VU Magazine 1984 - pagina 187
studie over nieuwe religieuze bewegingen
De kerk als sekte Vanuit de kerken wordt nogal eens hoogmoedig gekeken naar wat we „sekten" noemen. Sekten zijn in de ogen van veel kerkmensen „kleine groeperingen, die er vreemde gedachten op nahouden, maar verder maatschappelijk en politiek niet relevantzijn". Wanneer dit de populaire visie op de sekten is, besef ik dat ik als predikant van de Gereformeerde Kerk van Amsterdam lid ben van een sekte. door dr. R. Kranenborg Allereerst is er de omvang. Laat ik me beperken tot Amsterdam. Op 1 januari 1981 telde Amsterdam 712.365 inwoners. Daarvan behoorden tot geen kerk 343.618, Rooms-Katholiek waren 174.322, Nederlands Hervormd 74.362, Gereformeerd 23.523, Luthers 10.965, Broedergemeente 8.964, overige kerken 25.803. Totaal aantal kerkleden 317.939. Het lijkt alsof nog bijna de helft van de Amsterdammers christelijk is. Maar als we bij voorbeeld het aantal gereformeerden analyseren blijkt dat de zaak anders ligt. Het jaarboek van de Gereformeerde Kerken van 1982 meldt dat Amsterdam 15.408 gereformeerden telt. Een verschil van 8.000. Dit verschil kan er niet in gelegen zijn dat de kleinere gereformeerde kerken meegeteld zijn want die vallen onder de rubriek ,.overige kerken". Wie zijn die 8.000 dan? Dit zijn mensen bij wie in de burgerlijke stand als kerkelijke gezindte wel gereformeerd staat aangegeven, maar die kerkelijk niet (meer) zijn ingeschreven. Soms zijn dit mensen die vanwege een tijdelijk verblijf in Amsterdam hun attestatie in de thuisgemeente hebben gelaten, maar in verreweg de meeste gevallen gaat het om mensen die reeds lange tijd geen contact meer met de kerk hebben, hun attestatie niet inleverden, ofwel zich hebben onttrokken aan de kerk maar niet bij de burgelijke stand. Kortom: een derde van de officieel als gereformeerden geregistreerden is het in feite niet. Maar het getal van 15.408 is ook bedriegelijk. Afgaande op de gegevens van mijn wijkgemeente in de oude stad moet ik constateren dat een derde tot de helft geen interesse meer heeft in geloof en kerk en slechts om secundaire redenen lid blijft. Een situatie die in ieder geval voor de vooroorlogse stad geldt. Het is niet teveel gezegd wanneer we van die ruim 15.000 ongeveer een 5.000-7.000
vu-Magazine 13(1984)4 april 1984
Nieuwe religieuze bewegingen kunnen een bijdrage leveren voor de kerk van vandaag, meent dr. R. Kranenborg, wetenschappelijk medewerker van het Instituut voor Godsdienstwetenschap van de VU en gereformeerd predikant te Amsterdam. Hij is deskundig op het gebied van deze bewegingen, die in het dagelijks spraakgebruik nog at eens neerbuigend als „sekten" worden afgedaan. In december 1982 kwam hij in VU-magazine uitgebreid aan het woord over de vermeende „sektegekte". Op het moment dat de Tweede Kamercommissie inzake het „sektenonderzoek" rapport uitbrengt, verschijnt van Kranenborg nu een boek over deze materie, getiteld „Een nieuw licht op de kerk?" (Uitgave Boekencentrum Den Haag). Bij wijze van voorpublicatie op deze pagina's alvast enkele gedeelten uit dit boek.
moeten aftrekken, zodat het aantal min of meer betrokken gereformeerden op zijn hoogst 10.000 bedraagt. Deze berekeningen worden bevestigd door een studie die bij voorbeeld constateerde dat het aantal kerkgangers in de ochtenddiensten in 1979 in heel Amsterdam 4.770 gemiddeld bedroeg.
Vreemde ideeën Het aantal betrokken gereformeerden is dus aanmerkelijk lager dan de getallen van de overhield zouden doen vermoeden. Het lijkt me zeer waarschijnlijk dat het aantal betrokken hervormden niet veel groter is. Voor zover ik het kan overzien worden de 19 hervormde kerkgebouwen niet veel drukker bezocht dan de 21 gereformeerde. Op grond van eigen ervaringen heb ik de indruk dat het bij de Rooms-katholieke kerk evenzo gesteld is. Het lijkt me toe dat een aantal van 50.000 betrokken leden van alle kerken in Amsterdam vrij ruim geschat is. Naast de categorie van hen die wel en hen die niet tot een kerk behoren zijn er nog andere; moslims 40.141 (met 16 moskeeën), overige groepen 10.665 (waaronder 6.000 a 7.000 hindoes). De diverse kleine groepen en sekten zijn in de statistiek vaak niet terug te vinden. Soms vallen ze onder de'overige kerken (zoals de apostlischen) soms onder de overige religies (b.v. de christen-turken), soms zijn ze niet geregistreerd. Dit alles geeft mij de indruk dat ik als gereformeerd predikant lid ben van een kleine religieuze groepering. Het aantal niet-kerkelijken in de stad is zeer groot, het aantal moslims overtreft het aantal gereformeerden in ruime mate, terwijl het aantal geregistreerde hindoestani het aantal betrokken gereformeerden evenaart. Mijn kerkgenootschap is in het geheel van de stad een verdwijnende groep, en dat ze nog opvalt komt vooral door de grote kerkgebouwen, neergezet in een tijd dat de tienduizenden nog in groten getale optrokken. De conclusie is dan ook: de omvang van de kerkelijke gemeentes voldoet vrijwel geheel aan de beschrijving van een sekte: een kleine groep. Maar de tweede karakteristiek van de 149
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's