Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 104

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 104

5 minuten leestijd

sanktie te stellen, is ons sociologisch definitiekriterium voor „door het recht" gereguleerde maatschappijen. Tegen het privilege van die centrale instantie en niet tegen de normativiteit van de samenleving als geheel, richt zich de „kritiek van de beschaving" (van Diamond en anderen). Zij wijzen het evolutionisme af, dat de rechtsgeschiedenis als een groei naar steeds grotere rationaliteit opvat. Deze opvatting is sinds de Verlichting de heersende. De kritici van de beschaving zien de ontwikkeling van een gedifferentieerder recht niet als een hogere ontwikkeling van gewoonten zoals die in eenvoudige samenlevingsvormen voorkomen, maar integendeel als de vernietiging van de ,,natuurlijke orde", die daar aanwezig zou zijn. De verbreidheid van zo'n voor-juridische ordening wordt daarbij sterk overdreven. In het bijzonder negeren vele romantiserende beschouwingen (van bijv. Diamond), dat de meeste heden ten dage door etnologen bestudeerde samenlevingen verkeren ,,in de schaduw van de Leviathan" van een koloniale of postkoloniale macht. Die macht bewaakt de uiterlijke vrede en zorgt er daardoor voor, dat een machtsvrije ordening kan bestaan. Maar het gaat me er hier niet om, aan de diskussie over kontroversen tussen etnologen bij te dragen. Het gaat mij om de voorstellen voor het introduceren van dergelijke modellen in onze eigen maatschappij. Het is de mengeling van maatschappijkritiek, van historisch en etnologisch onderzoek én het denken over utopische ontwerpen, die de etnologische uitwerking van ideeën rond het thema ,,een maatschappij zonder recht" fascinerend maakt. En het zijn de mogelijkheden tot realisering in onze maatschappij, die de utopie effektief maken. Er zijn immers terreinen, waar men zich spontaan organiseert en in verregaande mate afziet van het gebruik van instanties van machten recht. De utopie blijkt vooral effektief in de werkplaatsen van de tertiaire sektor, die niet op autoriteit en gehoorzaamheid gebaseerd is, maar op intrinsieke motivatie. Het betreft hier gebieden, waar het meer op kreativiteit dan op discipline aankomt. Organisaties zonder hiërarchie zijn vooral te vinden in opleidings- en onderzoeksinstellingen, bij de media en in de kulturele sektor. Voor deze sektoren is zelfs een specifieke managementtheorie ontwikkeld (bijv. door Likert), die het zichzelf-stu94

Zelfs zakenlieden beroepen zich maar zelden op contracten ren van arbeidsgroepen propageert, omdat dit een middel tot hogere produktiviteit kan zijn. In de etnologische literatuur spreekt men over de korrelatie van produktiewijze en samenlevingsvorm. Zo is er ook een korrelatie tussen onze hedendaagse produktiewijzen en het feit, dat op bepaalde plaatsen een samenleving-zonder-hiërarchie realiseerbaar is. We moeten ook andere veranderingen in de vorm van sociale kontrole in ogenschouw nemen. Onze. maatschappij vertoont kenmerken, die wij als reduktie van direkte sociale kontrole zouden kunnen zien. De direkte kontrole is onder andere verminderd omdat de maatschappij ,,mobiel" is geworden, zodat men konflikten uit de weg kan gaan in plaats van ze uit te vechten. Er treedt een toenemende scheiding van generaties op. De levenscyclus wordt zo een opeenvolging van fasen met mensen van eenzelfde leeftijd. Kindertijd, schooltijd, de fase van het bejaardzijn, vormen steeds meer gescheiden levensvormen. Dat vermindert de druk van de sociale kontrole in de verhouding tussen de generaties en opent de mogelijkheid, dat de relaties zich meer richten op positieve emotionele banden. De socialisatie van kinderen verschuift van het gezin naar onderwijsinstituten en de ekonomische afhankelijkheid van oudere mensen is door de koilektieve voorzieningen verdwenen. De afname van de direkte sociale kontrole binnen gezin en familie gaat samen met een grotere kontrole van buitenaf. Alle stadia van het leven worden geadministreerd — vanaf het onderwijs, via inbedding in het beroepsleven tot aan de ouderdomsverzorging toe. Regulering met behulp van rechtsregels komt in plaats van direkte sociale kontrole in kleinere leefverbanden. De bureaucratisering van het verzorgingsstelsel leidt haast vanzelfsprekend tot sociale distantie en tot de ervaring, dat het omringende rechtssysteem niet te beïnvloeden is. Een identifikatie met de verstrekte dienstverlening blijft uit. Grote systemen zijn te komplex om

zich met hun regels te kunnen identificeren. Het ligt voor de hand: zich tegenover bureaukratieën op te stellen als de jagers en verzamelaars tegenover de natuur: namelijk door hun regels goed te leren kennen, deze op instrumentele wijze te benutten maar zich aan hun sociale kontrole te onttrekken. Daarentegen is het streven naar kleinere samenlevingsvormen een streven naar meer sociale kontrole, als deze maar direkt en spontaan is en als konfliktregeling maar zonder inschakeling van instanties kan gebeuren, ik zie het succes van het idee van een ,,maatschappij zonder recht" dus als een reaktie op de toenemende anonimisering van de sociale kontrole. Het gaat hier om een poging in een mobiel en gesegmenteerd geworden maatschappij vormen van direktere sociale kontrole te (her)introduceren. Deze poging wordt ondernomen door dezelfde sociale groepen die op een ,,handige" en vaardige manier met het recht om blijken te kunnen gaan. Uit een exploratief onderzoek, waarin wij een representatieve steekproef uit West-Berlijnse huishoudens interviewden, komt naar voren, dat de generatie van hen die nu student zijn of zich anderzins in opleiding bevinden, de eigen rechten beter percipieert en beter, dat wil zeggen: instrumenteier van instanties gebruik maakt dan oudere generaties. Hoewel men bu-

Amsterdamse krakers virtuoos in gebruiken van regels procesrecht reaukratie en instanties afwijst, weet men er blijkbaar goed gebruik van te maken. Een inventarisatie van de ekonomie van de Westduitse subkultuur komt tot een aantal van ongeveer 11.000 projekten en bedrijven, waarvan geschat wordt dat 30 % met behulp van overheidssubsidie en sociale uitkeringen het hoofd boven water houden. De sociale vaardigheid van het gemakkelijk omgaan met instanties deelt de huidige studentengeneratie met ouderen met hogere opleiding en status. Dit zou op zichzelf door het algemeen gestegen opleidingsniveau te verklaren zijn. Maar in ideologisch opzicht is er een duidelijk verschil: terwijl ouderen met vu-Magazine 11(1982) 3 (maart)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 104

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's