VU Magazine 1984 - pagina 110
en de groeten van Sandino.
Verkiezingen Dat in de erbarmelijke krottenwijk .Jorge DImltrov' vorige week een naaischool geopend werd door de minister van Onderwijs zult u in Nederland wel niet in de krant gelezen hebben, zoals ook de aankomst in Nicaragua van honderdnegenendertig nieuwe bussen, die de werkelijk hopeloze situatie van het openbaar vervoer een klein beetje moeten helpen verlichten, wel onvermeld zal zijn gebleven. Ongetwijfeld wèl tot u is doorgedrongen het bericht dat er hier in 1985 verkiezingen gehouden zullen worden voor een president, een vice-president en een parlement. Dit bericht is met veel tamtam aangekondigd, hoewel het houden van verkiezingen in 1985 al een oude en nooit herroepen belofte van het Sandinistisch Front uit 1979 is. Toen was het Front te integer om de algehele volkssympathie om te zetten in politieke winst en snel verkiezingen te organiseren. Een advies daartoe van Fidel Castro werd in de wind geslagen. Sinds ongeveer een jaar wordt echter al hard gewerkt aan de voorbereiding van de verkiezingen van 1985. Een studiecommissie van de Staatsraad heeft reizen gemaakt naar verscheidene Europese en Zuidamerikaanse landen om de daar vigerende kiesstelsels te bestuderen; de wet inzake politieke partijen is al goedgekeurd. Die verkiezingen moeten er komen en zullen er hoogstwaarschijnlijk ook komen. Nu de kritiek op het beleid van Nicaragua in het buitenland lijkt te groeien en het
88
gevaar van een interventie weer toeneemt is er het Sandinistisch Front meer dan ooit alles aan gelegen in de wereldopinie over te komen als een geloofwaardige en betrouwbare organisatie, die haar beloften nakomt. Toch kun je je afvragen of de Interne ontwikkeling van het Nicaraguaans proces verkiezingen op dit moment tot één van de hoogste prioriteiten maakt. Ondanks alle mooie woorden over,,demokratle als institutionalisering van het revolutionair proces" (^Serglo Ramirez) lijken de verkiezingen toch vooral met het oog op het buitenland, en dan in het bijzonder de Verenigde Staten, gehouden te worden. Dat er verkiezingen komen leidt hier in ieder geval niet tot spontane volksfeesten, zoals die losbraken bij de verkiezing van Nicaragua tot lid van de Veiligheidsraad of bij de aankondiging van het bezoek van de paus. De bevolking reageerde vrij lauw op de uitgebreide berichtgeving. Verkiezingen lijken bepaald niet bovenaan te staan op het verlanglijstje van de gemiddelde Nicaraguaan. Dat heeft naar mijn idee minstens drie oorzaken. Ten eerste is de zorg om vrede en een beetje welvaart veruit primair. Mensen willen boven alles rustig in vrede hun land bebouwen, hun winkeltje runnen, hun kinderen laten studeren, hun buurt wat leefbaarder maken; ze verlangen naar het einde van de schaarste. Dat is de eerste en belangrijkste zorg.
Ten tweede geven noch het eigen verleden noch de huidige ervaringen met verkiezingen in naburige landen aanleiding hevig te verlangen naar verkiezingen. De verkiezingen in El Salvador waren een farce en de door So/noza in het verleden georganiseerde verkiezingen hadden als enig doel consolidatie en versterking van diens positie. Nicaragua heeft in zijn hele geschiedenis als republiek nooit vrije en demokratische verkiezingen gekend. Eris geen enkele demokratische traditie. De meeste tsestaande politieke partijen zijn miniscule clubjes van hobbyisten. Verkiezingen is dan ook niet het eerste waar de mensen warm voor lopen. Ten derde wordt er aan de behoefte aan inspraak en invloed op het beleid al enigszins tegemoetgekomen, er is al een zekere mate van demokratle aan de basis. Hoewel nog altijd veel ,oriëntaties afdalen', zoals ze hier zo mooi zeggen wanneer richtlijnen van boven naar de basis worden doorgegeven, hebben mensen een toenemende invloed op het beleid in hun buurt, op hun werk of universiteit, in hun regio. Veel mensen zijn op de een of andere manier georganiseerd, in vakbonden, in buurcomités, in de vrouwenorganisatie. In die organisaties leren mensen, die vroeger domweg hun mond moesten houden en vaak niet konden lezen en schrijven, hun woordje te doen, plannen te bedenken en uitte voeren; langzamerhand krijgen ze meer invloed op het beleid. Dat gaat echter moeizaam. Voor mij, met in mijn verleden de demokratiseringsgolf uit de jaren zestig, is het soms moeilijk te begrijpen hoe volgzaam mensen kunnen zijn, hoe studenten zonder kommentaar wijzingingen in hun studieopzet accepteren, hoe arbeiders nog zonder meer doen wat de baas zegt. Maar een traditie van eeuwen verander je niet in vier jaar. Eris minimaal een vrije samenleving, een open maatschappelijk klimaat en een lang proces van bewustwording en scholing voor nodig, voordat mensen een effektief gebruik kunnen maken van belangrijke rechten als het kiesrecht. Aan die scholing ontbreekt nog veel. Een prachtig voorbeeld werd mij kort geleden verteld door een journalist. Hij had aan een marktvrouw gevraagd op welke partij ze zou gaan stemmen. ,,Opde Conservatieve Partij" had ze geantwoord. Op zijn
vraag naar het waarom van die keuze had ze gezegd dat ze altijd op die partij gestemd had, dus waarom nu niet.,,Maaru bent toch sandiniste ", had de journalist gereageerd, ,,/7oe kunt udan conservatief stemmen?" „Na tuurlijk ben Ik sandinistisch, want deze revolutie Is van het volk. Is sandinistisch." ,, Maar hoe kunt u dan toch op de Conservatieve Partijstemmen?", probeerde hij nogmaals. ,,Dat heb ik toch altijd gestemd. Ik ben conservatief én sandiniste "was haar antwoord. Hij had maar afgezien van verdere diskussie. Hoe leer je mensen die geen enkele demokratische traditie hebben partijprogramma's te beoordelen en te onderscheiden welke partij het meest overeenkomt methun ideeën en belangen? In Nederland, met zijn indrukwekkende demokratische traditie, lukt dat al niet. In de Verenigde Staten kan een verkiezingsprogramma nog zo uitstekend zijn, zonder miljoenen dollars voor propaganda wordt niemand president. President Reagan werd gekozen door een minderheid van de stemgerechtigde bevolking. In Nederland blijven steeds meer kiezers thuis. Zij hebben het gevoel dat hun stem geen enkele invloed heeft. In toenemende mate verliezen mensen het vertrouwen in de politiek. Dat is zorgwekkend. Het zou te denken moeten geven over het karakter en de kwaliteit van de zo hoog geprezen westerse demokratieën. Het zou het westen op zijn minst wa t bescheidener moeten maken in zijn druk op Nicaragua om een demokratle naar westers model te organiseren. Misschien is het oorspronkelijke Nicaraguaanse model van de Staatsraad met naast vertegenwoordig(st)ers van politieke partijen ook die van sektoren uit de samenleving — ondernemers, boeren, religieuzen en kerken, vrouwen en buurtcomités, etc. — zo gek nog niet, als de bevoegdheid van de Staatsraad, in plaats van adviserend, wetgevend en beslissend zou zijn. De ruimte om zo'n model uit te proberen lijkt er niet meer te zijn, de buitenlandse druk is te groot. De prijs van een interventie is te hoog.
vu-Magazine 13 (1984) 3 maart 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's