Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 167

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 167

6 minuten leestijd

noemde, en in juni 1979 werden 40.000 uitgehongerde vluchtelingen met grof geweld door het Thaise leger het land uitgejaagd. Duizenden Khmers, ernstig verzwakt en uitgeput door de maandenlange voorafgaande ontberingen stierven tijdens deze actie. Door het protest van een aantal diplomaten, op initiatief van de Zweedse ambassadeur, wordt de aandacht van de wereld gericht op hetgeen gaande is aan de Thaise grens, en het startschot valt voor een omvangrijke noodhulp-operatie. Die hulp wordt echter vooral mogelijk doordat de Thaise regering inziet dat ze de vluchtelingen eigenlijk goed kan gebruiken voor haar eigen belangen, en als gevolg daarvan haar beleid honderdtachtig graden draait. Vanaf dat moment koerst zij aan op het creëren van een menselijke bufferzone tussen het in Kampuchea oprukkende Vietnamese leger en de Thaise grens. De vluchtelingen in het grensgebied worden daardoor met andere ogen bezien: niet langer lastige, illegale immigranten en zelfs kommunistische Khmers, maar een potentiële factor in de strijd tegen Vietnam en de Vietnamees georiënteerde Heng Shamrin. Pol Pot is van een internationaal verfoeid misdadiger ineens veranderd in een waardevolle bondgenoot, en op voorwaarde dat de voedselhulp aan de vluchtelingen vooral ook leidt tot het weer op krachten brengen van de Rode Khmer strijdkrachten wil Thailand daaraan maar al te graag meewerken. Hulpverlening aan de grens mag nü dus wel van de Thais, die nog enkele maanden eerder een functionaris van de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen het land uitzetten omdat die geprotesteerd had tegen het terugsturen van uitgeputte vluchtelingen door het Thaise leger. Hulp aan diezelfde vluchtelingen wordt echter door Heng Shamrin — de machthebber in Pnom Penh — opgevat als steunverlening aan zijn tegenstander Pol Pot. Op grond daarvan wil hij niet praten met dezelfde organisaties (vooral UNICEF en het Rode Kruis) over eventuele hulpacties binnenslands, binnen Kampuchea. Toch is daar heel dringend behoefte aan. De Thais beschouwen dat als steun aan Pnom Penh en aan de Vietnamese bezettingslegers die ze als hun aartsvijanden beschouwen. Politiek neutrale hulp, gegeven om humanitaire redenen, bestaat niet in de ogen van de betrokken machthebbers. De diplomatie welke nodig is om beide regeringen ertoe overte halen in

vu-Magazine 11(1982) 4 (april)

te stemmen met een gelijktijdige actie aan de grens en binnen Kampuchea stelt hoge eisen. De besprekingen vorderen langzaam en toch is er haast geboden. De situatie is uiterst nijpend voor miljoenen mensen en bovendien is het van groot belang om op zijn minst een zekere landbouwopbrengst voor het volgende jaar veilig te stellen. Daartoe moeten de uitgehongerde boeren — en de ossen voor het ploegen — weer op krachten komen want anders zullen ze niet eens in staat zijn het land te bewerken voor de volgende oogst. Maar behalve voedsel en andere elementaire benodigdheden moet ook zaaizaad en wat er verder allemaal nodig is voor de landbouw, snel ingevoerd en gedistribueerd worden in het onvoorstelbaar ontwrichte Kampuchea. Daarvoor moeten zelfs de transportmiddelen aangevoerd worden, tot aan de apparatuur om schepen en vliegtuigen te ontladen toe. En vooral, er is haast bij: het landbouwseizoen heeft zo zijn eigen wetten en regels. Het kan niet wachten op ruziënde politici. De doorbraak in de politieke patstellingen komt in de vorm van een aantal gezamenlijke bezoeken van vertegenwoordigers van UNICEF en het Internationale Rode Kruis. Waarom die doorbraakpoging na enkele maanden praten slaagt waar anderen faalden, is een verhaal op zich. Daarin speelt een veelheid van uiteenlopende factoren mee zoals de politieke verhoudingen (de omkeer in het Thaise beleid) en persoonlijke relatiepatronen van de betrokkenen. Doorslaggevend waren echter de grote kennis van de regio bij de onderhandelaars van UNICEF en Rode Kruis, de vindingrijkheid ongewone wegen te bewandelen in een noodsituatie die daarom vraagt. Tegen eind september is op twee fronten een werkbaar accoord bereikt: Pnom Penh stemt op bepaalde voorwaarden in met hulpoperaties binnenslands en de vestiging van een klein coördinatiekantoor in de Kampucheaanse hoofdstad, en met de Thaise regering bestaat overeenstemming over de wijze van hulpverlening aan de grens. Het is najaar 1979, ruim negen maanden nadat het bewind van Pol Pot is verjaagd en in Kampuchea een onvoorstelbare noodsituatie ontstond. Als de hulpverlening eenmaal kan starten levert de eerste periode een stormachtig, maar ook chaotisch beeld op. Aan de grens moet plotseling voor honderdduizenden verzwakte en uitgehongerde mensen in de eerste levensbehoeften voorzien worden, hetgeen hoge eisen stelt aan de

organisatie. Letterlijk alles moet aangevoerd worden, en — wat mogelijk nog moeilijker is — gedistribueerd onder de vluchtelingen die zich op tal van plaatsen in het grensgebied bevinden: voedsel, drinkwater, kleding, medische hulp en medicamenten, sanitaire voorzieningen om de snelle verspreiding van ziekten tegen te gaan, enz. enz. Het is regentijd en in Sa Kaeo — één van de plaatsen waar de vluchtelingen zich verzamelen — wachten 150.000 mensen op hulp in wat feitelijk één grote modderpoel is. Eerst worden stukken plastic uitgereikt als bescherming en dekens en met spoed worden dan gigantische hoeveelheden bamboe aangevoerd opdat men zich hutten kan bouwen. De organisatie van zo een hulpoperatie vereist groot vakmanschap en een goede coördinatie van alle betrokken partijen. Die coördinatie valt toe aan UNICEF en het Internationale Rode Kruis en niet — zoals men zou verwachten — aan de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen. Formeel is het probleem dat deze geen contacten kan onderhouden met het door de VN niet erkende regime in Pnom Penh (de VN beschouwt nog steeds Pol Pots regering als het wettige bewind in Kampmchea). Een ander groot probleem is dat de Hoge Commissaris volgens zijn officiële opdracht met name hulp moet verlenen aan vluchtelingen buiten de grenzen van hun eigen land die gevaar zouden lopen bij terugkeer naar hun land. In de dikwijls onduidelijke grenssituaties van landen in de derde wereld valt met zo'n mandaat vaak maar moeilijk te werken; wie zal zeggen waar de grens precies loopt in de jungle? Maar de doorslaggevende redenen waarom UNICEF en Rode Kruis de leiding nemen van de hulpacties liggen waarschijnlijk meer op een ander vlak: het vermogen om bij noodsituaties snel en effectief in actie te kunnen komen, de ervaring met grootschalige noodhulp-operaties en de kennis van de lokale situaties. De hulpverlening aan de grens, waar op veel plaatsen tienduizenden Khmers een heenkomen hebben gezocht, wordt door het UNICEF/Rode Kruis-team gecoördineerd. Als later, op een zekere afstand van de grens, in Thailand grote kampen worden opgezet om vluchtelingen te kunnen herbergen, neemt de organisatie van de Hoge Commissaris daarvan de coördinatie op zich. De hulpverlening in Kampuchea blijft echter volledig onder de coördinatie van UNICEF/Rode Kruis plaatsvinden. Maar geleidelijk aan heeft toch ook de

153

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 167

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's