VU Magazine 1984 - pagina 496
nen: héél de kerk. Maar zelfs de schijn daarvan ontbreekt." Zijn conclusie was ondubbelzinnig: politiek gesproken zijn kerken minder belangrijk dan we denken. En dat is geen leuke constatering in een tijdsgewricht waarin iemands belang wordt afgemeten aan zijn politieke betekenis. Anders dan de politicus De Ruiter later op de dag zou doen, zag de theoloog Kuitert in een 'sprekende kerk' bovendien ernstige risico's voor de politiek: "Het politieke bedrijf wordt erdoor uitgehold". Een standpunt dat tijdens de forumdiscussie een dag later, aangevochten werd door IKV-secretaris Mient Jan Faber die het omgekeerde stelde. Juist een politiek afzijdige kerk loopt het gevaar van uitholling, meende deze geheel in de lijn der verwachting. Het was slechts één van de voorbeelden van de manier waarop vooren tegenstanders,van een 'sprekende kerk' vanuit tegengestelde uitgangspunten langs elkaar heenpraatten. Mandement Een zwak punt in Kuiterts betoog was te vinden in zijn visie op 'de politiek', die men tegelijkertijd als 'te'beperkt' en als 'te totalitair' zou mogen opvatten. Wie politiek uitsluitend opvat als landspolitiek en bovendien beschouwt als 'alleenheerser' op alle terreinen van het 'seculiere leven', geeft aanleiding tot oversimplificering en zwartwit-denken. Een zó stringente waterscheiding tussen kerk en staat, geloof en politiek, valt onmogelijk te maken, zo bleek vooral uit de inleiding van dr. Klompé die, strijdbaar als altijd, haar persoonlijke visie lijnrecht stelde tegenover die van Kuitert. Oók het spreken van de kerk inzake vragen van leven en dood heeft heel duidelijk politieke consequenties, meende de minister van Staat in een vlammend betoog. In zaken als euthanasie, abortus, plaatsing van kruisvluchtwapens etc. mag de kerk niet zwijgen, want zij heeft opdracht te verkondigen, aldus dr. Klompé. "Besluiten over dergelijke levensvragen vereisen ook een regeling in de samenleving en dan zijn we dus met politiek bezig, leder bezigzijn met regelingen in de samenleving heeft namelijk een politiek karakter." Daarnaast spreekt de kerk in onrechtsituaties en kiest daarin de kant van de zwakken, zoals, in eigen land: slachtoffers van woningnood, vluchtelingen en minderheden en ex-gevangenen die door onze samenleving niet worden opgevangen; en, daarbuiten: hongerenden in de Derde Wereld en
404
drukking. En dat betekent weer, dat er toch niet voldoende liefde is voormensen die lijden en onderdrukt worden."
Mr. J. de Ruiter: "Wie het zwaard opneemt zal door het zwaard vergaan"
slachtoffers van apartheid en van andere schendingen van mensenrechten, overal ter wereld. "Dat zijn wereldse zaken waarmee de kerk dus in de politiek belandt. Mag dat soms niet? Ik vind dat dit niet alleen mag, maar zelfs móet!" Immers: "Wie zwijgt is ook politiek bezig, want dan beschermt men niet de verdrukten maar kiest men voorde onderdrukker..." De noodzaak tot "wijsheid, zelfbeheersing en beperking" van de kant van de kerk achtte dr. Klompé overigens wél aanwezig. Men zou in haar opinie niet te veel bindende uitspraken moeten doen, zich niet in concrete politieke vormgeving van oplossingen moeten begeven, geloofwaardig moeten zijn en dienen te waken voor uitspraken met een partijpolitiek karakter. Een herhaling van 1954, toen een bisschoppelijk mandement de katholieke gelovigen verbood lid te zijn van de PvdA, achtte zij bij voorbeeld uitdrukkelijk ongewenst. Natuurlijk kan een duidelijke politieke stellingname van de kerk tot soms heftige interne discussies aanleiding geven, maar die moet men, uit koudwatervrees, nietten koste van alles uit de weg gaan, aldus dr. Klompé. "Als men meent dat christenen altijd harmonie en een middenweg moeten zoeken in een conflict, dan betekent dit, dat men spanning en conflict ergere zaken vindt dan onrecht en onderProf. dr. H. M. Kuitert: "Kerken politiek gesproken onbelangrijk"
Dilemma Voor de volgende spreekster was het al dan niet spreken van de kerk zelfs geen vraag. Dr. Mady Thung ging in een doorwrocht en analytisch betoog zonder meer uit van die wenselijkheid en richtte zich daarom op de vraag hóe. Zónder inspiratie vanuit een of andere levensbeschouwing is politiek handelen tot doelloosheid gedoemd. De eventuele schade voor de kerk als gevolg van politiek spreken nam zij graag op de koop toe: "Ik streef niet naar een ideale kerk maar naar de minst beroerde ", aldus dr. Thung. Die ideale kerk is een utopie, zo betoogde zij, gezien het onontkoombare dilemma waarvoor deze zich gesteld ziet, als gevolg van de eeuwige spanning tussen kerk en wereld. Men zal een aanvaardbare en vruchtbare weg moeten zoeken tussen twee uitersten die zélf, in hun absoluutheid, geen van beide uitkomst bieden; uitersten, die te karakteriseren zijn als een volstrekt afzijdige en geïsoleerde, 'sektarische' gemeenschap die de exclusieve waarheid in pacht meent te hebben, tegenover een 'gevestigde kerk' die zodanig in de samenleving is geïntegreerd dat ze daarmee samenvalt, het kritisch vermogen en de eigen aard verliest en ideologisch misbruikt wordt door het establishmentXen behoeve van de bestaande orde. Het gaat hier om een dilemma waarvoor geen echte oplossing bestaat, maar slechts een kiezen van de minst kwade middenweg, tussen het zich terugtrekken uit, en het 'heiligen' van de wereld, die recht doet aan wezenlijke elementen uit beide uitersten. Zo'n reële en geloofwaardige uitweg uit het kerk/sektedilemma stelde dr. Thung zich voor als "een maatschappij-kritische kerk die karaktertrekken van een sekte draagt voor zover het ethisch nonconformisme en intensieve ethische bezinning betreft. Een kerk die durft te spreken en te handelen, zowel op praktisch politieke manier — als zij daarmee ergens verlichting van nood of verantwoorde historische keuzen kan bewerkstelligen — als op een manier die past bij de eigentijdse situatie. Een kerk die zich daartoe opnieuw rekenschap durft te geven van wat vandaag een reële verhouding is ten opzichte van de overheid, maar die soms ook op een bevlogen utopische manier handelt, omdat de droom levend moet blijven dat het in deze wereld héél anders kan toegaan. Een
vu-Magazine 13 (1984) 11 december 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's