VU Magazine 1982 - pagina 116
^s
ling gezet worden, kun je ze nogal eens horen zeggen, dat we zelf de baas van de computer zijn en ze zo zullen gebruiken als wij zelf willen."
Vooruitgangsgelovige Een sprekend voorbeeld trof VU-Magazine in het januarinummer van het door Onderwijs en Wetenschappen uitgegeven tijdschrift „Wetenschapsbeleid", waarin burgers, die bezorgd zijn dat de chips de werkloosheid tot ongekende hoogten gaan opjagen, het volgende fragment werd aangeboden van een recente lezing van John Whitehead over „Tekstverwerkingen informatiemanagement". „Iedereen hier aanwezig zal inmiddels wei weten dat er een nieuw technologisch tijdperk is aangebroken — in feite een tweede industriële revolutie. Wie van deze nieuwe ontwikkelingen niet op de hoogte is, is ziende blind of horende doof; of nog erger, niet geïnteresseerd of van mening dat het hem persoonlijk niet zal raken. Vooral die laatste twee meningen kunnen fataal zijn. Iedereen die het idee mocht hebben niet bij die ontwikkelingen betrokken te zijn, zal het 20e-eeuwse equivalent van de Dodo blijken. Wie niet in de informatietechnologie is geïnteresseerd, is naar mijn mening niet vakkundig, welk vak hij ook uitoefent. De media hebben de afgelopen twee tot drie jaar een soort hel en verdoemenis verkondigd: massale werkloosheid en enorme terugslagen zijn voorspeld, waarbij die zogenaamde „chip" langzaam maar zeker ieders baantje overneemt. Diezelfde doemdenkers — of hun voorouders — deden ook al van zich spreken bij de eerste industriële revolutie, met hetzelfde evangelie dat „mensen door machines worden vervangen", ik ben het uit de grond van mijn hart oneens met die voorspellingen. We leven juist in een nieuw opwindend tijdperk, dat de sleutel kan zijn tot een nieuwe toekomst, tot nieuwe en boeiende carrières. Laat ik u een verhaaltje vertellen. Zo'n 500 jaar geleden, in een klooster niet ver van Londen, werkte een groep monniken rustig aan een nieuwe uitgave van Boccacio's Decamerone, compleet met de fraaie versierde Initialen. De monniken hadden de gebruikelijke zwijggelofte afgelegd, zodat de stilte alleen maar werd onderstreept door een enkel kuchje of hoestje. Plotseling klonk enig rumoer van buiten en een van de broeders snelde opgewonden de stille ruimte binnen, drgk zwaaiend met zijn armen. „We zijn verraden?" schreeuwde hij. De monniken keken hem geschokt maar zwijgend aan, aarzelend of ze hun gelofte tot zwijgen zouden verbreken om hem te vragen wat er aan de hand was. IVIaar dat probleem werd snel voor hen opgelost, want de broeder ging, met hoge stem en bevend van opwinding verder. „We zijn overbodig geworden, broeders. Een man, William Caxton geheten, heeft een nieuwe, duivelse machine gemaakt, een drukpers. Hij staat in Londen. Dat ding zai ons al ons werk afpakken!" Ik zie hierin een parallel met de tegenwoordige situatie. Steeds meer organisaties voeren nieuwe en verbeterde technieken en die, zo luidt de onvermijdelijke beschuldiging, de arbeid van miljoenen mensen overbodig zal maken. Maar in dit land was er 500 jaar geleden welgeteld één drukker, Caxton. En hoeveel zijn er nu? Dezelfde situatie zal zich met de informatietechnologie voordoen. De monniken die zich niet willen of kunnen aanpassen, zullen hun dagen verder moeten 106
De eerste computer in Nederland (1952) van het IVIathematlsch Centrum in Amsterdam, 'n Kolossaal en peperduur geval. Thans is zo'n ding betaalbaar (en bergbaar) voor iedereen, dankzij de chip
Vetrw/kers vTien^lelijk
Boven: Het dagblad de Times ging bijna ten onder aan de chip. Stakend grafisch personeel verzette zich tegen invoering van apparatuur die hen overbodig dreigde te maken door de introductie van deze elektronische schrijfmachines. Tijdenlang bleven de redactieiokalen leeg Onder: Enthousiast stortten scholieren zich op de electronische kermis bij het 100jarlg bestaan van de VU. Angst voor werkeloosheid? Iedereen denkt dat hijzelf de dans wel ontspringt net als bij verkeersongelukken
slijten in hun moestuinfje of zoiets. iV/laar zij die de mogelijkheden wel zien, zullen voiop werk vinden en, zo meen ik, meer plezier hebben in dat nieuwe werk. Voor de monniken uit het verhaaltje was de drukpers een uitvinding van de duivel, net zoals de huidige generatie computers, chips en micro-processors ziet als uitvindingen van de duivel. Dat is echter de grootst mogelijke onzin. Computers zijn domme, wezenloze dingen. Er zijn mensen voor nodig om ze op gang te brengen, te bedienen en te controleren. Als de mensen zich dat realiseren, hebben zij het belangrijkste probleem opgelost en hebben zij hun toekomst in eigen hand." „Enthousiasteling", zette de redactie van Wetenschapsbeleid boven dit uit het septembernummer van „Asiib Proceedings" geknipte stukje. „Gelovige", had men er ook boven kunnen zetten.,,Overal waar computers worden geïntroduceerd is het nodig na te gaan welke levens- en wereldbeschouwing daarin meekomt, en welke verzwegen fiolosofie, welke visie op wetenschap en techniek, welke maatschappijvisie daarin schuil gaat", waarschuwt prof. Schuurman. Moeiteloos kan In ieder geval worden vastgesteld dat Wetenschapsbeleid hier een gave vertegenwoordiger van het Vooruitgangsgeloof aan het woord liet. Zijn lezing was overigens niet gericht tot de groeiende schare werklozen in Engeland. Overigens is het weinig waarschijnlijk dat de kloostermonniken in de parabel zich in de eerste plaats zorgen maakten over hun werkgelegenheid. In de jaren nadat William Caxton in 1476 bij de Westminsterabdij het eerste drukkerijtje in Engeland begon (hij importeerde de technologie uit Nederland en Vlaanderen) reageerden de geestelijke en wereldlijke overheden niet met banenplannen voor monniken, maar met heel wat anders: censuur. Wat door de boekdrukkunst in de eerste plaats werd bedreigd waren de gevestigde machtsverhoudingen. Zij die
konden lezen en schrijven, beheersten de data-banken van de Middeleeuwen. Wie deze kunst niet verstond en geen toegang had tot de (geschreven) bibliotheken, was geheel afhankelijk van mondelinge informatie door degenen die wat te vertellen hadden. Aan deze machtspositie van de monniken (zij worden wel eens vergeleken met de huidige computerdeskundigen en hun kloosters met de moderne banken) knaagde de boekdrukkunst. Het informatiemonopolie van de geestelijkheid werd aangetast en met schrik daarover konden de ontstelde kreten van de Britse monnik in de parabel wel eens meer te maken hebben gehad dan met vrees voorwerkloosheid.
En de auto dan? Van de geruststellende uitspraken dat we toch zelf de baas zijn over de computer, is prof. Schuurman niet erg onderde indruk. „Het wordt duidelijk dat we door dergelijke uitspraken worden misleid, wanneer we „computer" vervangen door „auto". Immers de uitspraak „de auto kunnen we gebruiken zoals we zelf willen" gaat volledig voorbij aan de problemen die het veelvuldig autogebruik met zich mee heeft gebracht, zoals de problemen van het moderne verkeer, de verkeersopstoppingen, het grote aantal verkeersslachtoffers, de verkeersproblemen in de steden, de veroorzaakte milieuvervuiling, overmatige aantasting van de natuur, ook wordt voorbij gegaan aan de vele economische, sociale en politieke vragen die het groeiend gebruik'van de auto heeft opgeroepen. Een soortgelijk effekt treedt ook op bij een ongekende toepassing van computers. De kans daartoe is door de micro-eiektronica sterk toegenomen. Wanneer computers gebruikt gaan worden in alle bestaande informatie- en communicatieprocessen, moeten deze processen eerst wetenschappelijk beheersbaar worden gemaakt, voordat ze technisch en efficiënt te beheersen zijn. In dat wetenschappelijk beheers-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's