VU Magazine 1982 - pagina 110
91
War with the chiDS?"
„Een gemeenschap die enkele eeuwen lang het meer en beter met dezelfde of minder inspanning in haar vaandei voert, heeft geen recht van Idagen ais dat zo goed geiuict dat voor veel mensen geen werk meer is." Met deze stelling probeerde prof. dr. A. B. Frielink de knuppel in het liok te gooien bij al degenen, die zich zorgen maken over de maatschappelijke gevolgen van vergaande automatisering van het arbeidsproces. Door de snelle ontwikkeling, die de techniek van de micro-electronica, de chip, doormaakt kunnen steeds meer en steeds ingewikkelder processen door computergestuurde machines vervuld worden. Met als gevolg dat de komende tientallen jaren een grote uitstoot van arbeidsplaatsen te verwachten valt. Voorspellingen over het aantal bestaande arbeidsplaatsen, dat door de chip zal verdwijnen, lopen uiteen van 5 tot 30 procent. Over de maatschappelijke gevolgen van de opmars van de computer organiseerde de ekonomische faculteit van de VU op 18 januari jongstleden een eendaags symposium onder de titel „War with the Chips?" Is de chip nog tegen te houden of moeten we ons neerleggen bij de triomftocht van de techniek?
Ere-doctor Frielink Hetsymposium was eigenlijk nog een nasleep van het eeuwfeest van de VU. In dat lustrumjaar werd namelijk prof. dr. Frielink benoemd tot eredoctor aan de VU. Ter gelegenheid daarvan stelde Frielink voor dit symposium te organiseren. Hij ontwikkelde elf stellingen over de gevolgen van de chip waar vier andere deskundigen hun kommentaar op gaven. De stellingname van Frielink is duidelijk: „De invoering van de micro-eiektronica levert op zichzelf nauwelijks negatieve gevolgen, nauwelijks ongemakken op. Het ontwerpen en produceren van chips vereisen weinig energie en weinig schaarse grondstoffen, er ontstaan geen gevaarlijke afvalstoffen; het is een milieuvriendelijke aktiviteit. De gevaren die in de micro-elektronica-toepassingen worden gezien hebben dan ook meer betrekking op de aantasting van maatschappelijke waarden en structuren die wordt gevreesd, dan op de dingetjes zelf. Deze vrees is terecht indien we de ontwikkeling maar over ons heen laten komen, of erger nog, de ontwikkeling zouden willen afremmen, stilzetten of bemoeilijken. Zij is niet terecht indien we er in slagen adequaat op de ontwikkeling te reageren." Voor Frielink is de opmars van de chip niet meer te stuiten en de besparing op arbeidskracht een logisch gevolg van de westerse geschiedenis. „Wat is ertegen als onze welvaart in stand gehouden zou kunnen worden met een fractie van de arbeid die tot voor kort daarvoor nodig was? Er is niets tegen indien we bereid zijn ons gevoel van eigenwaarde niet meer te koppelen aan het cultuurbepaalde criterium van het verrichten van gehonoreerde arbeid," zei hij. We moeten dus op zoek naar zinvolle alternatieven voor vrijkomende arbeid. Maar volgens Frielink ontstaat dan wel het probleem wie uit moet maken wat zinvol is. Een beroep op de overheid om regelend op te treden ziet hij niet zo zitten: „De collectieve beslissers (de overheid) menen vaak dat hun waarden, de enige en absolute waarden zijn. Zij vergeten of negeren het feit dat waarden al even individueel zijn ais gevoe100
lens. Overheden en andere collectiviteiten zijn meestal redelijk in staat om dingen te verbieden, af te remmen of onmogelijk te maken. Zij verstaan zeer slecht de kunst om dingen te stimuleren, te ontwikkeien ofte exploiteren." Volgens Frielink bestaan er geen goede methoden om gevoelens of waarden te meten: „De gebruikelijke methode van meting daarvan is via het geld dat iemand voor iets over heeft." Hij vond dit zelf ook geen geweldige oplossing, maar wist geen betere. Hoewel dat betere door Frielink ook wel vrij specifiek ingevuld werd: „Beter moet dan niet betekenen meer ethisch verantwoord, maar effectiever en efficiënter."
Niet te Stuiten Ook de computerdeskundige prof. J. M. van Oorschot vond dat de opmars van de chip niet meer te stuiten is: „De computers zijn reeds zodanig gemeengoed, dat uitroeiing ais een illusie moet worden beschouwd."Pogingen om de opmars tegen te houden deden Van Oorschot denken aan het verzet van bouwers van wagens voor paarden tegen de komst van de stoomtrein. Dat verzet was volgens hem on-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's