VU Magazine 1982 - pagina 232
men in een collectieve ervaringsstructuur. Aan het eind van de Middeleeuwen komt er een sterkere nadruk te liggen op het zelfbewustzijn van de mens. In de Reformatie zal dat tot uitdrukking komen in een sterke accentuering van de persoonlijke relatie met God, het losgemaakt worden uit de collectiviteit. Deze ontwikkeling gaat gepaard met een toenemende distantie tussen binnen- en buitenwereld, althans de beleving daarvan. De binnenwereld wordt de wereld van het bewustzijn, die samenvalt met de ziel en zo ontstaat de religie van de innerlijkheid die met de lichamelijkheid niet zoveel meer te maken heeft. De taal van het lichaam, denk aan het knielen, de processie, de dans, wordt irrelevant en is het heden ten dage voor de meeste reformatorische christenen nog. De systematische onderschatting van al het niet-intellectuele, van de directe ervaring, van het gevoelsmatige, van de lichamelijkheid heeft ons uiteindelijk in grote problemen gebracht, aldus prof. Van Olst. Waar dacht u dat de sexuele revolutie vandaan kwam, de subcultuur van de jeugd, de feministische bewegingen om maar een paar dingen te noemen? Hij noemde het
Wij kunnen de Bijbel amper nog lezen als bedoeld ,,rekeningen van een eeuwenoud proces". De kruik gaat zolang te water tot zij barst. Velen hebben de kerk verlaten of staan op het punt dat te doen. Men spreekt van secularisatie en opdringend atheïsme. Dat zal wel waar zijn als we maar wel bedenken, dat de kerk zelf een belangrijke factor in het proces van secularisatie is geworden. We zouden meer hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van het menszijn wanneer we b.v. de opgroeiende jeugd vertrouwd hadden gemaakt met de poëzie van het Hooglied dan door jonge kinderen lastig te vallen met abstracte ideeën zoals schepping uit het niets. De sexualiteit zonder poëzie, als consumptieartikel, komt niet uit de lucht vallen, meende prof. Van Olst. Wij hebben boter op ons hoofd. Onze leefwereld is de afgelopen eeuwen steeds beperkter geworden, is onder invloed van de alleenheerschappij van het theoretisch kennen steeds verder verarmd. Waar was alleen, watzintuig-
210
Op naar de discussielokalen!
lijk waarneembaar was (geref. synode. Assen 1926). Wij, kinderen van de Reformatie, meenden het met de pure Openbaring te kunnen doen. Veel, zo niet alles, wat met de ervaring, met de verbeelding en symboliek te maken had, ging d&deyr utt. Deze psychologische beeldenstorm was een uitdrukking van de verschuiving in het moderne denken van beeld naar abstract begrip, van symbool tot eenduidige bruikbaarheid. Een van de gevolgen is dat wij de Bijbel amper meer kunnen lezen, zoals die bedoeld is. Voor velen is de religieuze dimensie uit het bestaan verdwenen. Het betoog van prof. Van Olst eindigde in een pleidooi om vergeten ervaringswerelden opnieuw op te zoeken in de viering, in de liturgie. Ondanks alle emancipatie lijden we aan een grote cultuurarmoede. Daardoor komen nieuwe ervaringskaders ook zo moeilijk van de grond. Niet het denken of de rationaliteit, maar de lofprijzing is in de bijbel de karakteristiek van het menszijn, stelde prof. Van Olst. Het zijn de bijbelse noties, zoals die in de liturgie aan de orde behoren te zijn, die ons de tekorten van onze technisch-wetenschappelijke cultuur laten zien. Het gaat
Cultuurarmoede ondanks alle emancipatie
hierbij om de fundamentele waarden van het menselijk bestaan, zoals liefde en gemeenschap, gerechtigheid, waarheid en vrede. Deze waarden zijn niet op een verstandelijke manier te funderen, maar liggen dieper, hebben een^ religieuze dimertsie, zijn geworteld in een mytisch bewustzijn. Prof. dr. G. Dekker onderscheidde in zijn inleiding drie vormen van secularisatie die optreden. Als eerste noemde hij de vermindering van de godsdienstigheid. Het lidmaatschap van kerkelijke en godsdienstige groeperingen neemt af, ook als men nieuwe religieuze bewegingen, inclusief de evangelische bewegingen, in ogenschouw neemt. In 1966 zei nog 51 % ja op de vraag of men regelmatig (b.v. vrijwel iedere week) naar de kerk ging, in 1979 was dit percentage gedaald tot 34 (bij jongeren 24). Ook in het publieke leven nemen godsdienstige symbolen en handelingen af. Als tweede vorm van secularisatie signaleerde prof. Dekker de secularisatie als beperking van de reikwijdte van de godsdienst. Godsdienst functioneert nu nog vrijwel uitsluitend in het persoonlijk leven van de mensen. Als voorbeelden noemde prof. Dekker dat er weinig meer publiekelijk in godsdienstige termen gesproken wordt over zaken als geboortebeperking of gezinsplanning, huwelijk en echtscheiding. De te creëren publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie stond vroeger vooral bij christenen in direct verband met godsdienstige opvattingen, maar wie legt nu nog verband tussen
vu-Magazine 11(1982) 6 (juni)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's