Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 255

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 255

3 minuten leestijd

probeerde de lezer zelfs in te lichten over de achtergronden van Afscheiding en Doleantie om de lezer de achtergronden van Johanna's boeken te doen begrijpen. De mededeling van het beroep maakte veel los: hoe haar te beoordelen, vraagt M. Scharten-Antink zich af in De Gids (1905), wordt de beoordeling mee bepaald door het feit dat ze dienstbode is? Met Anke van de Vlies, die schreef onder de schuilnaam Enka en met wie Johanna Breevoort een goed kontakt had, ontstonden zelfs wrijvingen. Enka achtte het onjuist, dat over de omstandigheden van Johanna was geschreven:,,daarop ziende zegt men al gauw: 't is al knap! Maar zoo oordeelt de majesteit der kunst niet". In elk geval is Johanna Breevoort niet weerhouden door openbaringen van deze aard en de hier en daar afwijzende houding tegenover haar werk.

VU-Magazine11 (1982)6 (juni)

Daarvoor achtte zij zichzelf te veel een geroepene. In de kleine wereld van Christelijke auteurs vond ze haar plaats en werkte ze mee aan enkele tijdschriften. Haar maatschappelijke status veranderde in die zin, dat ze een dienstbodenkarrtoor begon in Rotterdam onder de toepasselijke naam Rhode. Ze bemiddelde voor werkzoekende meisjes in de Maasstad en registreerde de gegevens over het dienstverband. Haar belangstelling voor en kennis van de maatschappelij-

Secretaresse Bond van ChristenSocialisten

ke vraagstukken bleef groeien. Ze was zelfs enkele jaren secretaresse van de Bond van Christen-Socialisten, hetgeen haar door haar geloofsgenoten niet in dank werd afgenomen. Ze verweerde zich, uiteraard met de pen, in: Is een Christen-Socialist een dwalend Christen? Uit deze periode dateert ook haar betrokkenheid bij het vrouwenvraagstuk: ze wilde een verbond van vrouwen, die vooral zou moeten opkomen voor de rechten van de werkende vrouw. Mee door deze aktiviteiten Is later de Christelijke Vrouwenbond gesticht. In het blad Ons Tijdschrift voerde ze discussies over dit onderwerp en op een vergadering van het Christelijk Letterkundig Verbond diende ze een vraag in: Hoe staat de Christen tegenover de hedendaagse vrouwenbeweging? Intussen verscheen van haar hand De moderne arbeidersvrouw en tiet Christendom en vervolgens waagde ze zich aan een theologisch gericht boek: De Vrouw, vrijgemaakt door de Zoon des Mensen. Abraham Kuyper, met wie ze na de Bilderdijkherdenking van 1906 kontakten onderhield, was toen al gestorven; het boek zou anders mogelijk niet zijn verschenen. Ook nu volgden echter aanvallen op dit geschrift. Daaronder was zelfs een brochure van haar eigen wijkpredikant, ds. Rolloos. In 1915 verscheen een Rapport inzake Jongenslectuur, uitgebracht door de Nederlandse Bond van Gereformeerde Knapenleiders. Daarin wordt gewaarschuwd tegen de vele slechte boeken, dez.g. schandlectuur, kennelijk een vertaling van het Duitse Schundlektur. Goede lektuur kan de gedachten van de knapen van sexuele gedachten afleiden, al voelen ,,verstokte onanisten" in het algemeen weinig voor avonturenromans. Behalve de vraag naar goede boeken is nodig lectuur, die de knaap ,,inleiden in de kennis dezer dingen (...)het sexuele is geen bron van prikkelgenot". Vraag dus naar seksuele voorlichting, al duidt de formulering meer op bestrijding van het kwade, met name de ,.zonden der jonkheid", dan op informatie in een breder kader. Zonden der jonkheid waren jongenszonden, uit het boekje van Johanna Breevoort en uit andere boeken uit die jaren is dat duidelijk. Naast het woord onanie komen namen en aanduidingen voor als zelf bevlekking, jeugdzonde, zonde tegen het lichaam, geheime zonde en zelfs een keer „het verderf, dat op de middag verwoest". Er werd dus wel over dit onderwerp gepraat (o.a. op vergaderingen van onderwijzers), maar hier werd op de wenselijk-

233

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 255

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's