Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 218

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 218

3 minuten leestijd

Uit de Hortus -1 •

door Daan Smit ,,En gij, neem tarwe, gerst, bonen, linzen, gierst en spelt, doe ze in een poten maak er brood van " Ezechiël 4:9 (zie tevens Samuel 17-27-28) Vicia faba (sy n: Faba vu Igaris), beter bekend als tuinbonen, grote bonen of paardebonen, neemt niet z o n erg belangrijke plaats in de bijbel in. Dat komt misschien door het feit dat in de tijd toen het boek der boeken werd geschreven, bonen bij de beter gesitueerden niet zo erg in trek waren. Er werd namelijk verondersteld, dat men na het nuttigen ervan nachtmerries kreeg en tot onzedelijkheden zou worden aangespoord. Alleen al hetdromen van bonen zou moeilijkheden kunnen veroorzaken. Ook geesten vluchtten angstig weg bij het ruiken van de bonenlucht. De Oud-Romeinse goden van de groei der planten — in het bijzonder van granen, Ceres, weigerden bonen te betrekken bij haar giften aan de mensheid. Zelfs Hippocrates (460377 voor Chr.) die wel gezien wordt als de grondlegger van de geneeskunde geloofde stellig dat iemands visie werd beïnvloed door het eten van deze bonen. Ook Romeinse priesters hielden bonen voor onrein en heidens. Hoe het ook zij, tuinbonen vormen vandaag de dag een belangrijke voedselbron, die door velen onder ons zeer gewaardeerd wordt. Vicia faba is een eenjarig gewas behorend tot de familie

200

van de vlinderbloemigen (Leguminosae) die van oorsprong vermoedelijk inheems is in Perzië. Reeds zeer vroeg werd dat voedingsgewas veelvuldig in West-Azië en NoordAfrika gekweekt, zodat het niet meer met zekerheid is vast te stellen waar precies het land van herkomst lag. In het oude Egypte werd het eveneens gekweekt naar gebleken is:

dit soort bonen werd bij mummies aangetroffen. Tuinbonen namen in het oude Palestina — voor de armere bevolkingsgroepen — een belangrijke plaats in. Net zoals dat ten tijde van de bijbel het geval was, worden ze ook nu nog tot meel vermalen, waaruit men broden bakt. Ook in water gekookt worden ze als groente door de arme-

re bevolking gegeten. Tuinbonen zijn bij ons zonder al te veel problemen te kweken. Ze kunnen als een van de eerste groentegewassen reeds vanaf eind maart buiten in de volle grond worden uitgezaaid . Wie een paar weken eerder wil oogsten kan de bonen ook binnenshuis, zo tegen februari zaaien, b.v. in een kistje. Zodra de zaailingen dan een 5 cm hoog zijn, kunnen ze begin april buiten uitgeplant worden. Ze moeten dan wel tegen eventuele nachtvorst worden beschermd. Omdat de jonge toppen van tuinbonenplanten nogal eens massaal belaagd worden door de zwarte bonenluis, is het aan te bevelen die toppen boven de eerste 6-7 bloemenbundels te verwijderen. Deze handelwijze mag zo op het eerste gezicht jammer lijken, door een gedeelte van de stengel met bloemen en al te verwijderen, doch men bedenke zfch, dat deze tater gevormde bloemen toch geen vrucht zetten en dus ook geen bonen zullen leveren. Door de methode van het toppen toe te passen, wordt een chemische bestrijding van de zwarte bonenluis, met soms giftige middelen, voorkomen. Oogstrijp zijn de eerste peulen wanneer ze niet te groot zijn. Ze bevatten kleine boontjes die dan ook het lekkerst zijn. Volgroeide bonen zijn minder appetijtelijk; ze bevatten veel meer zetmeel. Men kan de peulen ook aan de plant laten zitten tot deze geheel afsterven, om ze dan 's winters te kunnen nuttigen. Van Vicia faba zijn enorm veel kultuurvariëteiten in omloop, waarvan de vorm met kleine bonen bekend staat als de zgn. duivenboon. De zaden hiervan worden met b.v. granen en maïs gemengd en gebruikt als voer voor duiven en ander groot pluimvee.

vu-Magazine 11 (1982) 5 (mei)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 218

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's