Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 484

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 484

5 minuten leestijd

'object' dat, onberoerd door de observatie van de onderzoeker, kan worden bestudeerd. In plaats van die veronderstelling kwam het besef dat er bij iedere meting iets met dat object gebeurt, dat het door de meting zodanig verandert, dat de uitslag van een tweede meting niet meer gelijk is aan de eerste. Kortom, wat men werkelijk meet is een 'interaktie' tussen wederzijds op elkaar betrokken reakties van het ding en de onderzoeker, waarbij beide dus in het veranderingsproces betrokken zijn. Op dit punt aangeland ziet de natuurkundige zich opgenomen in een enorm heelal van relaties. Als we de natuurkundige zó bezig zien, dan heeft hij wel iets weg van een mysticus... Schrik In de godsdienstwetenschap kom je de volgende definitie van mystiek tegen: 'het streven om met achterlating van de wereld, de buitenkant, het binnenste van de mens te verwerkelijken, daar waar de mens één is of verwant met God, of het goddelijke'. Mystiek is zo een aller-individueelste ervaring. Nu is dit een moderne definitie, geformuleerd in een tijd dat mystiek verbonden wordt met 'wereldmijding'. Deze verbinding is zeker niet altijd zo gelegd en in feite ook nietterecht. Er is een tijd geweest, dat 'contemplatie' — beschouwing — de basis was van wetenschap. Het ging allereerst om een diepdoorleefde omgang met de dingen en met de geschriften, waarin ervaringskennis werd opgeschreven. Men noemtdie geschriften in het algemeen de wijsheidsliteratuur. In Israël staat deze dan geheel in het teken van ontzag voor Jaliweli, waarin onder meer het gevoel steekt van 'schrik voor het bestaan', wat in de wijs-

Deze symbolische tekening komt uit een syllabus voor natuurkunde-studenten onder tiet hoofdje 'Quantum Fysika'

398

heidsliteratuur als fundamenteel werd gezien voor het verkrijgen van wijsheid. Kennis, in de zin van verworven inzicht, én een mystiek beleefd besef van afhankelijkheid van God of het goddelijke, vormden een ondeelbaar geheel. De tekst 'de vreze des I-leren is liet begin van alle wijsheid', die nog bij iedere promotieplechtigheid aan de VU wordt uitgesproken, betekent dan ook in feite, dat een mystiek beleven de kern vormt van wetenschappelijke kennis. Bij deze tekst moet nog worden opgemerkt, dat in Israël deze 'basale' grondhouding van schrik, die ook in het woord 'vreze' zit, wordt overstegen door de lofzang voor Israels God; zie Psalm 111. Hierdoor ontstaat de ruimte die een verhouding tot Jaweh mogelijk maakt en die gekarakteriseerd kan worden als eerbiedig ontzag dat een blijmoedig en creatief gaan op de weg van de Thora mogelijk maakt. Doorbraak Er ontstaat echter een breuk wanneer de 'redenatie' tegenover de mystiek komt te staan. Dit gebeurt in de Middeleeuwen als de scholastiek tot ontwikkeling komt. De scheiding zet zich sterker door in de volgende eeuwen, waarbij de mystiek steeds meer een apart, soms bizar verschijnsel wordt in de marge. Centraal in de westerse cultuur staat de mens, die redeneert en systematiseert, of het nu in de theologie of in de natuurwetenschappen is. Systematiek, dogmatiek, wordt nu veel belangrijker geacht dan mystiek. In de theologie wordt mystiek veelal afgedaan als een 'menselijke behoefte', terwijl met name systematiek en dogmatiek als wetenschappelijke omgang met de Openbaring wordt beschouwd.

Alhoewel iedere mysticus de eigen ervaring als uniek zal beschouwen — en dat is die ervaring ook — zijn daarover toch wel enkele algemene opmerkingen te maken. Dr. C. J. Waaijman, medewerker voor bestudering van mystiek en spiritualiteit aan het Titus Brandsma Instituut te Nijmegen geeft de mystieke weg, waan'n die mystieke ervaring is opgenomen, als volgt aan: "Altijd is er de ervaring van een doorbraak. Er breekt een besef door dat er iets gebeurt, een ontwaken. De tot dan toe beleefde wereld voldoet niet meer, een nieuwe existentie breekt door. Na deze persoonlijk zeer sterk beleefde doorbraak-ervaring volgt een tijd van vertwijfeling. De eerste ontdekkingsroes is voorbij. De vraag komt op: was de ervaring wel echt? In de derde fase breekt de concentratie innerlijk af. Het lukt niet meer. Deze tijd wordt wel aangeduid met 'de nacht van de geest' of men spreekt van een woestijnervaring. Deze tijd van leegte en angst moet uitgehouden worden waarna er een moment komt waarin men gaat vertrouwen op de kern, die is overgebleven. Dit is de fase van de 'unio', nog slechts wat in hem brandt geeft leiding." Dit proces van mystieke omvorming kan in allerlei, ook niet-religieuze situaties, plaatsvinden. In vergelijking met het wetenschappelijke bedrijf vallen nu diverse raakvlakken op. Zo noemt Waaijman allereerst het 'dialogische karakter'. Het opgenomen zijn van het 'subjekt' in het hele gebeuren. Waarneming en het waargenomene zijn dus ook hier, net als in de quantumtheorie, in het geheel en op elkaar betrokken. Bovendien zoekt zowel de mysticus als ook de wetenschapper naar diepere structuren die samenhang en zin geven. De mysticus vormt beelden, de wetenschapper maakt modellen en theorieën. Voorts wijst Waaijman op het niet aflatende zoeken, dat zowel in wetenschap als mystiek gebruikelijk is. Steeds is er slechts het relatieve weten en steeds weer gaat men desondanks voort met (onder)zoeken. Bij de grote natuurkundige Albert Einstein kom je ook dat besef voor mystieke verbanden tegen, wanneer hij een terloopse opmerking maakt over het verwerven van natuurwetenschappelijk inzicht: 'Geraffineerd is God de Heer, maar niet kwaadaardig', een uitspraak die uit de mystieke traditie stamt. Ten slotte wijst Waaijman op het 'beeldloze' karakter van de mystieke ervaring. In de mystieke traditie is

vu-Magazine 13 (1984) 10 november 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 484

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's