Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 318

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 318

6 minuten leestijd

Soweto, waar de huren de pan uit rijzen, waar water en elektriciteit duurder en duurder worden — althans voor degenen die van deze faciliteiten gebruik kunnen maken. Er is gewoon geen geld om boeken te kopen, of typemachines of ander schrijfmateriaal. Trouwens, voor ons zijn dat luxe artikelen. Bovendien, als je in een intellektueel vakuüm leeft, kun je niet schrijven. Om je intellektuele en kreatieve vermogens te kunnen ontwikkelen, moet je veel lezen, naar bibliotheken gaan, je informeren, in staat zijn boeken en ideeën met elkaar te vergelijken. Dat is allemaal vreselijk moeilijk voor elkaar te krijgen als je zwart bent, en vrouw, en leeft in een samenleving die nauwelijks enige opleidingsmogelijkheden biedt voor zwarten. Afgezien natuurlijk van alle andere sociale spanningen waar vrouwen onder lijden. Ik kan zelf alleen met schrijven beginnen, omdat mijn schoonmoeder ziek was en ik mijn baan moest opgeven om voor haar te zorgen. Op het ogenblik werk ik weer: ik verkoop Kookapparaten. ik kan niet leven van >/vat ik verdien als schrijfster." Miriam TIali werd geboren in Johannesburg. Ze woonde in Sophiatown met haar ouders, die daar een stuk land gekocht hadden. Destijds woonden de mensen nog gewoon samen en met verdeeld in wat nu ,,raciale groepen" genoemd worden: gekleurd, Indisch, Chinees, zwart. Toen de Nationale Partij aan de macht kwam in 1948, was eén van hun eerste beslissingen om Sophiatown van de kaart te vegen. Naast Sophiatown had zich een blanKe wijk ontwikkeld en de regering achtte het ongemakkelijk voor de blanken dat ze vlak bij een ,,niet-blanke" wijk moesten wonen, of er zelfs doorheen zouden moeten. Het was een afschuwelijke ervaring voor de mensen: ze verloren hun land en daarmee hun bron van inkomsten en hun thuis. Families werden uit elkaar gehaald. Miriam TIali was zo gelukkig geweest naar school te kunnen gaan en ze wilde haar studie voortzetten. Ze volgde kolleges aan de universiteit van Witwatersrand, voordat deze gesloten werd. Ze probeerde eerst te werken en zo voldoende geld voor haar studie te verdienen, maar dat bleek onmogelijk. Ze besloot het erop te wagen en begon gewoon aan haar studie. Gelukkig besloot de universiteit haar een beurs te geven en haar inschrijfgeld te betalen. Aangezien ze arts wilde worden schreef ze zich elk jaar in voor medicijnen. Ondanks het feit dat

288

ze alle benodigde diploma's en papieren in bezit had, werd ze niet toegelaten. Zo behaalde ze uiteindelijk een B.A. in sociologie en antropologie, met als bijvak zoölogie. Daarna schreef ze zich in aan de Pius XII Universiteit in Lesotho, maar omdat ze niet als een inwoner van Lesotho beschouwd werd, kreeg ze geen beurs en was ze gedwongen naar Johannesburg terug te keren. Ze kreeg toen een baan in een meubelzaak. In haar eerste roman ,,Muriel at Metropolitan" zijn haar ervaringen uit die periode verwerkt. Op het ogenblik woont ze in Soweto met haar man en dochter. Haar zoon studeert in de Verenigde Staten. Ondanks haar moeilijke levensomstandigheden en de financiële problemen die haar dwongen haar studie op te geven, is Miriam TIali er in geslaagd twee romans en een bundel korte verhalen te schrijven. Ze zegt over haar werk: ,,Mijn eerste roman ,,Muriel at Metropolitan" is autobiografisch, maar het

weerspiegelt het leven van zoveel zwarten. De roman laat zien hoe wij onder het apartheidssysteem leven en brengt de vele pijnlijke aspekten van onze huidige situatie in beeld: gedwongen zijn een baan te aksepteren waarvoor je overgekwalificeerd bent, gedwongen zijn een vernederende behandeling door blanke kollega's te aksepteren, minder dan de helft verdienen van het loon van blanke kollega's die wel hetzelfde werk doen, behandeld worden alsof je geen mens bent. Dan is er natuurlijk de ekonomische uitbuiting. In het geval van de meubelzaak kwam deze bijvoorbeeld tot uiting in het systeem van afbetaling, waarbij de rente voor zwarten hoger was dan voor blanken, ik had de roman al af in 1969, maar ik kon er geen uitgever voor vinden. Men

beschouwde het als wat men ,,te radikaal" noemde. Toen Ravan Press de roman aksepteerde, wilden ze er enkele hoofdstukken uit schrappen. Eerst weigerde ik, natuurlijk! Een jaar later besloot ik het dan toch maar te laten uitgeven. In 1978 werd een bijna komplete versie van de roman door Longman in Engeland gepubliceerd. Toen die versie Zuid-Afrika bereikte, werden beide edities van de roman ,,geband" (verboden AZ). Mijn tweede roman ,,Amandla" kwam uit in december 1980 en werd bijna meteen daarna ,,geband". Dit boek gaat over de Soweto-opstand in 1976. Literair gezien is de roman niet zo goed uitgewerkt, maar ik schrijf ook met om de literaire deskundigen te imponeren. Ik schreef de roman omdat ik wil, dat de jonge zwarten in ons land hun positie kennen en weten wat hun rol in de huidige politieke ontwikkelingen is. Ik schrijf met het doel voor ogen de situatie waarin mijn volk zich bevindt, te verbeteren. Het is belangrijk dat de jonge zwarten in Zuid-Afrika weten waar zij vandaan komen en waarheen zij op weg zijn. Ze moeten weten dat ze een trots verleden hebben en dat elke poging om hen ais mensen te verlagen heeft gefaald en altijd zal falen. Dat wil ik naar voren brengen in mijn werk. Ik probeer twee ambities te kombineren: intelligent schrijven, en schrijven om onze strijd te steunen. Literatuur in Zuid-Afrika kan zich niet afzijdig houden. Ik kan niet puur literair schrijven. Ik heb andere verplichtingen, die ik niet opzij kan schuiven. De mensen die ik in „Amandla" beschrijf, zijn de mensen die om me heen wonen. Ik heb de opstand zelf beleefd: de kogels en traangasgranaten vlogen rond mijn oren. Als schrijfster gebruik ik natuurlijk mijn fantasie, maar de gebeurtenissen waarover ik schrijf, heb ik zelf meegemaakt. Ik was bij de begrafenissen van de kinderen die doodgeschoten werden, ik ken de gezinnen van de kinderen die nog steeds vermist zijn, ik kende de kinderen die nu naar het buitenland gevlucht zijn. Ik kan niet zeggen dat de situatie in Soweto veranderd is sinds 1976. Er hebben zich wat wijzigingen voorgedaan in uiterlijkheden. In de winkels van Johannesburg kunnen we nu bediend worden aan dezelfde toonbank als de blanke klanten, en het postkantoor heeft geen gescheiden in- en uitgangen meer voor blanken en voor zwarten. Maar de status quo blijft gehandhaafd en de positie van de zwarten is niet wezenlijk veranderd. Het apartheidssysteem wordt gekontinueerd en daarom kan ik niet van ver-

VU-Magazine11 (1982)9september

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 318

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's