Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 115

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 115

8 minuten leestijd

••^^m

mmt^

Januari-nummer Wetenschapsbeleid

Robot als verpleger Voorbeelden van op handen zijnde verdere ontmenselijking van de samenleving liggen voor het opscheppen. Onderde kop„£en mens moet geen werk doen dat een robot ook kan", bevat het januari-nummer van Wetenschapsbeleid (tijdschrift van de voorlichtingsdienst Wetenschapsbeleid van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen) een artikel over een internationale conferentie in Japan over industriële robots. Wetenschapsbeleid zond een rapporteursmissie naar dit land dat met naar schatting pim. 14.000 robots aan de kop ligt in deze ontwikkeling (Nederland heeft 51 robots). De Eindhovense hoogleraar Stal wist terugkerend in alle ernst te verhalen over een robot, die een rol zou kunnen spelen in de patiëntenverzorging. „Als voorbeeld noemt Stal een robot, die in staat is een patiënt van zijn bed te lichten en hem op een brancard te leggen. De brancard kan vervolgens geheel automatisch de gangen doorrijden naar de gewenste kamer." Wat moeten we ons voorstellen bij zo'n robot? De speelgoedpopjes, die „Wetenschapsbeleid" op het omslag afdrukte? Prof. dr. ir. J. H. van Bemmel (die ook een VUSA-cursusavond verzorgt) in zijn eerder genoemde VU-lezing: „Hij heeft niets van een mensvormige stalen figuur met metaalachitige stem wat men veelal denkt. De definitie van de huidige robot luidt, dat het een programmeerbare, multifunctionele automaat is, in staat om materiaal te verplaatsen en m.b.v. werktuigen of speciale apparatuur een veelheid van taken te verrichten. Het bijzondere van de allernieuwste robots is, dat ze met TV-camera's (vergelijkbaar met onze ogen) en voelertjes (parallel aan onze tastorganen) als het ware kunnen waarnemen wat ze doen en op grond daarvan corrigeren." De robotverpleger moeten we ons dus waarschijnlijk voorstellen als een soort vorkheftruck, die de zieken104

tegen stank, tegen giftige stoffen. Hij is geen lid van een vakbond en kent geen hartstocht of hobby en wordt niet afgeleid." Ideaal dus als industrie-arbeider. En als verpleger, als we tenminste niet met grote spoed duidelijk maken wat de onbecijferde meerwaarde is van een menselijk wezen aan het ziekbed. Dan heb je inderdaad nog 'n kans op mee-lijden (met inderdaad voor de werkgever het risico dat de mee-lijder soms ook even afr knapt. Bij volstrekte ongevoeligheid lukt mee-lijden niet.)

zaal komt binnenrijden naar het bed van de patiënt, die behandeld moet worden. Het vrachtje gaat hup op een aangekoppelde brancard, waarna de rit door de gangen aanvangt. (In een verbeterde versie spreekt wellicht een casettebandje tegen de achtergrond van een prettig muziekje de gebruikelijke geruststellende taal). Waar gaat de tocht heen? Dat hangt ervan af wat de computer heeft beslist. Hier past weer een citaat uit prof. Van Bemmels lezing vorig jaar voor de VU-Vereniging: „Als men inderdaad (...) meent dat alle menselijk denken uiteindelijk wei in een computer te vatten is, dan lijdt het geen twijfel of men zal die conclusie ook trekken met betrekking tot medische besliskunde, de diagnostiek. Het zou dan als volgt kunnen gaan: We meten aan een patient een overvloed van gegevens — zoals orgaanfuncties, bloed- en urinechemie, röntgenfoto's, een EEG etc. — en stoppen dat in een computer waar we een model voor hebben ontwikkeld om diagnoses te stellen, en ziedaar: de beslissing rolt er uit. Er hoeft dan alleen nog maar een robot te komen die een injectie geeft, een pil toedient, een operatie verricht of troost geeft.'' Met onverholen afgrijzen schetste prof. Van Bemmel dit op systeemdenken gebaseerde toekomstbeeld. Nu is het gekke, dat in dit hele verhaal de diagnoses stellende computer nog de minste schrik aanjaagt. De witgejaste personen, die aan de hand van enkele • papieren in een onbegrijpelijk jargon aan het voeteneind van het ziekbed enkele gedachten met elkaar wisselden, hadden daar voor menige patient toch al. veel van weg. Maar enige menselijke relatie had hij nog wel met het verplegend personeel. Én de schrik slaat hem om het hart als hij na lezing van de robotvisioenen van prof. Stal, de radionieuwsdienst hoort meedelen dat uitbreiding van het aantal verpleegkundigen er volgens minister Gardeniers niet in zit. Het geld is op. Staat dat vorkheftruukje soms hier of daar al op de tekentafel? Moetje daar straks tegen zeggen datje zo bang bent ofzo'n pijn hebt? Prof. Van Bemmel schetste in zijn lezing het (economisch) aantrekkelijke van de robot als werknemer: „Een robot is nooit ziek, niet moe, kan tegen lawaai,

Redenering onjuist Prof. Van Bemmel, die aan de VU les geeft in medische informatica, keerde zich in zijn lezing met name tegen de gedachte dat een computer de taak kan overnemen van een diagnose stellende medicus. Hij somde een aantal zaken op, die z.i. niet juist waren in de redenering dat een computer het menselijk brein kan vervangen. „In de eerste plaats het feit (...) dat de concrete werkelijkheid zich altijd onttrekt aan het model, leder die zorgvuldig de grenzen van zijn vakgebied wijsgering onderzoekt, zal dit moeten beamen. Ik zei ai: déze patiënt is anders dan dé patiënt, in een computer kunnen we slechts oog hebben voor het algemene, geabstraheerd van vele unieke en persoonlijke omstandigheden. Ten tweede: een computer dwingt ons de werkelijkheid te beschrijven in getalsmatige en symbolische vorm. Met gevoelens, pijn bij voorbeeld of angst, kan een computer niets. inderdaad zijn er (...) die zeggen dat dit slechts chemische processen zijn. Ik wijs die lieden er op dat afdoende bewezen is, dat de concrete werkelijkheid niet opgaat in energie of materie of processen daarmee verband houdend. informatie bij voorbeeld — en dit wordt door denkers uit onverdachte hoek, zoals Steinbuch, onderschreven — is noch energie, noch materie. De genetische code in DNA is wel gecodeerd in het molecuul via de vier verschillende aminozuren, maar is het molecuul niet. De luchttrilling die mijn stem veroorzaakt, draagt wel de boodschap naar uw oor, doet uw

r::^--^""" 1.1

-^ dr

"c'Ó^^^^U^'XXZ^^"''^

'n Tekst en een afbeelding uit het vorige maand verschenen rapport „Robots in Japan", verslag van een studiereis die prof. dr. ing. H. Raukers (TH-Delft), prof. ir. L. N. Reijers (TH-Delft), prof. ir. H. P. Stal (TH-Eindhoven), en ing. A. J. G. Verbraeken (Metaalinstituut TNO) in opdracht van Wetenschapsbeleid en Economische Zaken maakten.

' " ' ' " ° \ s . a . e l s heen.

mi' VU-Magazine11 (1982)3(maart)

vu-Magazine 11 (1982) 3 (maart)

ém

basilair membraan wel trillen, maar is de boodschap niet; het is er slechts de drager van. Ik duid hier op het semantische aspect tegenover het syntactische aspect van informatie. Alleen bij het laatste komt de informatiedrager zelf in het geding. (...) Ik wijs u op een derde aspect waarom ik van mening ben dat computers het concrete diagnostische denken niet kunnen overnemen. In een computer werken we dus blijkbaar met informatie in symbolische vorm die toegevoerd wordt aan gegeneraliseerde modellen. Zulke gegevens zijn altijd ontleend aan het verleden tot op het heden, van de patiënt. Hoe die gegevens in de toekomst zullen zijn is me onbekend, ai zal ik wellicht wel enige voorspelling kunnen wagen. De gehele analyse die ik derhalve met een computer kan verrichten betreft slechts de langs wetenschappelijke weg verkregen, in symbolische vorm uit te drukken gegevens. Als een arts echter een diagnose stelt zal vooral de toekomst van de patiënt daarbij te pas komen, veelal niet in maat en getal uit te drukken. Ik denk aan z'n levensomstandigheden, z'n eigen incasseringsvermogen en verwachting, die van z'n naaste omgeving, de medische, sociale en psychologische opvangmogelijkheden en de therapie die de arts hem kan geven, het vertrouwen dat hij in een arts stelt enz. enz. Zo ergens, dan onttrekt de concrete patiënt zich hier wei totaal aan met model, waarvan we veronderstellen dat we het zouden kunnen ontwikkeien, maar zelfs dat is dan nog de vraag. Ook is het de vraag of we alle informatie voor een complete diagnose wel kunnen verkrijgen zonder de patiënt te behoeven beschadigen, zoals we dat bij voorbeeld wel kunnen doen bij een technisch proces. Samenvattend (...) zou ik willen wijzen op de consequentie van het versmallende en verschralende systeemdenken, dat de mens tot een onderdeel in een geheel reduceert en geen recht doet aan zijn unieke persoon, laat staan doet uitkomen dat hij geschapen is als beeld van God, die hem — en geen systeemdeel — zo onuitsprekelijk heeft liefgehad dat Hij Zijn Zoon voor hem overgaf."

Systeemtheorie Het betoog van prof. Van Bejnmel (overigens ook van toepassing op medici, die computers imiteren) geeft een indruk van wat men o.a. op de VUSA-cursus mag verwachten, want hij is een van de docenten. Zijn kritiek op systeemdenken komt overeen met wat van een andere docent, prof. dr. ir. Schuurman mag worden verwacht. „De ontwikkeling van de computertechniek werd P9S mogelijk nadat de systeemtheorie was ontwikkeld", schrijft hij. „En op de achtergrond van de systeemtheorie is de systeemfilosifie werkzaam. Daarbij horen namen als Norbert Wiener, de vader van de cybernetica, de stuurkunde, en Ervin Lazlo, de ideoloog van de Club van Rome. Deze systeemfilosofie is bijzonder optimistisch over de ontwikkeling van de computertechnologie. Enigszins (te) generaal gesproken, zou je kunnen zeggen, dat deze filosofen van mening zijn, dat alle kwalen en problemen van de moderne technische ontwikkeling met de computertechniek zijn op te lossen en dat de toekomst door deze techniek steeds meer naar de hand van de mens is te zetten. Deze filosofie betekent dus geen enkele rem op de weg naar een computermaatschappij. Ook computerdeskundigen zijn over het algemeen nogal optimistisch gestemd. Wanneer er vraagtekens bij de gangbare ontwikke105

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 115

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's