VU Magazine 1984 - pagina 135
komende gebeurtenissen op 1 maart aan om daarin verandering te brengen, verwachtte de Sultan.
Sirene Aanvankelijk was de 28e februari gepland als aanvalsdatum van de guerilla's, maar dat lekte uit. Daarom werd het tijdstip tweemaal verschoven naar 1 maart. De avond tevoren waren reeds verscheidene gueriilagroepen de stad binnengedrongen. Het sein tot de aanval zou door de Nederlanders zelf worden gegeven: een sirene om zes uur 's morgens, die als signaal gold dat de ingestelde avondklok was geëindigd. Prins Prabuningrat:,,Precies klokslag zes uur 's morgens, bij het loeien van de sirenes, hoorden we de eerste schoten vallen. En toen was de hel losgebroken. Ik bleef in de kraton met de Sultan. We hoorden alleen maar die geluiden van mortieren en tanks rijden enzovoorts." In korte tijd bezetten de guerilla's onder leiding van Suharto de hele binnenstad. Ze waren herkenbaar aan een gele halsdoek. De Nederlandse militairen konden weinig anders dan standhouden binnen hun versterkingen. Volgens de kranteberichten uit die dagen waren bij de actie ongeveer 2.000 guerilla's betrokken, waaronder verscheidene studentengroepen. Getuige van de aanval waren de militaire waarnemers van de Verenigde Naties, een Franse en twee Amerikaanse officieren, die hun hoofdkwartier in het hartje van Yogja hadden. De Amerikaanse lieut.commander Hazelzett
verklaarde dat de kogels zijn kamer binnenvlogen. Hij bleef ongedeerd, vloog de volgende dag naar Batavia en stelde daar meteen een vertrouwelijk rapport over het gebeurde op voor de VN. De opzet van de Sultan was ten volle geslaagd: een niet mis te verstane boodschap was aan de VN gegeven dat de Republiek nog springlevend was, ook al zaten Sukarno c.s. op Banka gevangen, en dat er geen sprake van was dat Nederland de situatie beheerste, zoals Den Haag beweerde. Gebleken was dat de guerilla's in staat waren op klaardichte dag Yogja bijna zes uur lang bezette houden. ,,De aanval was niet verrassend", zei blijkens persberichten de Nederlandse kolonel Van Langen. „Hij zei dat de Nederlanders de situatie thans geheel onder controle hebben. De aanvallers hebben geen enkele kans gehad om een blijvend succes te boeken." (Het Vrije Volk, 3 maart 1949). Het zou niet de enige keer zijn dat Nederlandse legercommandanten blijk gaven van weinig benul dat internationaal politieke verhoudingen doorslaggevend waren. Een diplomaat als J. G. de Beus zou zich naderhand verbazen over dit gebrek aan inzicht.
„Zwaar vuur uit itraton" Van politieke naïviteit getuigde ook het officiële legercommunique, waarover Trouw op 4 maart 1949 berichtte onder de kop ,,Uit den kraton te Yogja kwam zwaar vuur". Eerst zouden Nederlandse troepen vanuit de buitenkraton beschoten zijn, later zelfs van-
Resident stok (rechts) in 1949 in overleg met de rebelse Sultan
vu-Magazine 13 (1984) 3 maart 1984
uit de binnen-kraton (het terrein waarvoor de Sultan verantwoordelijk was), door sluipschutters die zich in de bomen hadden genesteld. Een dergelijke boodschap was nu niet direct geschikt om de internationale wereld te overtuigen dat de Sultan in wezen blij was van de Republiek te zijn verlost. Het was bovendien niet waar, verzekert me zowel de Sultan als zijn broer Prins Prabuningrat, althans niet vanuit de binnen-kraton. Om kwart over negen 's morgens die Ie maart hoorden ze lawaai aan de zuiderpoort. Prins Prabuningrat deed open en zag voor zich drie tanks, een brencarrier, enige trucks en ongeveer 40 man, die zeiden vanuit de kraton te zijn beschoten. De Sultan liet hen onmiddellijk binnen en vroeg de overste Scheers vanwaar dat precies was gebeurd. ,,Baik" (goed), zei hij, ,,ga maar mee en wijs maar aan." Dat bleek niet eenvoudig. De bomen stonden te ver van de hoge kratonmuren om van daaruit te kunnen vuren, tenzij men in een boogje kon schieten. Ook de kolonel Van Langen, resident Stok, Vosveld, Berkhuis kwamen later die ochtend nadat de guerilla's alweer vertrokken waren nog eens kijken. ,,Ach", zei kolonel Van Langen toen, ,,laat ook maar. Het gaat om belangrijker zaken." En hij kondigde aan dat de generaal Meyer de Sultan persoonlijk zou komen bezoeken voor een belangrijke zaak. Morgen. Ik kan hem niet vóór zondag ontvangen, zei de Sultan, alsof het ging om een theevisite. Kolonel Van Langen vertrok, na een wacht voor de kratonpoort te hebben geplaatst. Het onderzoek in de kraton had wel iets anders kunnen opleveren, leerde ik van de Sultan. Tussen de onbewogen op de grond hurkende bedienden van de de Sultan zaten drie als kratonbediende vermomde TNI-officieren (kris op de rug), die als koeriers tussen Suharto en de Sultan dienstdeden. Ook tijdens de aanvalsactie van de guerilla.'s die ochtend was er contact geweest. Toen de Sultan vernam dat een tankbrigade vanuit Magelang de stadsrand was genaderd, had hij Suharto de boodschap gegeven dat het tijd was (een uurtje eerder dan gepland) om zich ijlings uit de stad terug te trekken. Toen de tankcolonne het centrum van Yogja binnenrolde, was er geen guerilla meer te bekennen. ,,Ze moesten toch iets doen", grijnst de Sultan, ,,dus reden ze maar naarde kraton." Daar speelt zich dan iets af, wat in het boek „Tahta Untuk Rakyat" vermeld ii;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's