Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 150

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 150

1 minuut leestijd

oud-sekretaris van het COC, zijn artikel in De Groene Amsterdammer van 22 maart 1978. En inderdaad, De Jong had heel wat vergeten ondanks alle informatie die Tielman hem had opgestuurd voor deel 8 van de reeks „Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog". Lou de Jong sprak van „een l<ommunikatiestoornis" en beloofde deze leemten op te vullen in de herdruk en het later te verschijnen deel 12. Nu stond er alleen dit, op bladzij 219: „Wat de liomoseksuelen betreft: enkelen tiunner zijn opgepakt en naarde concentratiekampen gestuurd, maar, anders dan in Duitsland is van een systematische vervolging van deze groep geen sprake geweest, zij het dat wellicht veel plannen in de richting bestaan hebben." „Vage wijsheden", sneerde De Jong-kritikus Jan Rogier op 21 oktober 1978 in Vrij Nederland. Alles wat naar homoseksualiteit riekte, werd uitgesneden. En konden de Duitsers geen beschuldiging formuleren dan bood altijd nog de vage aanklacht „homoseksualiteit" uitkomst. Ook de Nederlandse politie liet zich niet onbetuigd. Vaak in samenwerking met de Duitsers voerde zij razzia's uit in Amsterdamse homobars. Auto's vol homoseksuelen werden weggereden. In de koncentratiekampen waren de homo's aan de wilde beesten overgeleverd. Ze stonden, tot de komst van de joden, het laagst genoteerd in de rangorde van de kampen. Ze waren herkenbaar aan het roze driehoeksspeldje, de „jodenster" van de homo's, dat ook vandaag de dag door een aantal homo's wordt gedragen. Vonden de joden nog wel enkele pleitbezorgers in oorlogstijd, de homoseksuelen kenden vrijwel niemand die het voor hen opnam, wellicht omdat velen de term „rottend vulsel" nog niet zo slecht gekozen vonden.

'n Bekende vraag Al in 1935 voerde Hitler een uitbreiding van de antihomowet door. Artikel 175 werd verrijkt met een 175a: een kus of aanraking tussen mannen was nu al voldoende om in het tuchthuis te belanden. Op het tuchthuis volgde in de praktijk het koncentratiekamp. De Duitsers vonden 't na de oorlog niet nodig dit artikel te schrappen. Het bleef tot 1969 bestaan. Uiteraard ontbraken in de kampen de proeven op homo's niet. Zouden ze van hun homofilie kunnen genezen door inspuiting van preparaten of inplanting van klieren? Een vraagstelling die ook thans nog sommigen bezighoudt. In de kampen stonden de homoseksuelen in het algemeen alleen, juist ook onder hun medegevangenen. Die beschouwden homo's meestal óók als zedenmisdadigers. Op solidariteit hoefden ze niet te rekenen. Veel homoseksuelen waren ook een gemakkelijk slachtoffer: weinig politiek bewust, heel angstig, amper weerbaar.

De vergeten vergassing De bevrijding bracht geen echte bevrijding voor de homo's. In 1950 bepleitte het Katholieke Centrum voor Staatkundige Vorming een wetgeving die verder ging dan de nazi-wetten: homo's de gevangenis in en onbekeerlijken naar het gesticht: „Zij worden dan vanwege de Regering verpleegd en voor zolang zij niet genezen zijn of hun nog niet voldoende wilskracht is bijgebracht om zich tegen hun aanleg te verzetten, worden zij uit de samenleving voor welke zij een gevaar betekenen, verwijderd." 136

Het COC, direkt na de bevrijding opgericht, wist met moeite aan een verbod tot oprichting te ontkomen. Er kwam in ons land een Wet-Uitkering Vervolgingsslachtoffers, maar wie de wet ook opsomt, homoseksuele vervolgden kent zij niet. Bij talloze jaarlijkse oorlogsherdenkingen werd vooral in de eerste jaren na de oorlog de aanwezigheid van het COC allerminst op prijs gesteld. Ook nu nog worden homo-kransen bij herdenkingen vernield. Hun vervolging werd na de oorlog doodgezwegen. Rob Tielman houdt staande dat volgens een getuigeverklaring de Amsterdamse politie zeker nog tot 1952 lijsten van homoseksuelen bewaarde. Een man die in dat jaarwerd aangehouden op verdenking van homoseksueel kontakt met 'n minderjarige, hoorde op het ,buro dat de politie hem zestien jaar terug, in 1936, had geboekstaafd als homoseksueel. Bij het doornemen van talloze kranteknipsels uit de laatste paar jaren op bet archief van het Amsterdamse COC krijg je de indruk dat er niet veel veranderd is. Telkens staat weer het relaas van beledigde homo's in de kranten: „Ze zz/n vergeten jou ook te vergassen" is een zin die steeds terugkeert. Een homo wiens ouders onder Hitler zijn vergast, krijgt te horen: „Ze zijn vergeten jou ook te vergassen". Een homo stapt in Dubbeldam een snackbar binnen. Patat krijgt hij niet, wél de verwensing: „Laatje maar vergassen". De politie zag hier geen taak.

Iets veranderd Toch blijkt hieruit dat juist wél iets veranderd is. De krant brengt het uitzondelijke als nieuws. Onmiskenbaar is er iets veranderd, niet in het minst in gereformeerde kring. Oudere gereformeerden die op 15 februari professor Velema in de VU-aula hoorden praten over zijn ontkenning van homoseksualiteit als volwaardige vorm van seksualiteit, beving een vreemd gevoel van herkenning: „Deze man praat precies zo als wij gereformeerden twintig, dertig jaar geleden". Die verandering is heel eenvoudig vast te stellen aan de hand van de Christelijke Encyclopedie. De eerste druk, uit 1925, over homoseksualiteit: „M/V/mogen de homoseksualiteit nooit anders beschouwen dan als een zedelijke pest". De tweede druk, uit 1953, is niet zo zelfverzekerd meer: „ M/aar o\'ercye homoseksualiteit en haar behandeling nog veel onklaarheid bestaat(...) is naasteen afwijzing van ontuchtige handelingen door homoseksuelen (...) een voorzichtige benadering in pastorale sfeer op zijn plaats." Het verzwijgen of afkeuren heeft plaats gemaakt voor open diskussie. Dat is niet uitsluitend winst. Zo betoogt Okke Jager in Hervormd Nederland: „Dringt het voldoende tot ons door wat het voor de gediskrimineerden betekent om als lijdend voorwerp van voor- en tegenstanders het dagelijks gespreksthema te zijn in een stroom van artikelen, ingezonden stukken, perskonferenties, uitzendingen en diskussiebijeenkomsten? Ook als wij de handen van hun littekens wegtrekken, raken wij hun littekens aan." Vanwaar echter die omslag? De pil? Bracht de seksuele vrijheid, het gevolg van de pil, ook meer vrijheid voor homo's? De welvaart? Ging de welvaart gepaard met meer bereidheid tot experimenteren met nieuwe, andere mogelijkheden en andere opvattingen? Inderdaad bevestigen geschiedenissociologen dat homovervolgingen altijd optreden na een tijdperk van welvaart, als de ekonomie terugloopt. Of was het 't gevoel van „we zijn overbevolkt, een beetje rustiger aan met al die voortplanting kan geen kwaad"? Of,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 150

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's