Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 367

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 367

5 minuten leestijd

tegen kerk en christelijke traditie; wie voor kerk en traditie is, is tegen deze vrijheid." Anders gezegd: waar het werkelijk om gaat, en wat na het wegvallen van de ongegronde, al dan nietgodsdienstige argumenten tegen de morele aanvaardbaarheid van de laatste daad overblijft, is de vraag of de mens het recht en de vrijheid heeft om over eigen leven en sterven te beslissen. Zelfbeschikking, autonomie, dat is in dit én in soortgelijke debatten de enige inzet. Het standpunt van de fervente tegenstanders van die autonomie is na het voorafgaande bekend. Het werd nog onlangs verwoord door CDA-politicus F. Borgman die, in dit geval inzake vrijwillige euthanasie, in de Haagse Post van 14julijl.zichzelf vierkant uitsprak tegen dat zelfbeschikkingsrecht. Het andere uiterste vinden we bij een auteur als Jean Améry die, bij Kuitert geciteerd, van opvatting is, dat wie zich het doorleven tégen zijn uitdrukkelijke wil laat opdringen, de eigen souvereiniteit en daarmee zijn waardigheid als mens verspeelt. Albert Camus, Frans filosoof, existentialist en literator, stelt zich in ,,De mythe van Sysphus" op het standpunt dat ieder zinnig mens die de jaren des onderscheids heeft bereikt, de afweging zou mogen, nee moeten maken: doorleven, ook al is dat als een Sisyphus in een absurde wereld, steeds opnieuw en zonder zichtbaar nut dezelfde steen bergopwaarts rollend, óf zelfmoord plegen. ,,Er bestaat maar één werkelijk ernstig filosofisch probleem: de zelfmoord. Oordelen of het leven wel of niet de moeite waard is geleefd te worden, is antwoord geven op de fundamentele vraag van de filosofie. Al het andere — of de wereld drie dimensies, de geest negen of twaalf categorieën heeft — komt pas daarna. Dat is maar spel: eerst moet men antwoord geven." Toch leidt bij Camus een dergelijke, tot op de spits gedreven visie weliswaar niet tot een morele afwijzing, maar zeker ook niet tot een aanmoedigende houding inzake zelfmoord. Integendeel. Weet hebben van en leven met de absurditeit van het bestaan en de wereld vormen de essentie van het mens-zijn, aldus Camus, alhoewel het wél moed vergt om dat leven te leven. Niet voor niets eindigt Camus het boek dan ook enigszins hoopvol:,, We moeten ons Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen."

,,Als er geen onvoorwaardelijke plicht tot leven bestaat, waarom vragen we dan nog naar goede redenen en volstaan we niet met het aanvaarden van de redenen die iemand zelf opgeeft als zijn redenen?", zo luidt de vraag die hij zichzelf stelt en als volgt beantwoordt: ,,Wij willen dat de redenen die iemand geeft goede redenen zijn omdat wij zowel voor hemzelf als voor zijn omgev/ng (cursivering gjp) zorgdragen. In dat licht zijn niet alle redenen goed." Bij voorbeeld de zogenaamd express/'eve suïcide: ,,Zelfdoding kan ook ondernomen worden uit wraak op de omgeving, of om het gezin mores te leren of om zichzelf te afficheren als iemand die men ten onrechte altijd heeft overgeslagen." Men zou te kort schieten in de plicht tot ,,welgezindheid" en ,,weldoen" wanneer men zowel de suïcidant als zijn of haar omgeving in zo'n geval aan hun lot zou overlaten in een beroep op het individuele zelfbeschikkingsrecht. Om die reden is het dan ook niet altijd ongeoorloofd om bij een suïcidepoging tussenbeide te komen, aldus Kuitert die benadrukt dat bij dit laatste een moeilijke afweging moet worden gemaakt tussen het paternalisme van ingrijpen en het respect voor iemands zelfbeschikkingsrecht. Kuitert kiest in dezen voor een tussenweg: in al die gevallen waarin iemand geconfronteerd wordt met een suïcidepoging en er niet van overtuigd is dat de dood de uitdrukkelijke wens is van de betrokkene, is ingrijpen gerechtvaardigd. Maar ook die regel kent beperkingen. Wanneer nadien blijkt dat deze mens niet werkelijk verder leven wil en ten onrechte van de dood werd gered, dan houdt dit de verplichting in deze mens alsnog, door middel van stervenshulp, ,,aan de dood terug te geven". Kuitert:,, Wie daarvoor terugschrikt had nooit aan de interventie mogen beginnen." Het is voor Kuitert de opstap tot de vraag hoever hulp bij suïcide mag gaan.

Wraak Een onvoorwaardelijke plicht tot leven valt niet te funderen. En ook de stelling dat de mens nooit en te nimmer goede redenen kan hebben om het eigen leven te beëindigen kan niet worden bewezen, noch vanuit de christelijke ethiek, noch vanuit de ,,autonome moraal". Dat zijn de twee conclusies die Kuitert brengen tot zijn eindoordeel, dat het de mens in principe vrij staat om over het eigen leven te beslissen. In dit fundamentele en onvervreemdbare recht op autonomie mogen anderen het individu nietdwarsbomen, aldus Kuitert. Dat wil voor hem echter nog niet zeggen dat iedere suïcidepoging daarmee ook automatisch terecht, in de zin van moreel gerechtvaardigd, moet worden bevonden door de omstanders. Kuitert legt wel degelijk een maatstaf aan waaraan moet zijn voldaan vóór een suïcidepoging, vanuit het recht op zelfbeschikking ondernomen, ook moreel aanvaardbaar is. Die maatstaf is voor Kuitert: het hebben van goede redenen voor de daad.

Prof. H.M. Kuitert: 'geen onvoorwaardelijke plicht tot leven'

301

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 367

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's