Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 68

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 68

3 minuten leestijd

en de groeten van Sandino...

ObjekUef Met enige vertraging —je bent onderontwikkeld of je bent tiet n iet — tieeft de Europa overspoelende „1984"-hausse ook Nicaragua bereikt. Veel aandacht zullen Orwell en zijn ontieilspellend boek hier echiter niet krijgen, want 1984 is voor Nicaragua het Jaar van Sandino. Het is immers precies vijftig jaar geleden dat de grote inspirator van de sandinistisctie revolutiewerd vermoord. Maargoed, als nawee van de Orwell-golf bereikte mij zijn boek,, Sa/uuf aan Catalonië", waarin tiij op adembenemende wijze verslag doet van zijn participatie in de milities van anarchisten en communisten die samen streden tegen Franco en zijn fascisten in de Spaanse burgeroorlog. Haast klinisch beschrijft Orwell hoe de burgeroorlog de kiem van een sociale revolutie bevatte, die echter door de communisten vanwege geo-politieke belangen moedwillig werd gesmoord. Het is een fascinerend boek om te lezen, zeker in het huidige Nicaragua, waar bij alle verschillen — zo beleven wij geen burgeroorlog, maareen interventie van buitenaf — de overeenkomsten met de Spaanse situatie frappant zijn: het revolutionaire elan, de heroïek en retoriek, de dreigende sfeer en de heersende schaarste, de demokratisering die voortdurend bedreigd wordt door een immer op de loer liggende herinvoering van hiërarchische verhoudingen, de wancultuur van de afkortingen, de luxe van een Amerikaanse sigaret. Aan het eind van zijn boek schrijft Orwell: ,,Enikhoopdat

50

het verslag dat ik hier gedaan heb niet al te misleidend is. Ik geloof niet datje over een zaak als deze de volledige waarheid kunt zeggen. Het is moeilijk, zeker te zijn over iets datje niet met eigen ogen hebt gezien, en bewust of onbewust schrijft iedereen als partijganger. Mocht ik het nog niet eerder in dit boek gezegd hebben, dan zeg ik het nu: pas op voor mijn partijdigheid, mijn feitelijke vergissingen en de vertekening die onvermijdelijk het gevolg is van het feit dat ik maar één hoekje van de gebeurtenissen heb gezien. En pas op voor precies hetzelfde als u een ander boek leest over deze periode in de Spaanse burgeroorlog." Bij het lezen van deze woorden moest ik ineens denken aan de brief die ik kort geleden ontving van een aardige meneer uit Nieuw-Loosdrecht. Het was een heel vriendelijke brief, waarin hij niettemin vrij fundamentele kritiek uitte op de wijze waarop ik in mijn columns in ,,VU-Magazine" de situatie in Nicaragua pleeg te beschrijven. Hij schreef: „Uw artikelen ademen te veel een geest van het vergoelijken van de daden van de huidige machthebbers, die toch een diktatoriaal bewind voeren en het marxistisch principe aanhangen". Een uittreksel uit het blad van de Stichting Ondergrondse Kerk met berichten over martelingen en vervolgingen van christenen en joden in Nicaragua had hij bijgevoegd. Hij riep mij dan ookop objektief te zijn en geen feiten te verdoezelen. In deze column wil ik niet proberen mij te verdedigen door— met feiten gestaafd — te beweren dat ik het beter en objektiever zie dan de mensen van de Stichting Ondergrondse Kerk,

maar ik zou graag duidelijk willen maken datje in deze situatie — zo al ooit — niet objektief If ünt zijn. Zelfs bij journalisten die hier „neutraal" binnenkomen blijkt steeds opnieuw dat hun waarneming onherroepelijk gekleurd wordt door hun politieke opvattingen en keuzes. Als je hier leeft en werkt kun je al helemaal niet neutraal blijven. Die zogenaamde objel<tiviteitis immers vaal< niets anders dan tietprojekteren van westerse normen en waarden op de Nicaraguaanse samenleving. Mijn streven is steeds het Nicaraguaanse beleid te beoordelen vanu/f de Nicaraguaanse kontekst. Het Is absurd Nederlandse normen op te leggen aan een land dat geen enkele democratische traditie kent, maar wel vier eeuwen afhankelijkheid en onderdrukking achter de rug heeft. Zo zou de oproep dat politieke partijen meer hï\ het beleid betrokken moeten worden in Nicaragua momenteel getuigen van een anf/-democratische geest, daar de politieke partijen hier marginale, minuscule clubjes van liefhebbers zonder enige achterban zijn. Wie het democratiseringsproces in Nicaragua wil beoordelen moet naar veel méér kijken dan naarde loutere participatie van politieke partijen. De demokratisering moet beoordeeld worden vanuit de Nicaraguaanse kontekst. ,,0bjektiviteif'die daaraan voorbijgaat getuigt van een westerse vooringenomenheid en is levensgevaarlijk. Daarmee kom ik bij een tweede aspekt. Schrijven over Nicaragua is niet een onschuldig tijdverdrijf voor de vrije zondagmiddag buiten de boze werkelijkheid om. Schrijven over Nicaragua geschiedt onvermijdelijk in een politieke kontekst. De huidige kontekst is er één van een nog immer dreigende Noordamerikaanse interventie — in februari beginnen wéér nieuwe legeroefeningen in Honduras —waarbij de minste of geringste aanleiding voldoende kan zijn voor de Verenigde Staten om te besluiten mariniers en parachutisten naar Nicaragua te zenden. Als er maar voldoende berichten over schendingen van de mensenrechten, christenvervolgingen en martelingen in Nicaragua in de wereldpers de ronde doen kan het klimaat geschapen worden voor een internationale acceptatie of minstens tolerantie van een interventie. Tot op heden heeft West-E u ro-

pa feitelijk toch ook de interventie van Grenada getolereerd, waarvoor de aanleiding niet meer was dan een vaag verzoek van een paar naburige eilandstaten. Wie over Nicaragua schrijft zonder deze kontekst van een dreigende interventie in aanmerking te nemen is onverantwoordelijk; bovendien is die dreiging een alles bepalende faktor in de Nicaraguaanse samenleving — berichten die er niet over reppen missen de essentie van het huidige Nicaraguaanse bestaan. Dit alles neemt niet weg dat er hierzekerdingen gebeuren die niet door de beugel kunnen, zelfs als je de kontekst in aanmerking neemt; Sandinisten zijn geen heiligen. Duidelijke misstanden moeten aan de kaak gesteld worden. Dat lijdt geen twijfel. Maar je kunt dat op verschillende manieren doen. De Moravische Kerk, die zeker reden heeft tot klachten, uit haar kritiek de laatste tijd niet meer in de internationale pers, maar bij de Nicaraguaanse autoriteiten. De ervaring heeft h i a ^ ^ l e e r d dat dat laatste vele malen effektiever is. Bovendien voorkomt zij zo dat een nationale misstand aanleiding zou kunnen worden voor een internationale eskalatie. Het lijkt mij getuigen van een zekere wijsheid. Ik besef dat er nog veel meer te zeggen valt, maar ik laat het hier bij en keer terug tot Orwell die schreef: ,,lk heb geprobeerd objectief overde strijd in Barcelona te schrijven, hoewel duidelijk is dat niemand volstrekt objectief kan zijn over zo'n kwestie. Men wordt praktisch gedwongen partij te kiezen, en het moet nu wel duidelijk zijn aan welke kant ik sta.... Ik waarschuw iedereen voor mijn partijdigheid, ik waarschuw iedereen voor mijn vergissingen." Van mijn schrijven over Nicaraguazou ik hetzelfde kunnen zeggen. Ineke Bakker

VU-Magazine13(1984)2februari 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 68

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's