VU Magazine 1982 - pagina 137
De roos in de vuist van de theoloog Kari Bartii Klopt de eindconclusie van de geruchtmakende Barth-studie „Theologie und Sozialismus" die in 1972 gepubliceerd werd door prof. dr. F. W. Marquardt? Voor een deel wel. Gedurende zijn gehele leven is Barth een positieve relatie tussen het evangelie en het socialisme blijven zien, bevestigt een onderzoek dat de afgelopen jaren aan de Vrije Universiteit is uitgevoerd door de sektie dogmatiek van de theologische Faculteit.
Het onderzoek was een project, dat toegewezen werd door de commisie Beleidsruimte Onderzoek in 1979. Als resultaat van deze studie schreef M. E. Brinkman een boek „Barths socialistische stellingname" dat thans verschenen is bij de uitgeverij Ten Have. Een fragment uit dit boek treft U op de volgende pagina's. De volledige titel van het VU-project luidde: „De relatie tussen Barths theologie en zijn politieke stellingname en de reaktie daarop in de Nederlandse theologische discussie over de verhouding geloof-politiek." Brinkmans boekje gaat over het eerste deel, waarin hoofdzakelijk wordt ingegaan op de internationale discussie. Voor eind 1983/begin 1984 is het tweede deel gepland van dit projekt. Daarin komt de politieke Barth-conceptie in Nederland aan de orde. De studie begint en eindigt met een bespreking van Marquardts Barth-studie, maar daarover gaat het niet alleen. Onweerlegbaar acht dr. Brinkman de belangrijkste conclusies van Marquardt. „De vraag is alleen hoe stringent Barth zijn keuze voor het socialisme met de inhoud van zijn theologie heeft willen verbinden," vervolgt hij. „In de eerste plaats blijkt dan zowel uit Marquardts onderzoek als uit het onze, dat Barth vooral in konkrete situaties zijn socialistische stellingname heel dicht met de inhoud van zijn theologie kon verbinden, in de tweede plaats moet er echter ook op worden gewezen, dat Barth los van die konkrete situaties in zijn brede theologische uiteenzettingen veel terughoudender ten aanzien van het socialisme is. Zo heeft hij bij voorbeeld nooit naast de schrift, de kerk en het joodse volk ook het socialisme ais voorbeeld van Gods sekundaire „Gegenstandlichkeit" genoemd. Ook wanneer Barth de aandacht vestigt op
VU-Magazine11 (1982) 4 (april)
indikaties van de in Jezus Christus verschenen nieuwe werkelijkheid in onze werkelijkheid valt de naam van het socialisme niet. Wel blijkt uit de wijze, waarop hij begrippen als gerechtigheid en recht gebruikt en waarop hij over de staat spreekt, dat socialistisch gedachtengoed hem t)epaald niet vreemd is. Vooral het feit, dat hij herhaaldelijk het geloof in de opstanding verbindt met een pleidooi voor het — ook in de theologie — ernstig nemen van de noden van ons lichamelijk-materieel bestaan, is er een bewijs voor hoezeer centrale socialistische noties tot in de kern van zijn theologie zijn doorgedrongen." Wat beoogde de sektie dogmatiek (prof. dr. J. Veenhof, drs. A. van Egmond, drs. C. van der Kooi en ds. Dondorp) met deze studie? Dr. Brinkman zegt er dit van in z'n woord vooraf. „Het belangrijkste doel van deze studie is een bijdrage te leveren aan de in Nederland na de zogenaamde „doorbraak"-diskussies van vlak na de tweede wereldoorlog weer wat in het slop geraakte diskussie over de verhouding geloof-politiek. Deze publikatie beoogt het materiaal aan te rei-
ken, waarop in een volgende voortgeborduurd zal worden. In de geplande publikatie zal dan vooral de vooroorlogse kontroverse tussen de Hollandse neocaivinisten en barthianen, de doorbraakdiskussies en de huidige polemiek rondom de links-barthianen ter sprake komen." De problematiek is aan de VU verre van nieuw in verband met Barth. Al voor de oorlog waren er problemen rond de verhouding geloot-poiitiek. Toen hij maart 1939 zou spreken voor het studentencorps van de Vrije Universiteit, stak de Vreemdelingendienst van de Amsterdamse politie er een stokje voor. De uit nazi-Duitsland uitgeweken theoloog mocht wel praten over geloof, maar niet over politiek, zo werd beslist. De Standaard berichtte 25 maart 1939: „Met name is door de politie bezwaar gemaakt tegen de beantwoording der volgende vragen: „indien de Christen geroepen is tot politieken Godsdienst, wat is er dan in te brengen tegen de door Groen van Prinsterer en dr. Abraham Kuyper ontwikkelde gedachten over Christelijke politiek, welke a. de strekking heeft, ook op het politieke erf in gehoorzaamheid aan God te leven?, b. hiervan uitgaat dat de vraagstukken op politiek gebied niet uitsluitend technisch en zakelijk zijn, maar in vele opzichten samenhangen met geloofsvragen (b.v. klassenstrijd en vrijheid voor Chr. onderwijs.)?" Het thans verschenen boekje over Barth telt 128 pagina's. Lofwaardig (want dat kost aandacht en geld) is de moeite die de uitgever zich troostte om de voetnoten weer aan te brengen op de plaats waar ze horen: onderaan de bladzijden. Op de volgende pagina's treft u een fragment aan uit een der hoofdstukken.
123
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's