Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 426

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 426

4 minuten leestijd

vermeerderde huishouding te doen viel, hem met de groote vriendelijke bruine oogen aanzag en de vinger opstekende zei: 'Sergeant, sergeant, daar doet ge 't alweer!' dan antwoordde hij, gedwee als een lam: 'Ach madam, dat is weer een ouwe rot in den val..'" Aldus de vroegste jeugdherinnering van Brummelkamp jr., die hij in de levensbeschrijving van zijn vader aan de vergetelheid ontrukt. Voor de vrouw des huizes, de kinderen en de twee ,,getrouwen" in haar dienst, heeft de inkwartiering ook een positieve kant. ,,Deze opgedrongen 'lijfwacht' biedt in die bange tijd een uitstekende bescherming tegen de brutaliteit van een opgehitst gepeupel", dat in de vogelvrij verklaarde afgescheidenen gemakkelijke slachtoffers vindt. En Brummelkamp, die er in die periode ook op werkdagen op uit trekt om in de wijde omtrek te preken, is gemiddeld zo'n tweehonderd dagen per jaar van huis...

De minister grijpt in Als gezegd weigert de Hattemse burgemeester hardnekkig om, overeenkomstig de regels, de inkwartieringsgelden uit te betalen aan Brummelkamp en de zijnen. De klachten over dit wangedrag klinken, publiek gemaakt door met de afgescheidenen sympathiserende periodieken, door tot in Den Haag. Er is zelfs sprake van valse kwitanties die de burgervader aan derden heeft getoond. Dan wordt het de minister van Binnenlandse Zaken te gortig. Deze grijpt hoogst persoonlijk in en geeft de Gouverneur van Gelderland opdracht om de weerbarstige burgemeester op z'n nummer te zetten. Dat gebeurt in een (geheime!) brief, bewaard gebleven in het Hattemse archief, die bepaald bars van toon wordt wanneer de Gouverneur, namens Z. Ex. meedeelt,, c/af cie uitbetaling der verschuldigde inkwartieringsgelden aan de belanghebbenden te Hattem alsnog onverwijld zal moeten plaats hebben en de Burgemeester en Wethouders dier stad moeten worden aangeschreven om zich in het vervolg van dergelijke, op geene stellige voorschriften berustende handelingen te onthouden". Reeds vier dagen na ontvangst van deze brief is de zaak in kannen en kruiken..., twaalf, respectievelijk veertien maanden na de bewuste twee inkwartieringen.

Sciierpslijpen Een ergerlijk staaltje van rechteloosheid dat helaas bepaald niet enig in z'n soort is. Vooral de burgemeesters in het land blijken sterk in het scherpslijpen waar het de vervolging van afgescheidenen betreft. Een Friese collega van Hattems eerste burger presteert het om een afgescheiden dominee, die zich beroept op vrijspraak door de rechtbank, toe te voegen: ,,lk ben zelfde wet!" Een andere predikant doet tevergeefs een beroep op bescherming tegen mishandeling door het grauw, omdat de burgemeester meent,,Mijnheer, de Koning beschermt u niet, waarom zou ik het dan doen?" De Hattemse burgemeester spant niettemin de kroon. In zijn willekeur gaat hij zover, dat hij een gezamenlijk ondertekend adres van de afgescheidenen aan de Koning niet wil verzenden. Hij eist dat men dat afzonderlijk doet; ieder apart, op een duur, gezegeld stuk papier. Het is datzelfde adres waarin de afgescheidenen de koning smeken om erkenning van het eigen kerkge344

Mevrouw Brummelkamp, geb. De Moen: „Sergeant, sergeant, daar doet ge'talweer!"

nootschap en het recht om ongestoord godsdienstoefeningen te mogen houden. Immers de enige mogelijkheid om een einde te maken aan vervolging en onderdrukking. In de begeleidende brief appelleert Brummelkamp nog heel beleefd en onderdanig aan een eventueel nog aanwezig restje goede wil bij die burgemeester wanneer hij op 18 maart 1839 schrijft: ,,lk heb de eer UEd. Achtb. het adres toe te zenden hetwelk heden door de afgescheidenen alhier is getekend. Ik doe zulks met verzoek dat UEd. Achtb. hetzelve, begeleid met UEd. A." gunstige consideratien en advis, voor ons gelieve op te zenden aan Zijne Excellentie den Heere Staatsraad Gouverneur dezer Provincie, opdat alzoo verder moge voldaan worden aan hetgeen Zijne Majesteit onze geëerbiedigde Koning bepaald heeft in Hoogst Deszelfs besluit van den 5 Ju lij 1836 tweede gedeelte letter a, en wij ons spoedig mogen verblijden in de onbelemmerde uitoefening onzer Godsdienst."

Van „onbedoeld" tot „uitgesteld" Het is dus bepaald niet aan de ,,gunstige consideration en advis" van de immer tegenwerkende ,,Edelachtbare Heer Burgemeester" te danken, wanneer op 21 januari 1841, bijna twee jaar later dus, de afgescheidenen te Hattem bij Koninklijk Besluit worden erkend. Dat is veeleer een gevolg van het wat mildere regime dat de ,,verse" koning Willem II, in vergelijking met zijn onverzoenlijke voorganger, aan de dag legt inzake de afgescheidenen, ,,De verzochte toelating wordt aan de adressanten verleend, en mitsdien vergund het bestaan binnen de stad Hattem van eene Christelijke afgescheidene gemeente", onder voorwaarde dat men zelf zal zorgen ,,voor de behoeften van hunne eeredienst en vu-Magazine 13(1984) 9 oktober 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 426

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's