Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 98

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 98

4 minuten leestijd

Reformatorisch karwei geklaard

Eerste deel Bucer-uitgave kwam van de pers Vóór mij ligt Martini Buceri Opera Latina, volumen I, het eerste deel van de Latijnse werken van Martin Bucer, de reformator van Straatsburg. Ik kijk het boekwerk met een zekere trots in, en dat mag ook wel, vind ik. Een gedeelte van het werk, dat de vakgroep kerkgeschiedenis van de theologische faculteit in de afgelopen jaren heeft verzet, ligt in dit boek. Dat geldt voor verschillende anderen van de vakgroep, en voor mijzelf in het bijzonder. Daarom vertel ik in het volgende iets over dit project. door prof. dr. C. Augustijn Het begon in 1974, tijdens het Europese Calvijn-congres dat toen in het hoofdgebouw van de VU werd gehouden. Op een gegeven moment was ik in gesprek met dr. J. Rott uit Straatsburg, die daar samen met Peter en Lienhard, twee hoogleraren van de theologische faculteit, dit centrum van de reformatiebeweging in de 16e eeuw vertegenwoordigde. Toen hij hoorde, dat ik mij van tijd tot tijd met Erasmus bezighield, vroeg hij mij of ik Bucers geschrift tegen Erasmus ook kende. Een paar dagen later kwam hij erop terug en vroeg, of ik er iets voor zou voelen, een moderne uitgave van dat werk te verzorgen. De vraag overviel mij enigszins, omdat het mij onbekend was dat men in Straatsburg serieuze plannen had voor een Bucer-uitgave. Maar na enig nadenken heb ik mijn medewerking toegezegd. Tengevolge van die toezegging is dan nu, bijna acht jaar later, Bucers Epistola apologetica, die hij in 1530 heeft uitgegeven ter verdediging van de reformatie tegen de beschuldigingen van Erasmus, in dit deel ver-schenen. Die toezegging lag ook wel wat voor de hand. De kerkhistorici van de VU hebben altijd veel aandacht besteed aan de reformatieperiode: mijn leermeester Nauta, diens voorganger H.H. Kuyper en de eerste kerkhistoricus van de VU, F. L. Rutgers, zijn alle drie bekende onderzoekers op dit terrein geweest. Van Nauta geldt overigens, dat hij nog belangrijk werk doet. Het lag dus in de lijn van de traditie! Misschien nog belangrijker was, dat het ook precies paste in mijn eigen belangsteliingssfeer en in één van de

88

onderzoeksvelden van de vakgroep. Die specialiseert zich o.a. in reformatiegeschiedenis en dan speciaal in de vraag naar de samenhang tussen de vroege reformatieperiode en de daaraan direct voorafgaande periode. Er zijn in Duitsland enkele onderzoekscentra, waar men in dit verband speciaal de verhouding tussen de reformatie en de laatmiddeleeuwse scholastieke theologie bestudeert, wij specialiseren ons op de verhouding tot de zogenaamde bijbelse humanisten, die in de jaren vóór het optreden van Luther en ook nog daarna een belangrijke rol in de geestesgeschiedenis van Europa hebben gespeeld. Binnen het kader van dit onderzoeksprogram raakt het geschrift van Bucer, de Epistola apologetica —,,Verdediging" zou men kort en goed kunnen vertalen — een heel belangrijke vraag. Rondom het jaar 1530 gaan de wegen van bijbelse humanisten als Erasmus en van reformatoren als Bucer definitief uiteen. Bucers Verdediging laat iets zien van de oorzaken van de breuk. De naam van Bucer zal niet alle lezers vertrouwd in de oren klinken. Vroeger stond hij bekend als één van de men-

sen, die in Straatsburg de reformatie hebben ingevoerd, en dat was het dan. Nu is dat op zichzelf al niet zo weinig. In de eerste helft van de 16e eeuw speelde Straatsburg als vrije Duitse rijksstad een bijzonder belangrijke rol in het ingewikkelde politieke spel. Alleen al de ligging van de stad, aan de grens van Frankrijk en die van Zwitserland, bewerkte dat de invloed van de stad onevenredig groot was. De invoering van de reformatie in Straatsburg is daardoor van betekenis geweest voor het verloop der reformatie als geheel. Bovendien had Straatsburg krachtige persoonlijkheden, die de positie van de stad ten volle uitbuitten, Jakob Sturm en Bucer, die men niet ten onrechte de „politicus onder de reformatoren" heeft genoemd. Daar komt echter voor wat Bucer betreft nog iets anders bij, zijn betekenis op het terrein van de reformatie in het algemeen. Die is in de loop van de laatste 50 jaar geleidelijk meer uit de verf gekomen. Het staat vast, dat hij bij alle belangrijke gebeurtenissen betrokken is geweest, en steeds in een leidersrol. In zijn leven weerspiegelt zich een hele periode uit de geschiedenis, en wat voor periode! Eerst dominikaner monnik, onder invloed van Erasmus, dan gewonnen voor Luther, de man van de reformatie in Straatsburg, toch weer meer de kant van Zwingli op, dan zijn pogingen om zwinglianen en lutheranen met elkaar te verzoenen, vertrouweling van de belangrijke reformatorische keurvorst Philips van Hessen, zijn pogingen om de kerkelijke eenheid van het Duitse rijk te herstellen door middel van verzoening tussen katholieken en protes-

vu-Magazine 11(1982) 3 (maart)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 98

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's