Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 166

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 166

5 minuten leestijd

beienijs is niet ontstaan na confrontatie met deze vruchten. Al smaakt de limonade-siroop naarframbozen, ook die vruchten zijn ver te zoeken. En ook de geur en smaak van bitterkoekjespudding vinden hun oorzaak niet in enig gebruik van echte amandelen. Het is moeilijk om in winkels nog een levensmiddel van het schap te halen, waaraan deze kunstmatige kleurtjes en geurtjes niet zijn toegevoegd; van bakmeel, puddingpoeder, jam en ijs tot tandpasta en lippenstift toe. Veel gehoord verweer van producentenzijde is, dat de consument ,,het nu eenmaal zo wil". De consument wil nu eenmaal gele vermicelli, dus voegen we gele kleurstof toe. De consument wil dat vlees en vleeswaren rood van kleur zijn, dus voegen we ascor-

ö/nezuuf en/of n/fr/ef toe. Vrij vertaald: „de wereld wil bedrogen zijn, dus helpen wij een handje". Maar het blijft natuurlijk een kip-en-ei-kwestie wat er eerst was: het verlangen van de consument of de chemische illusie. Feit is hoe dan ook dat het geuren-, kleuren- en smakenpalet niet zelden bedoeld is om de suggestie te wekken en het gebrek aan oorspronkelijke ingrediënten, waaraan het produkt nochtans de naam ontleent, te verdoezelen (zie het pakje,,kippesoep"). Zelfs conserveermiddelen kunnen zo'n verdoezelende functie hebben. Zo zouden die stoffen in bij voorbeeld jam volstrekt overbodig zijn wanneer de hygiëne bij de produktie wat meer zou worden nageleefd. Maar een dosis sulfiet is nou eenmaal gemakkelijker en goedkoper.

De allerminst bewezen onschuld Vleeswaren bevatten nitriet, die ze het fraaie rozerode uiterlijk geeft. Zonder die stof zouden ham, ontbijtspek en boterhamworst bij voorbeeld een grijze kleur hebben. Hoewel nitriet ook een conserverende werking heeft — het voorkomt botulisme — is de stof zeer omstreden. Zo zelfs, dat het gebruik ervan in Noorwegen absoluut verboden is. En niet voor niets: omzetting van nitriet kan leiden tot de vorming van nitrosamines, waarvan de kankerverwekkende werking is aangetoond. Zo'n omzetting vindt bij voorbeeld plaats bij het uitbakken van bacon of ontbijtspek. Vleeswaren bevatten, net als tal van andere levensmiddelen, glutaminezuur als ,,smaakversterker". Deze stof, beter bekend onder de naam ,,vetsin" kan bij degenen die daarvoor gevoelig zijn, het ,,chinees-restaurant-syndroom" veroorzaken; een heftige reactie die gepaard gaat met hoofdpijn, benauwdheid en een branderig gevoel in nek en armen. Het vel van de worst kan het antibioticum natamycine bevatten, een bepaald niet onschuldig „geneesmiddel" dat schimmels weert. Diezelfde stof vinden we overigens op de korst van de kaas. De gezondheidsrisico's van natamycine, dat door korst of vel in het produkt terecht kan komen, staat volop ter discussie. Hoewel de Nederlandse Gezonheidsraad de risico's van dit antibioticum beperkt acht, is het in WestDuitsland verboden. Maar daar gebruikt men weer het in Nederlandse kazen verboden conserveermiddel sorbinezuur. De Werkgroep Voeding heeft wel een verklaring voor die verschillen in opvattingen: „Deze feiten komen in een heel eigen licht te staan als je weet dat natamycine in Nederland wordt geproduceerd door Gist/Brocades, en sorbinezuur door Hoechst bij onze oosterburen."T\a... Het is maar een willekeurige greep uit de studie van de Werkgroep Voeding, bedoeld om duidelijk te maken dat de onschuld van de chemische ,,additieven" allerminst bewezen is. Dat volgt impliciet ook al wel uit het feit dat voor de meeste toevoegingen wettelijk vastgestelde normen gelden, gebaseerd op de aanvaarbare dagelijkse dosis, de zogenaamde ADI (acceptable daily intake). Maar óf en in welke mate die dagelijkse norm overschreden wordt is de vraag.

zorg voor dragen dat die toevoegingen daar per produW ruimschoots onder blijven, is niet uitgesloten dat de individuele consumptie die ADI te boven gaat. Men vindt dezelfde chemische toevoegingen immers in tal van zeer uiteenlopende produkten. Een voorbeeld uit de groep van veel gebruikte antioxydanten. Deze stoffen gaan ongewenste kleur- en smaakveranderingen tegen en voorkomen het ranzig worden van produkten die oliën bevatten. BHA (butylhydroxi-anisol) en BHT (butyl-hydroxi-tolueen) zijn zulke anti-oxydanten die vaak tegelijk, en samen met soortgelijke stoffen uit de „Gallaten-groep", worden gebruikt in veel geconsumeerde voedingsmiddelen als oliën en vetten, kauwgom, snoep en kant-enklaar-maaltijden uit diepvries, blik of pak. De>4D/van BHA en BHT is vastgesteld op minder dan één milligram per kilo lichaamsgewicht. Het hangt er dan maar vanaf hoeveel men dagelijks van die produkten consumeert én hoe zwaar men is. Het zal duidelijk zijn dat kinderen met hun geringe gewicht en hun relatief grote kauwgom- en snoepconsumptie ook méér risico's lopen deze norm te overschrijden. Wat betreft de kleurstoffen gaat hetzelfde verhaal op voor de synthetische rode kleurstof Amarant. Men vindt Amarant in frisdranken en limonades, likeur, snoepjes, toetjes en vruchtenwijn. Ook voor deze stof geldt een ADI van minder dan één milligram per kilo lichaamsgewicht en ook in dit geval zit de stof vooral in produkten die bij kinderen in trek zijn. Wanneer men bedenkt dat deze ADI's ook wel op ,,oneigenlijke" wijze gebruikt worden, dan stijgt het aantal vraagtekens dat bij het toelatingsbeleid van deze stoffen te zetten is. Het komt namelijk voor dat men op basis van een ADI berekent of de „gemiddelde consument" per dag misschien minder dan die dosis binnenkrijgt en dat men daaruit concludeert dat de toevoeging dus nog wel kan worden uitgebreid naar een andere groep levensmiddelen; niet omdat dit noodzakelijk zou zijn, maar omdat het goedkoper en gemakkelijker is. Met recht een oneigenlijke toepassing dus, die men wel aanduidt als „het opvullen van de ADI".

Oneigenlijk Ofschoon de voedselproducenten er meestal wel 140

vu-Magazine 13 (1984) 4 apriM 984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 166

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's