VU Magazine 1982 - pagina 201
Wat nu? Als Nederland op 14 mei 1940 het militaire verzet tegen de Duitsers staakt, ontstaat er vanaf het eerste moment een discussie: wat nu? Colijn, oud-militair, drager van de Militaire Willemsorde, oorlogservaring in Atjeh en Lombok, opent de discussie meteen al in het nummer van De Standaard van 15 mei, op dezelfde voorpagina, die het capitulatienieuws meldt: „Opperbevelhebber deelt mee: Wij hebben de wapens moeten neerleggen". „En wat moet nu verder onze gedragslijn zijn?", vraagt Colijn zich afin zijn befaamde beschouwing op 15 mei'40. „Heleinde". „Allereerst zou het dwaas zijn de feiten niet ferm in het aangezicht te zien. Wanneer men mèt een leger de Duitsers niet kon weerstaan, kan men het zonder teger zeker niet. Aiie verzet is dus uitgesloten. Het dient tot niets en verergert slechts den toestand." Met dit zinnetje heeft hij duidelijk het oog op vormen van gewelddadig, ruimer misschien, vormen van verzet, die een overtreding inhielden van regels, die gesteld waren in het LOR, het Landoorlogsreglement. Maar de motivatie was minder een principiële dan een praktische: ,,Het dient tot niets". En hij voegt er aan toe: „Dat beteekent echter niet dat we innerlijk ons overgeven". Inderdaad zal in kringen van gereformeerdeverzetsmensen het verhaal gaan dat Colijn geen idee had van mogelijkheden van vormen van verzet, zoals die zich later zouden ontwikkelen, en nog sterker was dit het geval bij een kamerlid als Duymaer van Twist (BVL-generaal), die al in de jaren twintig bekend stond als de felste havik in de ARfractie (veel feller dan Colijn) wanneer er getornd dreigde te worden aan het Nederlandse defensiebudget. Trouw-redacteur Van Ruller (in een door Henk Biersteker gepubliceerd interview in Een Ophitsend Geschrift) (1968): „Ik bracht hem na diens eerste arrestatie een boodschap van Schouten. Ik herinner me nog goed: hij was helemaal van de kook. Hij wou er niets, maar dan ook niets mee te maken hebben (met dein het geheim werkende AR-beweging). Alle verzet was nonsens, ik hoor hem nog zeggen: „'t Zijn Germanen! Ze schieten je dood. „Ik zei nog: Nou dat lijkt me dan een mooi einde voor een generaal die 75 jaar is. Hij had er eenvoudig geen begrip van, dat je in de Veluwe een hol kon graven en datje daar dan ook in kon gaan zitten. En dat je het de Duitsers dan nog knap lastig kon maken! Colijn geloofde het ook niet. Illegaliteit, dat kon in de Ardennen misschien, of in het Verre Oosten of in Joegoslavië, maar niet in ons land. Dat kon hij zich niet voorstellen. Vandaar dat hij bijzonder verheugd was, toen prof. Oranje hem in zijn gevangenschap het verhaal deed van Trouw."
Scepsis De aanvankelijke scepsis van Colijn over de mogelijkheden tot het bieden van verzet met andere dan militaire middelen heerst nog steeds. Er is wel een stortvloed van literatuur over dit onderwerp geschreven, vooral door buitenlanders (Galtung, Sharp, Roberts, Jocheim, Jahn, Geeraerts enz.), maar goed beschouwd is eigenlijk alleen nog maar uiteenlopend bewijsmateriaal aangedragen voor de stelling dat echt onderzoek nu eens nodig is. Van een systematische voorbereiding op alternatieve vormen van verdediging is nog nooit ergens sprake geweest. Het was altijd improvisatie. Maar zeker in het computertijdvu-Magazine 11(1982) 5 (mei)
perk zijn de technische mogelijkheden tot onderdrukking enorm toegenomen. De NIVV-publikatie in het begin van de jaren zeventig over Sociale Verdediging noemde prof. Niezing in zijn VU-lezing ,,een treurig dieptepunt in de Nederlandse overheidsvoorlichting". Hij klaagde dat aan alternatieve vormen van verdediging zwaardere eisen worden gesteld wanneer de effectiviteitsvraag aan de orde komt, dan aan de bestaande militaire vormen. ,, Weinig alternatieven zijn echt diepgaand onderzocht, maar hetzelfde kan men van het traditionele defensie-en veiligheidsbeleid zeggen. Dat is eigenlijk ook maar natte vingerwerk. De scenario's van de NA VO zijn ook maar intuïtieve zaken. Daar heeft men — gelukkig — ook nooit echt ervaring mee gehad. Die zijn in principe niet zoveel beter dan andere scenario's." De toenemende onveiligheid in de wereld, met name voor Centraal- en Noord-Europa (het gebied waarin wij wonen), zag prof. Niezing als oorzaak dat er weer meer nagedacht gaat worden over alternatieve vormen van verdediging. Daartoe kan gerekend worden de ontwikkeling van alternatieve niet provocerende defensieve wapens (waar aan de VU Barnaby en Boeker zich mee bezighouden), mogelijkheden van gewapend burgerverzet tegen een indringer (guerrilla) en het meest vergaande alternatief is de Sociale Weerbaarheid, geweldloos verzet, hetzij op praktische, hetzij op principiële gronden van ethische („gij zult niet doden") of volkenrechtelijke aard.
Trouw
Met dit laatste zijn vooral verzetsmensen uit a.r. kring in de knoop geraakt. Geweld mocht, maar alleen militair geweld, gepleegd in opdracht van een wettige overheid en voor burgers slechts als er sprake was van „noodweer", zo was een lang volgehouden redenering. In dit standpunt is nog langer volhard dan het geval was in kringen van bewustgeweldloze verzetsstrijders, die het blad ,,De Vonk" uitgaven. Zo keurt Trouw (in een artikel van VU-hoogleraar V. H. Rutgers) de aanslag op Seyffardt in februari 1943 scherp af, evenals de Londense regering. ,,De Vonk" doet dat niet. Het blad heeft er begrip voor, maar „ Wij propageren de methode van de terreur niet, omdat wij in principe de geweldloze strijd boven de gewelddadige stellen, en aan een algemene werkstaking, aan algemene non-coöperatie en lijdelijk verzet, ook op dit ogenblik groter waarde zouden moeten hechten dan aan aanslagen ". De afkeuring van Trouw berust op het achtste gebod („Gij zult niet doden") en op volkenrechtelijke regels. „Ook de oorlog is aan recht onderworpen. Private personen die met wapens strijden, mogen als franctireürs worden gestraft. En sluipmoord is ook in de oorlog niet een wettig strijdmiddel". Vier maanden later al begint dat standpunt te wankeien, onder invloed van de praktijk. „De laatste tijd valt er een toeneming te bespeuren in een soort van verzet die het lijdelijk verzet en de burgerlijke ongehoorzaamheid te boven gaat. Wij horen van overvallen op gemeente-secretarieën. Er worden aangeslagen gepleegd op arbeidsbureaux..." Trouw stelt zich daarachter. „ Wat in normale tijden misdrijf is, is in den oorlog som-tijds recht, ja zelfs plicht". Het artikel heet „Geweld". Gehandhaafd wordt dan echter nog het standpunt dat doden niet mag. „Het doden in de oorlog is alleen geoorloofd te achten, als het een militaire handeling is". De berichten over de overvallen op arbeidsbureaus
183
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's