Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 77

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 77

5 minuten leestijd

Frank R. Boddendijk

De schone schijn Het is mij opgevallen dat de laatste tijd weer regelmatig op akademici gemopperd wordt. En niet zozeer omdat ze te veel zouden verdienen, hun spreekwoordelijke verstrooidheid in ere houden of zich met zaken bezig houden waarvan anderen niet eens wisten dat ze bestonden. Nee, de kritiek is veeleer gericht op het taalgebruik van akademici dat slechts voor vakgenoten te volgen zou zijn. Nu is deze kritiek niet nieuw. Ook in het verleden verliep de kommunikatie tussen akademici en arideren niet vlekkeloos; alleen, toen waren er slechts weinig akademici. Dankzij de demokratisering van de universiteit heeft tegenwoordig bijna iedereen wel een akademicus in de familie, desnoods aangetrouwd. Mede op grond van het feit dat vele akademici uit hoofde van hun belangwekkende maatschappelijke en/of politieke funktie regelmatig via de moderne kommunikatiemedia het volk op de hoogte houden van hun visie op de ingewikkelde maatschappelijke problematiek, wordt momenteel iedere Nederlander gekonfronteerd met akademisch taalgebruik. En als de krant uit is of de buis zwijgt, vervolgt menig akademikus thuis zijn monoloog. In de loop van de laatste decennia is het gemiddeld opleidingsniveau van de Nederlander gestegen. Mensen met een lage opleiding zullen in de regel hun onbegrip van maatschappelijke problemen terugvoeren op hun lage opleiding; mensen met een wat

vu-Magazine 11 (1982) 2 (februari)

hogere opleiding zoeken de oorzaak van dit onbegrip bij anderen. En daar in ons land de doktorandussendichtheid tamelijk hoog is, ligt het voor de hand dat het akademisch taalgebruik de zondebok is. Aankomende studenten, bezoekers van politieke en andere manifestaties en de aan hun tv-stoel vastgekluisterde thuisbankiers snappen niet waarom akademici hun geleerdheid zonodig moeten etaleren door het goochelen met buitenlandse termen en andere moeilijke woorden. „Doe niet zo moeilijk, spreek je moers taal; en als je de zaak niet in begrijpelijke taal kort en bondig kunt uitleggen, doe het dan helemaal niet", aldus de door journalisten verwoorde kritiek van Marie die wijzer wordt en Jan met de pet op voornoemd akademisch geleuter. Terecht? Soms wel. Het zijn lang niet altijd de slechtste wetenschapsmensen die een omhaal van Engelse begrippen, Latijnse termen en een bon mot nodig hebben om te zeggen dat het slecht gaat met de Nederlandse ekonomie. Maar ze gebruiken die omhaal van woorden omdat ze zelf niet beter meer weten; iedereen in hun omgeving spreekt immers die taal? Of om kollega's te overvleugelen, gebrek aan kennis over een bepaalde zaak te verbergen of om de achterban te imponeren. En dat is natuurlijk slecht. Zelf heb ik na mijn afstuderen ervaren dat diverse kollega's zelfs in hun lunchpauze liefstin een soort Angelsaksisch potjeslatijn

kommuniceren (,,praten" zou een te platvloerse aanduiding zijn) en maar weinig waardering kunnen opbrengen voor mijn in ,,gewoon" Nederlands uitgesproken diskussiebijdrage. Om de schone schijn van dit akademisch geleuter eens door te prikken heb ik een keer een zelfbedachte Zuidslavische hoogleraar ten tonele gevoerd en hem mijn demokratie-opvattingen met een omhaal van akademische woorden in de mond gelegd. Voor het eerst smaakte ik het genoegen dat kollega's serieus naar mij luisterden; een enkele vroeg zelfs naar de titel van het boek waaruit ik geciteerd zou hebben. Wanneer akademici op een dergelijke wijze kommuniceren met de rest van de wereld, beschouwen ze deze rest als één grote dierentuin en zichzelf als de bezoekers, aan wie het voederen der dieren verboden is, terwijl zij zich niet realiseren dat zij zichzelf hebben opgesloten en gevoederd worden door die anderen. Maar in veel gevallen is een bepaald soort akademisch taalgebruik gewoon noodzakelijk. Een zieke neemt er in de regel geen genoegen mee wanneer de behandelend geneesheer na onderzoek meldt dat de patiënt ziek is; nee, de zieke wil ook weten wat-ie scheelt, desnoods met Latijnse naam of toenaam. Waarom mag een politikoloog, ekonoom of jurist dan niet zijn of haar woordenschat hanteren wanneer uitgelegd moet worden aan welke ziekte ons politiek systeem of onze ekonomie of rechtspraak

lijdt? Te meer daar diskjockey's, sportcommentatoren en andere ethermaniakken ons dagelijks met hun eigen vakjargon straffeloos kunnen overspoelen. Ja, wordt wel gesteld, met die andere maniakken liggen de zaken anders. Ook zonder hen kun je waarnemen dat het Nederlands voetbalelftal zich niet voor Madrid geplaatst heeft. Maar vanwege het moeilijk toegankelijk taalgebruik zien de mensen door de bomen het bos niet meer. Ja, ben ik dan geneigd te zeggen, maar het bos van de maatschappelijke problematiek is zó ingewikkeld, dat elke boom afzonderlijk benoemd moet worden. Het gewone taalgebruik is in de regel niet exact en veelal dubbelzinnig en het is dan ook slechts schone schijn wanneer wij er vanuit gaan dat door het spreken van onze „moers taal" maatschappelijke problemen begrijpelijk worden. Zo simpel liggen de zaken eenvoudig niet. Alleen met wetenschappelijk jargon kan het soms mogelijk zijn de ingewikkelde maatschappelijke problematiek — hoe eenvoudig deze ook vaak aan de buitenkant lijkt — te begrijpen. Want alleen het wetenschappelijk taalgebruik — en dat is iets anders dan akademisch geleuter — is duidelijk, exakt en ondubbelzinnig, tenminste, als het goed is. En wordt het soms te moeilijk, dan zoeken we hettochevenop?

71

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 77

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's