Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 346

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 346

4 minuten leestijd

Behoort tot de „Rechten van de mens" ook een „recht op ontwikkeling"? Op een hooglerarenbijeenkomst op 7 juni is over deze vraag gediscussieerd tussen prof. dr. P. J. I. M. de Waart (Volkenrecht) en prof. Dr. E. Blankenburg (Rechtssociologie). Het antwoord van prof. De Waart was ja. En hij deed een suggestie hoe zo'n recht zou kunnen worden omschreven. Prof. Blankenburg waarschuwde voor het gevaar van inflatie dat uitgaat van de tendens naar maximale standaarden en eisen. „Het is de vraag of een effectieve sociale politieke niet eerder met politieke dan wel met rechtsmiddelen moet worden bewerkstelligd." De bijdragen van de twee hoogleraren treft u op deze en volgende pagina's.

Rechten van de mens: recht op ontwikkeling door prof. dr. P. «I. I. M. de Waart 1. De rechten van de mens wortelen in de behoefte van individuen aan bescherming, niet zozeer tegen elkaar afzonderlijk — daartoe biedt het recht vanouds passende oplossingen — als wel tegen de samenleving, met name de meest omvattende verschijningsvorm daarvan: de staat. In dat opzicht is aan alle rechten van de mens een collectieve dimensie eigen. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948 benadert die dimensie (nog) vanuit het individu door te stellen: ,,Een ieder heeft het recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt" {artikel 28). De dekolonisatie, met name die van de jaren zestig, heeft daarnaast een nieuwe behoefte geschapen: de uitwerking van de collectieve dimensie van de rechten van de mens in fundamentele rechten (en plichten) van staten jegens de internationale gemeenschap 2. Het Handvest van de Verenigde Naties (1945) stoelt op het beginsel van de soevereiniteit en soevereine gelijkheid van staten. Aanvankelijk — en nog steeds — staat daarbij de politieke gelijkheid van staten voorop. Daarnaast wordt echter allengs duidelijker zichtbaar de noodzaak van een economische gelijkheid. Het Handvest biedt ook in juridische zin ruimte voor deze verschuiving, met name dankzij hoofdstuk IX: Internationale Economische en Sociale Samenwerking. De artikelen 55 en 56 daaruit legitimeren zowel een voorkeursbehandeling voor ontwikkelingslanden

als de erkenning van ontwikkeling als een recht van mensen, volken en staten 3. De rechten van de mens zijn gericht zowel op de bescherming van de mens, zoals hij is, als op het bevorderen van zijn ontplooiing. In dat opzicht veronderstellen zij een rol van het recht bij ontwikkeling, begrepen als de omvatting van alle rechten van de mens de economische, sociale en culturele rechten zowel als de burgerlijke en politieke rechten. Daarnaast wordt ontwikkeling ook gehanteerd in de beperktere betekenis van economische groei of in de bevrediging van fundamentele behoeften: huisvesting, voedsel, gezondheidszorg, onderwijs en deelneming in maatschappelijke processen. Van deze drie beteke-

nissen biedt de laatste houvast voor een juridische omschrijving van een recht op ontwikkeling als een zelfstandig recht van mensen en naties. 4. Het begrip recht op ontwikkeling — niet te verwarren met ontwikkelingsrecht, dat het geheel van regels inzake ontwikkelingssamenwerking omvat — is in 1972 gelanceerd door een jurist de Senegalees Kéba Mbaye, voorzitter van de Internationale Commissie van Juristen en sinds kort (februari 1982) rechter in het Internationale Gerechtshof. Desondanks is er nog geen sprake van een juridische inhoud. In 1977 omschreef Mbaye zelf het recht op ontwikkeling als volgt: ,,En somme. Ie droit au développment envisage la qualité de vie de chaque homme dans sa globalité, pour une promotion tenant compte des choix et des moyens de chaque individu, de chaque naf/on"(Revue Senegalaise de Droit, nr. 22 (1977), p. 36) Blijkens resoluties van de VN-Commissie voor de Rechten van de Mens. de Economische en Sociale Raad var de VN (ECOSOC) en de Algemene Vergadering van de VN (AVVN) gaat de internationale gemeenschap niettemin uit van het bestaan van een recht op ontwikkeling van mensen en naties 5. In 1977 nodigde ECOSOC bij voorbeeld de Secretaris Generaal van de VN uit, overeenkomstig een aanbeveling van de Commissie voor de Rechten van de Mens, om een onderzoek in te stellen naar ,,the international dimension of the right to development as a human right in relation with order human rights based on international cooperation, including the right te

MMÜ^MIMIilIP

316

vu-Magazine 11 {1982) 9 september

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 346

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's