VU Magazine 1982 - pagina 121
Frank R.Boddendijk
Heden ik, morgen gü „Zo, nog steeds geen andere baan gevonden?". Met deze woorden verwelkomde een 10de jaars student mij onlangs in onze koffiekamer. Eerst dacht ik nog dat hij het had over mijn vage plannen om bankdirecteur te worden, maar at spoedig bleek dat hij aan elke medewerker deze vraag stelde om het feit dat hij al zo lang bij ons studeerde in de schaduw te stellen van onze langere verbondenheid aan de VU. En al spoedig waren we in druk gesprek gewikkeld over sollicitatieproblematiek waarbij ik hem probeerde te overtuigen dat het voor mij misschien nog wel moeilijker was om een andere baan te vinden dan voor hem. Want met mijn dienstjaren ben ik een te dure kracht, op mijn specialisme geeft men in het algemeen de voorkeur aan vrouwen, terwijl de morele druk op blijven groot is, daar in geval van vertrek je plaats geheel of gedeeltelijk onbezet zal blijven. Maar volgens hem liggen de zaken voor pas afgestudeerden in het algemeen er nog beroerder voor. In de eerste plaats hebben ze geen beroepservaring; ten tweede kan een werkgever kiezen uit vele kandidaten en in de derde plaats hebben vele studenten uit de jaren 1965-1975 een politiek verleden dat hen nu nog wordt nagedragen. Ik moest hem toegeven dat dit serieuze problemen waren. In menig advertentie wordt een schaap met vijf poten gevraagd dat echter vanwege de geringe beloning nog niet lang afgestudeerd mag zijn, maar wel al veel praktijkervaring enz. moet hebben. En uit eigen ervaring
vu-Magazine 11 (1982) 3 (maart)
weet ik ook dat een communistisch verfeden voor sollicitanten op zijn minst aanleiding kan geven tot negatieve discriminatie. Maar zelfs het éénmaal via een pamflet opgeroepen hebben tot het lezen van de Waarheid levert de betrokkenen in menig geheim dossier de kanttekening ,,CPN-lid" op. Om maar te zwijgen van degenen die enige jaren geleden openlijk hun twijfels hebben geuit over de officiële doodsoorzaak van RAFmensen in de Stammheimgevangenis. Tenzij dergelijke personen zich bekeerd hebben; dan zijn ze voor onze samenleving vanwege hun kennis van zaken bruikbare agenten en gaan zelfs de deuren van de streng selecterende diplomatenopleiding voor hen open. Ook vroeg mijn gespreksgenoot mij of de studenten veranderd waren. Een moeilijke vraag waar ik in eerste instantie altijd met ,,ja" op antwoord, al was het maar omdat je nooit twee keer in hetzelfde water kunt springen. Maar ik voegde hier aan toe dat zijn generatie veel kritischer, maar ook veel gemotiveerder was dan de huidige. Een jaar of tien geleden was college geven bij wijze van spreken haast onmogelijk vanwege de vele vragen die studenten tijdens en buiten het college om over inhoud en organisatie van het onderwijs stelden. Maar toch blokten ze hard, lazen zelfs buiten de verplichte stof boeken omdat de goede niet voorgeschreven waren en dienden in onderwijscommissie moties in om een einde te maken aan de oorlog in Vietnam. En dan de huidige lichting... Tegenwoordig
vinden studenten het al gauw vervelend wanneer een collega een vraag stelt tijdens college; de docent zou eens niet klaar kunnen komen met de stof! En de enige kritiek die je hoort op de door ons uitgekozen boeken is dat ze b.v. niet in de VU-boekhandel voorradig zijn of in het Duits geschreven, waarbij beide problemen voor ex-leerlingen van hedendaagse scholengemeenschappen schier onoplosbaar lijken. ,,En", voegde ik mijn gesprekspartnertoe, ,,ze gaan er zo vanuit dat wat de docent zegt waar is, dat het me niets zou verbazen dat wanneer ik een wind op dicteersnelheid zou laten, ze deze nog in hun dictaat zouden verwerken". ,,Maar", zei mijn gesprekspartner, ,,dan is er nog niet zoveel veranderd bij studenten", en op mijn ,,hoezo?", antwoordde hij dat elke lichting studenten met ongeveer eenzelfde houding naar de universiteit gaat, maar daar steeds andere medewerkers aantreft. In zijn tijd was de staf centrumrechts — zoals ook de ouders en leerkrachten — en niet te veel tot experimenten bereid; hield zich eigenlijk vast aan een verouderd beeld van universiteit en samenleving. Studenten hadden daar geen weet van, wilden de samenleving eens naar hun beeld inrichten en wisten dat je bij demonstraties pas bij de derde waarschuwing weg hoefde te hollen. Dat leidde intertijd tot heel wat problemen in samenleving én universiteit. Tegenwoordig is de staf centrum-links, bij tijden bereid tot groepsdynamische experimenten, maar men heeft nog steeds een verou-
derd beeld van universiteit en samenleving voor de kop; nl. het beeld dat zij er onder invloed van studentenacties uit de jaren zeventig langzamerhand van gevormd hebben. En uiteraard hebben de huidige studenten daar geen weet van; ze weten niet eens dat je bij een demonstratie pas na de derde waarschuwing behoeft weg te hollen. Maar waar ze wél weet van hebben, dat is de staf niet duidelijk. En zo verloopt ook nu het contact tussen staf en studenten stroef, al zijn de docenten van nu ook erfelijk belast met de opvattingen van de studenten van toen. Maar daar ligt dan ook juist het probleem. Want hoewel de belangstelling van elke generatie studenten op andere onderwerpen gericht is, valt dit verschilpunt in het niet bij het feit dat elke docentengeneratie volgens studenten in hun belangstelling is blijven steken bij de onderwerpen van gisteren. De huidige studenten hebben van ouders en leerkrachten al genoeg over provo, Vietnamacties en vrouwenemancipatie gehoord; op de universiteit willen ze wat anders horen. En dan mag ik mij progressief vinden omdat mijn ideeën overeen komen met die van mijn gespreksgenoot 10 jaar geleden, de huidige studenten vinden dat ik deze oude ideeën conserveer, terwijl zij zelf de vertolkers van de progressie zijn. En dan bedenk ik mij dat deze studenten bij toekomstige sollicitaties in ieder geval niet politiek gediscrimineerd zullen worden — dus tóch een verschil — want voor welke werkgever is centrum-rechts niet een redelijk alternatief?? Tenzij natuurlijk de generatie van '70 alsnog haar uitgestelde maatschappelijke carrière aanvangt en de wereld eens werkelijk inricht naar hun eigen zin, en niét alleen de universiteit. Voor mij is het dan echter al te laat, ik loop al tegen de veertig.
111
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's