleving en cultuur. Die samenleving kent bepaalde dominante waarden die van grote invloed zijn op datgene wat onderwezen wordt en die impliciet worden overgedragen. Hoe kinderen gaan denken wordt sterk bepaald door datgene wat algemeen aanvaard is. Vredesonderwijs krijgt hierdoor pas effect wanneer, wat zij uitdraagt, al door de politieke of andere opiniemakende instanties wordt vertolkt. Het moet een klankbord in de maatschappij vinden. De groei van de vredesbeweging is dan ook niet het gevolg van het groeiende vredesonderwjjs, maar omgekeerd. Vredesonderwijs krijgt meer (maatschappelijke) ruimte naarmate het succes van de vredesbeweging toeneemt. Deze groei van het vredesonderwijs heeft tot gevolg dat ook de overheid en de politiek meer belang krijgt bij wat onderwezen wordt in de ,,vredeslessen". De overheid propageert dan ook een vredesonderwijs dat het gebied van de overheid steunt. Vredesonderwijs zou dan moeten onderwijzen hoe je kunt (leren) leven met kernwapens en waarom die kernwapens noodzakelijk zijn. Dit is onlangs bepleit door brigade-generaal Berkhof. Vredesonderwijs verwordt dan tot veiligheidsonderwijs, of — sterker uitgedrukt — defensievooriichting. Dit is niet acceptabel. In een democratie moet de overheid principieel accepteren dat de bevolking het veiiigheidsstelsel moet krijgen dat het kiest. Om positie te kunnen kiezen is kennis van zaken en inzicht en bovendien een gevoel van betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Vredesonderwijs dat hier zorg voor draagt, kan een goede bijdrage leveren aan een volwassen menings-en besluitvorming over het vitale probleem welke weg we moeten kiezen naar vrede en veiligheid.
10 Mei 1940: Duitsers in Drente
10Mei1940:Duitse troepen passeren brug
het Westen niet meer nodig heeft. West-Europa kan immers niet meer aanvallen. Hierdoor kunnen de Oosteuropese landen waarschijnlijk meer speelruimte krijgen. Bovendien geeft dit puur verdedigende systeem uitzicht op een uitsluitend Europees veiiigheidsstelsel, gepaard aan ontspanning in Europa. Ten slotte heeft een kernwapenvrij Europa recht van spreken naar de Derde Wereld toe om ook daar de kernwapens af te schaffen. Een nadeel is dat ook dit systeem het beeld van de Russen als vijand voor langere tijd vastlegt. Een ander nadeel is dat een kernwapenvrij Europa gechanteerd kan worden door de USSR dat wel kernwapens bezit. De zogenaamde „nuclear blackmail", de kernchantage, is een grote vrees van Helmut Schmidt. Boeker tilt hier niet zo zwaar aan. Waartoe zou er gechanteerd moeten worden? Een hogere gasprijs? Territoriale wensen? Overgave West-Europa? Dit alles lijkt hem heel onwaarschijnlijk. Bovendien, zolang beide supermachten elkaar niet toegeven is de status quo in Europa in het belang van beiden. Dus toch afhankelijk van het spel van de beide supermachten? ^
Pacifisine Prof. J. de Graaf bepleitte 23 maart volledig pacifisme. Zijn voornaamste bezwaar tegen de afschrikkingstheorie is dat deze de bereidheid veronderstelt tot gebruik van kernwapens. Anders wordt de afschrikking ongeloofwaardig. Het is ethisch strijdig •om het gebruik van deze wapens te verwerpen en tegelijk vast te houden aan de nucleaire afschrikking, die bereidheid tot het gebruik impliceert. Een vredesstrategie kan de afschrikkingstheorie niet vormen. Zij stelt op zijn hoogst de nucleaire ooriog uit. Bovendien kan iedere fase in de bewapeningswedloop gerechtvaardigd worden door dit afschrikkingsdenken. Een theorie die alles kan rechtvaardigen is ethisch gezien niet veel waard. Ook atoompacifisme, wel afzien van kernwapens, maar niet van conventionele wapens, wijst prof. De Graaf af. De enige verdediging die ethisch aanvaardbaar is, is de sociale verdediging, niet als aanvulling op een militaire verdediging, maar als alternatief.
Vredesonderwijs
188
VU-Magazine11 (1982)5(mei)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's