VU Magazine 1984 - pagina 335
— De censor aan het werk: wat overbleef van het acht pagina's tellende verhaal „De melaatse kever", van de Afrikaanse auteur Dalton Trevisan. (Cartoons en Illustratie bij dit artikel zijn ontleend aan het tijdschrift „Index on censorship")
1
"^
p
' V ^^
1
\
rfw;Vi *•
!X^JP^
\Z^\
s;?v S L .
%
K
V
''
^
[y
1/
ly
de Sovjet-Unie en Iran zijn bekende voorbeelden van deze censuur. Maar ook in een land als Japan bestaat sinds 1963 een regeling die bepaalt datuitgeversvan onderwijsteksten om de drie jaar hun manuskripten moeten voorleggen aan een door de overheid ingestelde, zogenaamd neutrale, onderzoekskommissie. Die kommissie doet na controle aanbevelingen voor veranderingen. Zo bleek in 1982 dat de overheid er toch wel prijs op stelde wanneer het optreden van Japan in het recente verleden in China en in een aantal Zuidoostaziatische landen in minder harde bewoordingen en met minder konkrete cijfers beschreven zou worden dan tot dan toe in een aantal teksten gedaan was. En waar men eerst kon lezen over de dwang die de Japanse overheid indertijd op de Koreaanse immigranten uitoefende om Japans te spreken, bleek na de kontrole dat het begrip .aanmoediging' hier meer op zijn plaats zou zijn. Het hoeft overigens niet altijd de overheid te zijn die deze vorm van censuur toepast. Op een bijeenkomst van het Amerikaanse Schrijversgilde in april 1982 werd gekonstateerd dat sinds enige tijd boeken over onderwerpen als slavernij, de evolutie, de Holocaust en de geschiedenis van de Amerikaanse Indianen veranderingen hadden ondergaan ,,omdat de geldgevers datwensten". Goedezeden De ,echte' vorm van censuur is de preventieve censuur. Hierbij worden manuskripten, voordat zij gepubliceerd worden, door de censor gekontroleerd. Het ambt van censor is in sommige landen een lucratieve — zij het soms moeilijke — baan, die bovendien het voordeel biedt dat men alles te weten komt over wat anderen niet mogen weten. In 1977 passeerden in Polen zelfs uitnodigingen, diploma's, overlijdensberichten en brievehoofden het bureau van de censor. Deze speciale tak van het censuurapparaat
919
werd overigens later opgeheven. Behalve richtlijnen over wat geschrapt moet, krijgt de censor vaak ook voorschriften over de wijze waarop de resterende informatie gepresenteerd moet worden, welk standpunt men moet innemen ten aanzien van aktuele gebeurtenissen, of welk ideaalbeeld van de burger moet worden geschapen. 'Voor de uitdrukkingsvrijheid van o.a. schrijversenjournalisten komtdat neer op wat een KGB-amtenaar ooit over die vrijheid tegen een Russische dichter zei: ,,U kunt schrijven wat u wilt, maar u moet niet te ver gaan". Naast de preventieve censuur kent men de repressieve. Dit houdt in dat publikaties na verschijnen verboden kunnen worden op grond van een wet die overtreden wordt. Het gaat hierbij dus om kontrole achteraf. In Nederland betekent dit dat de grenzen bij
^. i^r s
H
Dat een goede wetgeving op zich geen garantie biedt voor de vrijheid van meningsuiting is duidelijk. Er zijn landen waar die vrijheid weliswaar in de grondwet is vastgelegd, maar waar de werkelijkheid de meest grove ontkenning van dit recht laat zien. Zo was in Brazilië in de periode tussen 1964 en 1978 in de grondwet de preventieve of pre-publikatie censuur verboden. Andere toen bestaande wetten werden echter door het regime aangegrepen om openbaarmaking van alles wat op kritiek kon duiden te voorkomen door middel van vervolging en intimidatie in een sfeer van terreur.
publikatie vastgesteld worden aan de hand van een aantal bepalingen in het Wetboek van Strafrecht, zoals die over de veiligheid van de staat, de openbare orde en goede zeden en het beledigen van bevolkingsgroepen en personen. Het betreft hier dus juridische procedures en men kan tegen dergelijke verboden bij de rechter in beroep gaan. Wanneer een publikatie wordt verboden betekent dit, dat in principe ook iedereen die aan de produktie en verspreiding ervan heeft meegewerkt strafbaar is, van schrijver tot en met boekhandelaar.
Bloedig In de Europese pers wordt relatief veel aandacht besteed aan de censuur en de schending van mensenrechten in Oost-Europa, de Sovjet-Unie en Lalijns-Amerika vergeleken met de aandacht die men schenkt aan dezelfde misstanden in landen van Azië en Afrika. De in Frankrijk wonende Kameroenese schrijver Mongo Beti verwijt de Europeanen hun hypocrisie in dit opzicht. Over de houding in Frankrijk schreef hij: „(...) ondanks de frekwentie en de ernst ervan zijn de Fransen meestal niet op de hoogte van de schending van de mensenrechten in Franstalig Afrika. Misschien is het zwijgen nog nooit zo effektief gebruikt door een rijke mogendheid om de met haar verbonden arme landen te overheersen". Beti heeft wat dat betreft zelf enige ervaring. Hij schreef een boek over het bloedige bewind van de toenmalige president van Kameroen, Main basse sur Ie Cameroun. Het boek werd uitgegeven in Frankrijk. Twee dagen na verschijnen in 1972 werd het boek door de Franse regering verboden en alle exemplaren werden bij de uitgever in beslag genomen. De autoriteiten waren bang dat de betrekkingen met het schrikbewind van Kameroen zouden verslechteren. Censuur komt dus ook in West-Europa voor.
Jvu-Magazine 13 (1984) 7 juli/augustus 19E 27jul^augu
I
vu-Magazine 13(1984)7juli/augustus 1984
Overigens spande Beti een proces aan dat hij won: in 1976 verscheen het boek opnieuw. In 1981 werd de uitgever, eveneens na een juridische procedure, een schadevergoeding voor het geleden verlies toegekend. Op vele plaatsen ter wereld worden mensen die het woord nemen, die kritiek hebben op de door hun overheid gevoerde politiek vanwege hun mening vervolgd. Ze krijgen huisarrest, worden vastgehouden zonder proces, worden verbannen of mogen juist het land niet verlaten; ze worden naar strafkampen, heropvoedingskampen en psychiatrische inrichtingen gestuurd; ze worden gemarteld en vermoord. Censuur treft bovendien in tweede instantie behalve de schrijvers ook degenen aan wie informatie onthouden wordt: de lezers die slechts de officiële visies onder ogen krijgen, die beroofd zijn van de mogelijkheid kennis te nemen van de ideeën en inzichten van anderen. Index In 1972 werd in Engeland de groep Writers & Scholars International opge-
richt (tegenwoordig de Writers and Scholars Educational Trust). Het is een internationale groep van schrijvers, kunstenaars, intellektuelen en journalisten die de aandacht wil vestigen op kortweg de onderdrukking van de intellektuele vrijheid. Het doel werd indertijd omschreven als: ,,het verzamelen, publiceren en verspreiden van informatie die de aandacht vestigt op de diskrepantie tussen de werkelijk bestaande toestanden inzake de vrijheid van meningsuiting en de doelstellingen die worden geformuleerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens". Daartoe begon de groep met de uitgave van het blad Index on Censorship, dat nu aan de veertiende jaargang bezig is. In dit tijdschrijft wordt niet alleen geschreven over gevallen van censuur. Tevens wordt daarin materiaal gepubliceerd van schrijvers die in hun eigen land het slachtoffer zijn van die censuur. Het blad besteedt ook aandacht aan censuur op het terrein van andere media dan die van het geschreven woord. Inmiddels zijn in Noorwegen en in Zweden komitees opgericht die in hun eigen land meer aandacht voor het censuurprobleem vragen. In mei van dit jaar werd ook hier in Nederland zo'n komité opgericht: het Comité tegen Censuur (CtC). Het stelt zich eveneens ten doel om hier in Nederland meer aandacht voor censuur te vragen en de belangstelling voor Index on Censorship te bevorderen. In het komité, dat onder voorzitterschap van dr. Mineke Schipper staat, hebben onder andere ook journalisten, leden van Amnesty International en van de PEN zitting. Een van de eerste initiatieven van het comité was het uitnodigen van verschillende internationaal bekende schrijvers die alle met censuur werden gekonfronteerd. Onder hen zijn de in Parijs wonende Tsjechische schrijver Milan Kundera en de Zuidafrikaanse schrijfsters Miriam TIali en Nadine Gordimer. Aandacht voor censuur is noodzakelijk. Niet alleen omdat het in feite een probleem is dat iedereen — schrijver en lezer — raakt, maar ook omdat het voor mensen die vervolgd worden, die gevangen zitten of gemarteld worden een konkrete steun kan zijn dat er Internationa ë meer bekendheid wordt gegeven aan hun zaak. Bovendien moet op iedere manier worden tegengegaan dat het voor regimes mogelijk is om mensen, ook al zijn zij minder bekend,hetzwijgenopteleggen. D Het adres van Index on Censorship: 39c Highbury Place, London N51QP.
273
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's