VU Magazine 1982 - pagina 200
van oude vredesgeschriften, beginnend al in de vorige eeuw, maar vooral uit de jaren twintig van mensen die nadenken over een systeem van geweldloze verdediging (in die tijd vaak genoemd pacifistische volksverdediging). Niezing: „Het is een Duitser geweest, Gernot Jochheim, die een jaar of vijf geleden is gepromoveerd op een proefschrift dat handelt over deze geschriften: Anti-militairistische Actionstheorie", die daarin de wortels van deze Vlaamse en Nederlandse idee heeft blootgelegd. Dan gebeurt er een hele tijd niets en dan krijgt u na de Tweede Wereldoorlog een aantal mensen, die vooral uit de zorg voor de kernbewapening opnieuw over deze dingen gaat nadenken. Vaak zonder te weten dat er al veel eerder over is nagedacht. Dat zijn voor een deel militairen, die sociale verdediging zien als een vorm van voortgezette oorlogsvoering. Dat betekent dat als men afziet van nucleaire wapens, men — volgens deze militairen dan — vrij gauw bezet zal worden, maar als je dan een keer bezet bent, dan kun je doorvechten. Dat is dan misschien een schepje er bovenop dat als afschrikking kan dienen. Dat kan gewelddadig of geweldloos zijn. Gewelddadig, in de vorm van een partisanenstrijd, geweldloos in de vorm van sociale verdediging. Een van de meest beroemde militaire schrijvers, Liddell Hart, een Engelsman die de uitvinder van de Blitzkrieg is geweest, en die allerlei fundamentele werken op strategiegebied heeft geschreven, heeft kort voor zijn dood een beroemd artikel gepubliceerd „Lessons from Resistance Movements" (1978), waarin hij de guerilla en het geweldloze verzet met elkaar vergelijkt. Hij komt dan tot een conclusie, die je eigenlijk zou moeten inlijsten in de werkkamer van elke polemoloog, nl. dat in dichtbevolkte, niet-geaccidenteerde gebieden sociale verdediging de voorkeur verdient boven guerilla. Waarom? Ten eerste kun je een guerilla veel beter beoefenen in gebieden waar bergen zijn (je weet nooit wat er achter zo'n berg zit), maar bovendien is de schade in een dergelijk dichtbevolkt stedelijk gebied als Vlaanderen en Nederland onnoemelijk groot. Als je daar een guerilla-oorlog gaat voeren, wijkt dat weinig af van territoriale verdedigingDaar komt nog bij dat je in een dergelijke hoog-ontwikkelde samenleving als wij hier hebben vrij gemakkelijk sabotage kunt beoefenen. Met geringe middelen kun je zeer veel verstoren. En in een dichtbevolkt gebied is het heel gemakkelijk om mensen te verbergen. Mensen kunnen onderduiken, niet ergens in Drenthe, maar juist in Amsterdam. Een van de interessante dingen is eigenlijk, dat je op die manier het hele verzet in de Tweede Wereldoorlog opnieuw kunt gaan doordenken. U zou eigenlijk de werken van L. de Jong helemaal opnieuw moeten gaan interpreteren op dit punt. Dan is een van de eye-openers dat op het hoogtepunt van de Tweede Wereldoorlog, in 1944,120.000 mensen in Nederland waren ondergedoken. Onvindbaar! Er werden er af en toe wel wat gevonden, maar dat was maar een heel gering percentage. 120.000 onderduikers in een landje als Nederland. Dat is onvoorstelbaar. Een vorm van geweldloos verzet is dat bij nader inzien geweest", aldus prof. Niezing. 182
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's