Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 358

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 358

5 minuten leestijd

en de groeten van Sandino...

Syndroom Afgelopen w/eekend heb ik Harry Mulisch'„De/Aans/ag" gelezen, rustig in de tuin in Managua. Het boek is, behalve een geraffineerde reconstructie van een aanslag op een indeTweede Wereldoorlog met de Duitsers colaborerende Haarlemse politieman, vooral een indrukwekkende beschrijving van de najaren bovenkomende en steeds toenemende ongrijpbare spanningen en angsten van de man die als jongetje van twaalf zijn ouders en broer verloor, die uit represaille voor de moord werden omgebracht doorde Duitsers. Een dag eerder was ik op bezoek geweest bij een oud-student van het seminarie, die met viergebroken ribben en een doorboorde long in het Militaire Hospitaal ligt. Nadat hijvorig jaar,toen hij als vrijwilliger in een reservebataljon in de noordelijke grensstreek gelegerd was, al eens op miraculeuze wijze aan de dood was ontsnapt, was hij nu als soldaat in de sinds kort verplichte militaire dienst opnieuw één van de weinige overlevenden van een tragisch ongeluk. Moe en kwetsbaar lag hij op een zaal vol jonge jongens, allemaal gewond in deze waanzinnige oorlog. Met zijn tweeëntwintig jaar was hij al één van de oudsten. Thuisgekomen, misselijken verward, vroeg ik mij af wat toch de psychische effekten op lange termijn zullen zijn van deze oorlog. Ikhebdaar

292

noodgedwongen al veel over nagedacht. Je kunt hier goed zien wanneer de dreiging van een interventie weer toeneemt: meer verkeersongelukken, meerdeliriumaanvallen, meerhuwelijksconflicten en meer ziekteverzuim. Trouwens, ook meer eensgezindheid, strijdbaarheid en aktiviteiten. Sinds begin januari de militaire dienstplicht is ingesteld is in veel gezinnen de zorg om zoon of broer een onophoudelijkedruk. Er wordt wat afgeleden en afgebeden voor zo'n jongen. De zorgen zijn zó groot — en bepaald nietten onrechte —dat de overheid ertoe overgegaan is op grote schaal voorlichtingsdagen voor ouders en ontmoetingsdagen met de dienstplichtigen te organiseren. Dikwijls vraag ik mij af: wat zijn de gevolgen van deze permanente spanningen; hoe lang houden mensen hetvol te leven met de continue dreiging van een interventie? En na het lezen van het boek van Mulisch vraag ik mij opnieuw en met nog meer klem af wat de psychische gevolgen over twintig, dertig jaar zullen zijn. De situatie in Nicaragua verschilt echter aanzienlijk van de Nederlandse, zoals Mulisch die beschrijft en ik mij trouwenszelf herinner. Ik ben ,,van na de oorlog", althansin Nederland, en ben opgegroeid in een sfeer van opbouwen en aanpakken: Nederland herrijst. Ooit zag ik in Tuschinskyeen Polygoon-

filmpje, waar de commentator met nasale stem enthousiast vertelde overde herrijzing vanMederland bij beelden van rokende fabrieksschoorstenen, zwoegende bouwvakarbeiders en jeugdige moeders achter antieke kinderwagens. Noch thuis, noch op school of later op de universiteit werd veel aandacht besteed aan de Tweede Wereldoorlog; alleen rond de vierde mei wasereen kortstondigegolf van publiciteit. Algemeen leek men de oorlog te beschouwen als een tragische vergissing van het menselijk geslacht, als een incident dat maar het beste zo spoedig mogelijk vergeten kon worden. Pas de laatste jaren, met hetweerde kop opstekende fascisme, gaat men de Tweede Wereldoorlog hoe langer hoe meer zien tegen de historische achtergrond van een permanente strijd tegen fascistische krachten; zo komteindelijk het bredere kader in zicht. De situatie in Nicaragua is anders. We beleven hier de schizofrenie van het leven zowel in een fase van wederopbouw als in een voortgaande oorlog. De bevrijdingsoorlog werd op 19 juli 1979 door het volkgewonnen, maarterwijl in de jaren daarna de wederopbouwfors werd aangepakt, werd ook steeds duidelijker dat de oorlog bepaald nog nietvoorbij is. Naast het objektieve gegeven van de voortgaande oorlog is het vooral het historisch kadervan de continue strijd tegen het Noordamerikaanse imperialisme dat maakt dat de Nicaraguanen de bevrijdingsoorlog bepaald nietzien als een ongelukkig, tijdelijk incident. De strijd van nu, anno 1984, is dezelfde strijd als die van de oprichters van het FSLNln 1961 en die van Sandino in de jaren twintig en dertig;ja, het is dezelfde strijd diehetvolkalin 1855 tegen William Walkervoerde. Zo komt de huidige strijd in een historisch perspektief te staan. En omgekeerd, de strijd uit hetverleden blijftaktueel, deslachtoffersvan toen blijven betekenis houden. Hethelejaardoor, maar vooral in de maanden iuni en

juli staan de kranten vol foto's van jonge mensen, die één, twee, vijf of zelfs acht, negen of meer jaar geleden gevallen zijn en voor wie nog altijd missen worden gehouden. Zij zijn present, blijvend onder ons; nietgoedkoopals louter aanwezig, maarinspirerend, oproepend hun idealen en betrokkenheid na te volgen en de strijd voort te zetten. Tussen haakjes, tegen theologen die zich verzetten tegen de gedachte dat de opstanding van Jezus geïnterpreteerd moet worden als voortleven in je vrienden en vriendinnen, zou ik willen zeggen, dat zij mochten hopen, dat Jezus van Nazareth zó,,presente" zou zijn in de christelijke kerk als deze Nicaraguaanse jongeren aanwezig zijn onder hun volk. Veel moeders van vermoorde jongeren hebben zich georganiseerd in "Comités van Moeders van Helden en Martelaren". Hoewel ik een zekere twijfel blijf houden over een organisatie die gebaseerd is op het hier hemelhoog geprezen moederschap, bieden deze comités de vrouwen onmiskenbaar een plek om traumatische ervaringen te verwerken, enige zin te ontdekken in watvolstrektonzinnig leeken hun verdriet om te zetten in aktiviteiten ten dienste van hetvolk. Zij voelen zich nauwverbonden metde moeders wier kinderen aan hetfrontzijn of erbinnenkort naartoegaan. Het zijn het historisch kader van de doorgaande strijd en deze mogelijkheden om rouwervaringen nu al gezamenlijk te verwerken die mij de hoop — maar ook niet meer dan hoop — geven, dat de ClA-oorlog in Nicaragua niet zulke verwoestende psychische gevolgen zal hebben als de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Maar wat valt-ereigenlijk over te zeggen, als er nog niet eens zicht is op een spoedig einde van deze gruwelijke oorlog...? Ineke Bakker

vu-Magazine 13 (1984) 8 september 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 358

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's