VU Magazine 1984 - pagina 481
Frank R.Boddendijk
Wie de mantel past
Ik weet niet precies hoe het komt, maar ik moest vanavond opeens sterk aan A ka kiej A ka kieje wie fs d e n ken, deeeuwigeTitulairraad uit Gogol's verhaal "de mantel". Akakiej Akakiejewiets was een doodgewone ambtenaar die zijn dagelijkse werk deed en geen aanstoot gaf. Éénmaal had hij de kans om op te klimmen, maar dat kostte hem zoveel zweetdruppels dat hij beleefd vroeg om maar weer gewoon stukken over te mogen schrijven. Voor zijn werk ontving hij in dankbaarheid zijn schamel loon, waarvan hij net kon rondkomen wanneer hij tenminste geen gekkedingen deed. Endatdeed hij niet, algunde hij zichzelf 's avonds wel een kopje thee wanneer hij weer stukken voor zijn baas moest copiëren, of zomaar, voorzichzelf, omdat hij er lol in had. Vrienden had hij niet, vijanden ook niet, of het moest de Noorse vorst zijndieerbehagen in scheen te scheppen om 's morgensom een uurof negen, juist wanneer de straten van Petersburg zich vulden met allerhande ambtenaren die op weg waren naar hun departement, flink van leertetrekken. En dan voelde hij dat zijn oude mantel versleten was, terwijl hij wistdat hij geen geld had om een nieuwe te kopen. Op een dag trok hij de stoute schoenen aan en ging naarde kleermaker. In het trapportaal hoorde hij dat de kleermaker helaas kwaad en niet bezopen was. En het oordeel van de man was er ook naar; de mantel kon niet meer hersteld worden, erzatgeen draad meer in waaraan de mogelijke
VU-Magazine 13 (1 984) 10 n o v e m b e r 1984
lapjes vastgemaakt konden worden. Ooklaterbleef de kleermaker volhouden dat er een nieuwe mantel moest komen. Langzamerhand geloofde Akakiej Akakiejewiets het ook, alleen wist hij niet hoe hij aan het geld moest komen. Goed, hij had nog een spaarpotje, maar datwas nietgenoeg. Gelukkig viel de nieuwjaarsgratificatie mee en hield hij na betaling van zijn schulden nog wat over. Langzamerhand begon hij plezier in het sparen te krijgen. Hij had nu immerseendoel voor ogen? Zelfs zijn avondthee miste hij niet meer. En toen hij eindelijk het bedrag bijeen had, kon hij geen minuut meer wachten. Hij zochtde kleermaker op, en met deze bezocht hij de winkel om het laken uitte zoeken. Toen de mantel klaar was, en op een ochtend vroeg bezorgd werd door de kleermaker, veranderde er iets in Akakiej. Als herboren kwam hij op zijn werk en al gauw wist iedereen van zijn nieuwe mantel. Van alle kanten werd hij gefeliciteerd en hij werd zelfs uitgenodigd om 's avonds bij de hoofdcommies diens verjaardag mee te vieren, 's Nachts, opde terugweg, werd hij van zijn mantel beroofd. Verkleumd van de ijzige kou kwam hij laatthuis, probeerde de volgende dag verhaal te halen bij de politie en stierf enige dagen lateraan longontsteking, zonder dat iemand zich om hem bekommerde, ook nietde invloedrijke persoon tot wie hij zich vlak voor zijn dood gewend had. Akakiej Akakiejewiets was koud begraven of het geruchtverspreiddezich in
Petersburg dat 's nachts een lijk rondzwierf, in ambtenaarsuniform, dat een gestolen mantel zocht, en dat ieder die hij tegenkwam zonder onderscheid van rang of stand de mantel van de schouder scheurde onder voorwendsel datdit de gestolen mantel was. Op een avond was de invloedrijke persoon, na afscheid van vrouw en kinderen genomen te hebben, op weg naar zijn Duitse vriendin. Plotseling voelde hij zich in zijn kraag gegrepen en toen hij zich omdraaide, herkende hij tot zijn ontzetting Akakiej Akakiejewiets die hem metzijn mummelmondje toevoegde "Ha, eindelijk, heb ik je eindelijk, nu zal ik je... enne..., ik heb je bij de kraag gegrepen... ik moetje mantel hebben... U hebt geen moeite voordemijne gedaan en mij nog afgeblaft op den koop toe; geef me nou de jouwe!" Opmerkelijk was dat vanaf dit moment het ambtenaarslijkzich nietmeervertoonde; blijkbaar paste de generaalsmantel hem volkomen. Onze regering probeert het zinkendeSchip van Staatte verlaten via beginselen als studierendement, profijtbeginsel, denivellering, deregulering en loon naar werken die als reddingboten uit hun davids neergelaten worden. Doordegolfslag is de naam van het naar bakboord hellend schip nauwelijks meerte lezen. Alleen de reeds eerder uit de boot gevallen minimakunnen nog vaag de letters "verzorgingsstaat" \ezev\, maar hen staat het water al aan de lippen. Het reddingsplan voorzietvooral in het recht der sterken; voor de zwak-
ken wordt de hymne "Nader fof L/"gespeeld, meteen collecte tijdens het naspel. De zwakken moeten immers solidair metdezwakken zijn, zoals de sterken dat al jaren met de sterken zijn. Het begint er een beetje op te lijken dat onze regering het "Wie heeft zal gegeven worden, wie niet heeft zal alles ontnomen worden, ook wat hij heeft" wei erg letterlijk in de praktijk aan het brengen is. Onlangs werd bekend dat onze ministers er komend jaar ƒ 9000,-bruto op vooruit zullen gaan. Het ministerschap is een zware baan, en bovendien gaat het verhaal dat er enige uit het bedrijfsleven afkomstige ministers een vorige winterzich niet eens een nieuwe winterjas konden permitteren. Dat probleem is voor hen nu ten minste opgelost. De sociale maximagaan ervolgend jaar in ieder geval niet op achteruit, het is afgelopen met de grauwe mokerslagen dernivellering. Hetzai in Den Haag de komende tijd wel niet zo koud worden als in Petersburg, maartoch zou ikde ministers willen adviseren vooral goed op hun winterjas te passen. Want met één zo'n ministersjaskomtdehele familie Splinter door de winter.
395
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's