Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 383

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 383

3 minuten leestijd

voorbeeld om de gemeenschapszin inhoud te geven, of om de sociale vernieuwing te stimuleren. Wonderen werden tot zinvolle verhalen, tot symbolen van maatschappelijke omwenteling. Kortom, men kreeg de polarisatie van dat wat men gewoonlijk 'verticalisten' tegenover 'horizontalisten' noemt. Er is echter ook nog een ander besef dat opkomt: heel de scheiding tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke is onjuist. Dat wil echter niet zeggen dat men alles maar vanuit hetzij het natuurlijke, hetzij het bovennatuurlijke moet bekijken. Ook niet dat men terugmoet naar een zogenaamd primitieve natuurbeleving, waar het bovennatuurlijke eigenlijk tot het natuurlijke geworden is. In feite kwam dit er op neer dat stukjes natuur goddelijk waren, dat aspecten van het geschapene tot godheid werden verheven: de magische formule, de heilige zon, het voorouderbeeld, het dansmasker. Misschien zou men eerder het omgekeerde moeten stellen: niet het bovennatuurlijke is onze natuur, maar dat watwij natuurnoemen iszelf bovennatuurlijker dan men denkt. Of eenvoudiger gezegd, de natuur om ons heen en van ons eigen leven raakt telkens aan een ruimer gebied, waar we pas goed en met recht kunnen zeggen: zó is eigenlijk ons natuurlijk bestaan. Om dat duidelijk te maken moeten we bedenken dat de vanzelfsprekende, natuurlijke dingen helemaal niet zo natuurlijk zijn. In het aprilnummer van dit magazine werd als voorbeeld de zon genoemd. Wat is eigenlijk 'natuurlijke zon'? De zon van de natuurwetenschap, waarvan het licht ons na ongeveer acht minuten bereikt en die, in de natuur, al onder is als wij deze nog boven de horizon zien staan? De zon die via electromagnetische golven in ons oog kleurrijke beelden veroorzaakt? Of eerder de zon, zoals wij deze

in ons dagelijkse, niet-wetenschappelijke kijken aan de hemel zien staan? Maar hoe zien wij deze dan: als een groot hemellichaam, zeer ver weg en enorm groot? Ja, zullen wij zeggen, omdat wij dat van de wetenschap geleerd hebben. Een kind en iemand uit een 'primitieve' samenleving denkt, en ziet dan ook, dat de zon helemaal niet zo ver weg en zo enorm groot is. Er zijn volken die de zon — nog steeds in 'naïeve', 'onbedorven' ervaring — als goddelijke kracht zien. Psalm 19 ziet hem als groots en stralend maar niet als godheid, integendeel als minder stralend dan de Wet van de Schepper. En zo kan men door gaan: het natuurlijke is helemaal niet zo vanzelfsprekend, maar krijgt zijn betekenis pas binnen een ruimer kader van wetenschap, cultuur, wereldbeschouwing, geloof. De natuur ontsloten De bijbelse wonderen laten zien hoe de werkelijkheid eigenlijk behoort te zijn: de mens genezend, dragend, niet meer in storm en water bedreigend. Zelfs het meest vanzelfsprekende en 'natuurlijke', de dood, hoort er — uiteindelijk — niet meer bij. Dat is pas de ware natuur. Misschien dat ook een dichter of een schilder soms iets van de ware natuur laten zien: de zon zoals Van Gogh die schildert, de dansende cederbossen zoals Psalmen die tekenen, de sterrehemel van Paul Klee, een stad zonderdood waardezon niet meer nodig is van de dichter Huub Oosterhuis. Maar is dit alles wel wetenschappelijk? Is dit niet overtrokken, overspannen, buiten alle natuurlijke proporties (dus: bovennatuurlijk)? Toch is het deze echte werkelijkheid waarbinnen pas wetenschap goed af kan lopen en niet tot ongelukken leidt. De student die astronomie studeert moet niet enthousiast gaan dansen als hij door een

De zon, bron van electromagnetische golven of 'goddelijke l<raclit'? Een door Sioux-indianen beschilderde dierenhuid, voorstellende geesten in de lucht

teleskoop kijkt, want hij moet nuchter observeren, beschrijven, conclusies trekken. Hij moet zich inhouden. Wetenschap is gevolg van inperking. Men let niet op de kleuren als zodanig, maar op de golflengte van de trillingen. De psycholoog omhelst de lieftallige persoon niet, maar legt haar een test voor en drukt haar of zijn intelligentie in een getal uit. De econoom tekent een curve van teruglopende bestedingen, maar gaat geen financiële hulp bieden. Dat wil steeds zeggen: niet als fysicus, als psycholoog, als econoom. Wel misschien als natuurlijkmens. Ja, er is meer. Pas een levend wezen kan een wetenschap omtrent het leven opstellen. Pas een belevend mens kan de psychologie beoefenen. Wetenschappen zijn objectief, maar dank zij hun inperkingen (kleuren tot trillingsgetallen, armoede als bestedingscurve). Zij danken echter hun mogelijkheid aan mensen die erachter staan. Ja, zelfs aan de vollere werkelijkheid die erachter staat. En dat is de echte, natuurlijke wereld van klanken, kleuren, liefde, lijden, hoop, geloof. Een instelling van Christelijke wetenschapsbeoefening zal daarom, ten eerste, proberen steeds de verschillende wetenschappen met elkaar in verband te brengen. Zij geven immers verschillende inperkingen, landkaarten als het ware, van aspecten van de natuurlijke werkelijkheid, nooit vatten zij de volle werkelijkheid. Ten tweede zal daarbij de menselijke persoon achter de wetenschapper steeds mee moeten doen. Anders verschraalt de wetenschap en kan zij wel eens verkeerd gaan werken, onmenselijk worden. Ten derde zal Christelijke wetenschapsbeoefening ogen moeten openen voor de mogelijkheden om de natuur verder te ontsluiten. Niet slechts de schil der werkelijkheid onderzoeken, maar geheel de natuur. En deze kan stralen als de zon, heenwijzen naar goddelijk Licht en heilzame Wet. In die zin is zulk een wetenschapsbeoefening leren verder te kijken dan de wetenschappelijke wijsneus lang is. Wel goed aan wetenschap doen. Dus gerust de neus in de lucht steken — goed laboratoriumwerk, wetenschappelijke publicaties, stimuleren tot onderzoek. Maar toch steeds om meer te zien dan wat op de wetenschappelijke landkaart verschijnt. Zelfs om via de wetenschap, evenals in kunst, sociale organisatie en dergelijke, de neus in de wind te steken en diep adem te halen om iets van de Wind, de Geest op te snuiven die onthult wat uiteindelijk de natuur van mens en wereld moet en zal zijn. n

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 383

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's