VU Magazine 1984 - pagina 476
daarbij nergens anders uit dan bij de aantrekkingskracht op het, in dit geval wat elitaire, smaakmakende publiek als een maatstaf voor kwaliteit. En dat is andermaal een getalscriterium. Vandaar de vraag aan Blotkamp hoe hij, als ex-kunstcriticüs van onder meer Vrij Nederland, daar tegenaan kijkt. Welke maatstaf legt hij aan? "Het is meereen kwestie van ervaring, denk ik, die bepaalde onderhuids aanwezige maatstaven doet ontwikkelen. Maatstaven die je overigens moeilijk onder woorden kunt brengen, en die bovendien niet voor de eeuwigheid geldig blijven. Het klinkt misschien te gemakkelijk om het een 'Fingerspitzengefühl' te noemen, waardoor je weet: dit is iets."
Takkenbossen Is zo'n criterium misschien ook de mate waarin zo'n kunstobject iets losmaakt, verstoort, de zaak op losse schroeven zet en ontwricht, in plaats van bevestigt wat we al wisten, dachten of geloofden? "Voor mezelf sprekend moet ik zeggen ja. Maar ik moet erbij zeggen dat ik heel wel de historische bepaaldheid inzie, van dat soort voorkeuren en verlangens. Als je vijfhonderd jaar geleden over zo'n criterium voor de kunst zou zijn begonnen, zou niemand hebben geweten waar je 't over had. Aan de andere kant: je bent dan ook kind van je tijd, daar is niets op tegen. Er/s niet zo iets als een absolute maatstaf die onafhankelijk staat van de mens, z'n maatschappij en z'n tijd. Ondenkbaar. Het blijft dus een subjectieve zaak om te bepalen wat kwaliteit heeften wat niet. Lange tijd is de mate waarin een object vakmanschap, technisch vernuft, uitstraalt een criterium geweest. En ook daarvan zijn we langzamerhand de relativiteit gaan inzien. Elke soort kunst heeft z'n eigen vakmanschap. En dat kan zich uiten in de manier waarop je twee takkenbossen op elkaar legt, net zo goed als in de wijze waarop je vlekkeloos en exact een citroen op een tinnen schaal weergeeft. Op zichzelf houdt het vakmanschap van beide niets in. Maar ze ontlenen hun betekenis aan de context waarin ze worden aangewend. Er is dus enerzijds geen absolute, onafhankelijke maatstaf. Anderzijds kan je't ook niet helemaal terugvoeren op een puur persoonlijke reactie op kunst. Want, tja, wie is er origineel? Er zitten ook elementen in je oordeel die te maken hebben met je opvoeding, met de mate waarin je geconfronteerd bent geweest met kunst. Kortom, 't is
390
niet zo dat alles ophoudt bij het strikt individuele: 'dat doet me iets' of 'dat doetmeniets'." Je bent kunstcriticus geweest. Hoe bepaalde jij zelf je keuze? "In veel gevallen, waarin ik geboeid werd door werk van een bepaalde kunstenaar, vond de eerste kennismaking plaats op betrekkelijk neutraal terrein. Je ziet ergens iets van iemand, dat je net ietsje meer frappeert dan de andere dingen ter plekke. En als je dan daarna de maker leert kennen dan kan dat zo'n gevoel aanzienlijk versterken. Het is niet doorslaggevend, maar toch heel belangrijk als criterium hoe een kunstenaar zich als persoon manifesteert. Dat kan op alle mogelijke manieren: van volstrekte terughoudendheid tot irritante op-de-borst-klopperij. De authenticiteit en de zeggingskracht liggen daarin net zo goed besloten als in de dingen die hij maakt." De kunstenaar achter het werk is dus terdege belangrijk bij de beoordeling van dat werk? "Ja, al moet je dat ook weer niet overdrijven. Ik heb 't nu voornamelijk over mijn persoonlijke keuzebepaling en die, in mijn werk als kunstcrif/cus. 'Fysiek' is het namelijk onmogelijk dat iedereen de kunstenaar persoonlijk kent. En dat geldt natuurlijk des te meer als het om overleden kunstenaars gaat. Maar ik blijf erbij, dat je geen strikte scheiding kunt maken tussen werk en persoon." Beledigend Toch blijf ik een beetje zitten met het ondefinieerbare van dat kwaliteitsbegrip. Dat klemt temeer omdat het aanbod van hedendaagse kunst groter is dan ooit. Het wordt dus tegelijkertijd steeds moeilijkerom te selecteren. "Daar zou ik niet te zwaar aan tillen. Tegelijk met de uitbreiding van het kunstaanbod heeft er een uitbreiding plaatsgehad van de media die daaraan kritisch aandacht besteden en de musea en de galerieën die het werk tentoonstellen. Je hoeft, denk ik, niet bang te zijn dat er onder die duizenden Nederlandse kunstenaars nog allerlei onvermoede Van Goghs zitten die over het hoofd worden gezien. Die angst heb ik niet, alhoewel het theoretisch natuurlijk mogelijk blijft dat er, in het verborgene, ergens op een zolderkamer, iemand geniale werken zit te scheppen. Het 'apparaat van overdracht' is natuurlijk veel groter nu, bijna te groot om alles nog te kunnen volgen." Intussen valt er voor veel kunstenaars
geen droog brood meer te verdienen. Wat vind je in dat verband van de BKR, de (financiële) regeling voor kunstenaars, ook wel 'contraprestatie' genoemd? "Die vind ik tamelijk beledigend voor de kunstenaars, 't Is prachtig bedacht. Maar in de loop der jaren is die regeling zo'n automatisme geworden en voor velen toch niet dat doorgangshuis, die tijdelijke steun die oorspronkelijk bedoeld was. We hebben nu te maken met een permanente steunregeling. Voor kunstenaars die daarbuiten hun supporten hun fans hebben is het goed om op zoiets te kunnen terugvallen. Een aanvulling dus. Voor andere kunstenaars lijkt zoiets me afschuwelijk, een buitengewoon treurig bestaan." Aan de andere kant betekent afschaffen ervan dat dan toch alleen de grootste publiekstrekkers kunnen blijven voortbestaan en dat veel 'minderheidskunst'zal verdwijnen. "Nou ja, ik ben ook helemaal geen voorstander van volledige afschaffing. Men is alleen heel lang kritiekloos geweest ten opzichte van de BKR. Ik denk dat dat niet goed is geweest. Zelfs niet voor de mensen die deze steun genoten. Maar ik heb natuurlijk makkelijk praten met m'n verzorgde overheidsbaan. Iedereen heeft recht op bestaan. En iedereen kan, indien nodig, naar de bijstand stappen. Het beledigende zit 'm echter hierin dat alléén de kunstenaar daar eens in de zoveel tijd een kunstwerk voor moet inleveren. Dat hoef ik n/efals ik in de bijstand kom." Kreukels Het oog valt op een werk aan de wand van Blotkamps kamer. Het is van de hand van de — inmiddels — bekende beeldend kunstenaar, schrijver en televisie-artiest ('Herenleed') Armando en stamt uit '75, toen deze als kunstenaar blijkbaar minder in trek was bij het kunstkopende publiek. Blotkamp draait zich om en wijst erop. "Dit komt uit de kunstvoorraad van de BKR. Een particulier die zoiets koopt zou 'ttoch met liefde behandelen. Dat is hier niet gebeurd. Kijk er maar eens langs, dan zie je dat er zevenentwintig kreukels in zitten. Dat is de BKR, al doen de mensen die daar werken natuurlijkookhun best." Aan het slot van zijn rede sprak Care! Blotkamp over de overwegingen die hij had gemaakt bij de keuze van zijn onderwerp. Eén van die overwegingen was dat hij wetenschappers van andere disciplines zou kunnen tonen "dat de kunstgeschiedenis, ondanks de
vu-Magazine 13(1984) 10 november 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's