VU Magazine 1984 - pagina 330
heidswege ingestelde Buro's voor Reclitshulp, door sociale raadslieden en gesubsidieerde procesbijstand. Een andere achterliggende reden van de genoemde groei zou de economische recessie kunnen zijn: naarmate de eigen inkomens- en rechtspositie sterker bedreigd wordt, is te verwachten dat mensen eerder overgaan tot het gebruik van juridische middelen. Tempo Wanneer we nauwlettender naar het kort geding kijken, blijkt deze rechtsgang voor de betrokken burgers (eisers) verschillende voordelen te hebben. In de eerste plaats is het een snelle en weinig omslachtige procedure. De zitting verloopt tamelijk informeel en de nadruk ligt op de mondelinge behandeling, dit in tegenstelling tot andere civiele geschillen die vaak papieren affaires zijn. De uitspraak van de rechter — een ervaren, geroutineerde jurist — komt snel, soms dezelfde dag en meestal binnen twee weken. De traagheid en vormvoorschriften die veel juridische processen kenmerken ontbreken hier grotendeels. Er is wel gezegd, dat het kort geding een procedure is ,,die past bij hettempo van onze tijd". Niet alleen voor de consumenten van rechtspraak biedt het kort geding voordelen, ook de professionele beoefenaars kunnen er profijt van hebben. Wanneer geschillen via een kort geding beslist worden, bespaart men veel formaliteiten en de daarmee gepaard gaande rompslomp. Vanuit een oogpunt van efficiency is de snelheid en geringe bewerkelijkheid van deze rechtsweg voor rechters die door de al aangestipt groei van het aantal zaken
ingesneeuwd dreigen te raken, zeker aantrekkelijk. Met name door leden van de rechtbank van Amsterdam is in de afgelopen jaren reclame gemaakt voor het kort geding. De vorige rechtbankpresident Borgerhoff Mulder lichtte in het openbaar verschillende keren de voordelen van deze snelle vorm van geschilsbeslechting toe. Volgens hem zou ook bij eenvoudige gevallen van onrechtmatige daad of bij de incasso van geldvorderingen het kort geding de voorkeur verdienen. Rechters van andere arrondissementsrechtbanken stellen zich meestal terughoudender op, omdat zij vinden dat de spoedprocedure op een oneigenlijke manier dreigt te worden gebruikt. Zij verklaren zich soms onbevoegd in zaken, die de Amsterdamse rechter wel zou behandelen. Ook de wijzen van afdoening kunnen verschillen. In Amsterdam spreekt de rechter zo snel mogelijk een vonnis uit. In andere steden, zoals in Rotterdam, probeert de rechtbankpresident tussen de partijen te bemiddelen, om zo alsnog een schikking te bereiken. Met het wettelijk vereiste van .onverwijlde spoed' wordt tegenwoordig soepel omgesprongen: alleen in uitzonderingsgevallen zegt een rechter dat een conflict niet bij hem thuishoort. Ook de term .voorlopige voorziening' waarvan de wet spreekt moet met een korreltje zout worden genomen. Van uitspraken van de rechter in kort geding wordt slechts in een klein percentage, zo'n vijf procent, hoger beroep ingesteld. In feite is dit voorlopige vonnis meestal het eindoordeel. Aan depraktijkvan hetkortgeding kan men zien dat de wet-uit-de-boeken
VJ_ij ^erbiecfein u te sf-^ke^
268
vaak anders is dan het recht-in-dewerkelijkheid (law-in-action). Scala De kort-geding-rechter krijgt een zeer gevarieerd scala aan kwesties op zijn bordje. Er zijn, in de eerste plaats, zaken die weinig ingewikkeld zijn en een routinekarakter hebben. De behandeling van inbreuken op auteursrechtelijke bepalingen levert meestal niet veel problemen op. Hierover leest men bijna nooit iets in de krant. Ook de behandeling van geldvorderingen of huurkwesties (zoals een huurder die de huisbaas wegens achterstallig onderhoud dagvaardt) is zelden schokkend. In de noordelijke provincies, zo blijkt uit een studie van de Leidse rechtssociologen Bijlsma en Tjoen Tak Sen vormen burenruzies nogal eens de achtergrond van een kort geding. Ook deze zaken dringen nauwelijks tot de pers door. Dat ligt anders op het terrein van vreemdelingen- en vluchtelingenrecht. Hier gaat het om mensen, die een beroep doen op de burgerlijke rechter om uitzetting uit Nederland te voorkomen. Vrijwel altijd is dan al een beroepszaak bij de Raad van State aanhangig. De vreemdeling en zijn advocaat proberen te bereiken dat de uitspraak van dit beroep in Nederland mag worden afgewacht. De bekende advocaat Willem van Bennekom schreef hier onlangs over: ,,Het kort geding in vreemdelingenzaken heeft zich in tien jaar tijd ontwikkeld van een betrekkelijk exceptionele gebeurtenis tot een nauwelijks meer uit de rechtspraktijk weg te denken fenomeen." In 1982 waren er zo'n 1.000 kort gedingen waarin een vreemdeling tegen de Staat procedeert, om uitstel te bewerkstelligen (schorsende werking). Stakingen In het recente verleden was de nieuwswaarde van de korte gedingen bij stakingen het grootst. Dit bleek met name tijdens de ambtenarenstakingen in het najaar van 1983. De werkgever, in dit geval de overheid, vraagt aan de rechter om een oordeel over de zorg-
VU-Magazine13(1984)7juli/augustus1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's